← België

D. contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Artikel 175

Sociaal Strafwetboek - Opheffing door de wet van 9 mei 2018 - Gevolg Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten - Regelgeving - Bevoegdheidsoverdracht van de federale staat aan de gewesten - Tewerkstelling van buitenlandse onderdanen niet gemachtigd tot

Artikel 175

Sociaal Strafwetboek - Opheffing door de wet van 9 mei 2018 - Gevolg Thesaurus CAS: ARBEID - ALLERLEI Vrije woorden: Tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten - Regelgeving - Bevoegdheidsoverdracht van de federale staat aan de gewesten - Tewerkstelling van buitenlandse onderdanen niet gemachtigd tot

Artikel 175

Sociaal Strafwetboek - Opheffing door de wet van 9 mei 2018 - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1138.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen

  1. G M B, beklaagde,
  2. G B bvba, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 5 september
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 1, 14, 39 en 134 Grond-wet, artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervor-ming der instellingen (hierna Bijzondere Wet Hervorming Instellingen), zoals ingevoerd door artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrek-king tot de Zesde Staatshervorming, artikel 2 Strafwetboek, artikel 175 Sociaal Strafwetboek, artikel 3 van de wet van 9 mei 2018 tot invoeging van een artikel 175/1 in het Sociaal Strafwetboek (hierna wet van 9 mei 2018) en artikel 113 van het Waals Decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle van de wetge-vingen en reglementeringen inzake het economisch beleid, het tewerkstellings-beleid en het wetenschappelijk onderzoek alsook de invoering van administratie-ve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze wetgevingen en regle-menteringen (hierna Controledecreet Waals Gewest): het arrest oordeelt ten on-rechte dat, aangezien artikel 3 van de wet van 9 mei 2018 artikel 175 van dat wetboek heeft opgeheven, behalve wat betref de jonge au pairs, de strafbaarstel-ling van de ten laste gelegde feiten werd afgeschaft; de federale wetgever was krachtens artikel 6, § 1, IX, 3°, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen, zoals toepasselijk vanaf 1 juli 2014, immers niet bevoegd om artikel 175 Sociaal Strafwetboek op te heffen, wat de hier relevante feiten betreft.
  5. De verweersters worden vervolgd, de eerste als beklaagde, de tweede als burgerrechtelijk aansprakelijke partij, om te Pecq, gerechtelijk arrondissement Henegouwen of elders in het Rijk, tussen 15 april 2013 en 23 januari 2014, als werkgever, aangestelde of lasthebber arbeid te doen of te laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden of tot vestiging. Het arrest (p. 6, ro 9) situ-eert die feiten te Pecq (Waals Gewest).
  6. Op het tijdstip van de aan de verweersters verweten feiten, waren die straf-baar gesteld door artikel 4, § 1, eerste lid, van de wet van 30 april 1999 betref-fende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers (hierna Buitenlandse Ar-beidskrachtenwet) en artikel 175, § 1, Sociaal Strafwetboek.
  7. Artikel 175 Sociaal Strafwetboek werd met ingang van 24 december 2018 opgeheven door artikel 3 van de wet van 9 mei
  8. Artikel 150, 2°, Controledecreet Waals Gewest heeft met ingang van 1 juli 2019 artikel 175 Sociaal Strafwetboek opgeheven.
  9. Artikel 113 Controledecreet Waals Gewest heeft met ingang van 1 juli 2019 artikel 12 Buitenlandse Arbeidskrachtenwet, dat was opgeheven bij wet van 6 juni 2010, hersteld in een eigen lezing. Paragraaf 1 van dit artikel bestraft de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die in overtreding met deze wet een buitenlandse onderdaan heeft doen of laten werken die niet toegelaten of gemachtigd is om meer dan drie maanden in België te verblijven of zich er te vestigen.
  10. Artikel 39 Grondwet bepaalt dat de wet aan de gewestelijke organen welke zij opricht en welke samengesteld zijn uit verkozen mandatarissen de bevoegd-heid opdraagt om de aangelegenheden te regelen welke zij aanduidt met uit-sluiting van die bedoeld in de artikelen 30 en 127 tot 129 en dit binnen het ge-bied en op de wijze die zij bepaalt.
