id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.8 Rolnummer: P.19.0706.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-12-23 Raadplegingen: 647 - laatst gezien 2026-06-28 20:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De onmogelijkheid om het vonnis te tekenen door de voorzitter of één van de rechters wordt regelmatig vastgesteld door de vermelding in het vonnis van die onmogelijkheid en dit ongeacht de plaats in het vonnis van die vermelding
(1).
(1)Zie: Cass. 4 december 2018, AR P.18.0340.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.1, AC 2018, nr. 679. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Vonnis - Onmogelijkheid van ondertekening - Vaststelling - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 782, eerste lid, en 785, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Uit artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt niet dat bij wettige verhindering van de kamervoorzitter om het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen, de aanwijzing van een andere rechter door de voorzitter van de rechtbank, uitdrukkelijk moet gebeuren in een beschikking waarvan een eensluidend afschrift aan het dossier van de rechtspleging moet worden toegevoegd
(1).
(1)Zie: Cass. 22 januari 2019, AR P.18.1018.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190122.1, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Uitspraak van het vonnis - Verhinderde kamervoorzitter - Aanwijzing van een vervanger - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 782bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0706.N H S, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Leuven van 23 mei
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 779, 782, eerste lid, 782bis, tweede lid, 785, eerste lid en 786 Gerechtelijk Wetboek: het vonnis is niet ondertekend door alle magistraten die het hebben gewezen en de afwezig-heid bij de ondertekening door de kamervoorzitter is niet verantwoord overeen-komstig artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek; de griffier heeft immers geen melding gemaakt onderaan op de akte van de onmogelijkheid van de voor-zitter om het vonnis te ondertekenen.
- Artikel 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis vóór de uitspraak wordt ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier. Artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te onderteke-nen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte en de beslissing gel-dig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken. Artikel 195bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien een of meer rechters zich in de onmogelijkheid bevinden om te tekenen, alleen de ande-ren tekenen onder vermelding van die onmogelijkheid.
- Uit de samenlezing van deze bepalingen en hun doelstelling volgt dat de onmogelijkheid om te tekenen door de voorzitter of één van de rechters regelma-tig wordt vastgesteld door de vermelding in het vonnis van die onmogelijkheid en dit ongeacht de plaats in het vonnis van die vermelding. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis vermeldt dat de voorzitter van de kamer, B.D., rech-ter, in de onmogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen en uit te spreken en dat het in openbare rechtszitting op 23 mei 2019 is uitgesproken door A.V., voorzitter van de kamer, daartoe aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven bij beschikking van 21 mei 2019, met toepassing van artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek. Het vonnis werd ondertekend door de grif-fier en de overige rechters die het vonnis hebben gewezen. Aldus blijkt dat de griffier wel degelijk melding heeft gemaakt van de onmogelijkheid van de voor-zitter om het vonnis te ondertekenen. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 779, 782, eerste lid, 782bis, tweede lid, 785, eerste lid en 786 Gerechtelijk Wetboek: het bewijs van de vervanging van de verhinderde rechter wordt niet overeenkomstig artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek geleverd; het dossier bevat immers geen voor eens-luidend verklaard afschrift van de beschikking voor de vervanging van de ka-mervoorzitter voor de uitspraak van het vonnis; het bestreden vonnis verwijst bovendien naar een verkeerde wetsbepaling, namelijk artikel 786 Gerechtelijk Wetboek.
- Volgens artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis in strafzaken uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewe-zen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters. Indien evenwel een kamervoor-zitter wettig is verhinderd het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraad-slaging heeft deelgenomen in de in artikel 778 bepaalde voorwaarden, kan de voorzitter van het gerecht een andere rechter aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.
- Uit die bepaling volgt niet dat bij wettige verhindering van de kamervoor-zitter om het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deel-genomen, de aanwijzing van een andere rechter door de voorzitter van de recht-bank, uitdrukkelijk moet gebeuren in een beschikking waarvan een eensluidend afschrift aan het dossier van de rechtspleging moet worden toegevoegd. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis vermeldt dat het in openbare zitting is uitgesproken op 