  11. Artikel 19, § 1, eerste lid, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen bepaalt dat behoudens toepassing van artikel 10, het decreet de aangelegenheden regelt bedoeld in de artikelen 4 tot 9, onverminderd de bevoegdheden die na de inwer-kingtreding van de bijzondere wet door de Grondwet aan de wet zijn voorbehou-den.
  12. Artikel 19, § 2, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen bepaalt dat het decreet kracht van wet heeft en dat het de geldende wetsbepalingen kan ophef-fen, aanvullen, wijzigen of vervangen.
  13. Artikel 19, § 3, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen bepaalt dat de de-creten inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 Grondwet van toepassing zijn in het Vlaamse of het Waalse Gewest, al naar het geval.
  14. Uit de voormelde bepalingen van de Grondwet en de Bijzondere Wet Her-vorming Instellingen en de beginselen die de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gewesten beheersen, volgt dat voor wat betreft de aan de ge-westen overdragen bevoegdheden vanaf het ogenblik van die overdracht enkel de gewesten, voor hun gewest, regelgevend kunnen optreden en de federale staat, behoudens de vastgestelde uitzonderingen, daartoe geen bevoegdheid meer heeft.
  15. Artikel 6, § 1, IX, 3°, eerste lid, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen, zoals gewijzigd door artikel 22, 4°, van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming, met ingang van 1 juli 2014, bepaalt: "De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet zijn, (...) IX. Wat het tewerkstellingsbeleid betreft: (...) 3° de tewerkstelling van buitenlandse ar-beidskrachten, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart af-geleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken perso-nen en de vrijstellingen van beroepskaarten verbonden aan de specifieke ver-blijfssituatie van de betrokken personen."
  16. Uit de aldus met de zesde staatshervorming gerealiseerde bevoegdheids-overdracht aan de gewesten volgt dat met ingang van 1 juli 2014 de gewesten bevoegd zijn voor de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten en dus voor de regelgeving, de toepassing, de controle en de handhaving in deze mate-rie. Dit houdt in dat vanaf die datum de gewesten, voor hun gewest, als enige en dus met uitsluiting van de federale staat, bevoegd zijn om in deze materie regel-gevend op te treden.
  17. De federale staat blijft evenwel bij uitzondering bevoegd voor wat betreft de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen en de vrijstellingen van beroepskaar-ten verbonden aan de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen en kan als enige en met uitsluiting van de gewesten in dit domein regelgevend op-treden.
  18. Daaruit volgt dat de opheffing met ingang van 24 december 2018 van arti-kel 175 Sociaal Strafwetboek door artikel 3 van de wet van 9 mei 2018 enkel be-trekking had op de bevoegdheidsmaterie die artikel 6, § 1, IX, 3°, eerste lid, Bij-zondere Wet Hervorming Instellingen toewijst aan de federale staat, zoals overi-gens ook blijkt uit de wetsgeschiedenis van de wet van 9 mei
  19. De opheffing van artikel 175 Sociaal Strafwetboek blijft zonder gevolg voor de aan de gewesten overgedragen bevoegdheid inzake de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten. De op het ogenblik van de bevoegdheidsover-dracht aan de gewesten bestaande federale regelgeving, namelijk op 1 juli 2014, blijft uitwerking hebben tot de opheffing of de vervanging ervan door die gewes-ten, voor hun gewest.
  20. Bijgevolg is artikel 175 Sociaal Strafwetboek, zoals van toepassing op het ogenblik van de aan de verweersters verweten feiten, voor wat betreft het Waals Gewest, van kracht gebleven tot de opheffing ervan met ingang van 1 juli 2019 door het vermelde artikel 150, 2°, Controledecreet Waals Gewest en de invoering van een analoge strafbaarstelling door het vermelde artikel 113 Controledecreet Waals Gewest.
  21. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat één tiende van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 192,92 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 17 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200909.2F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.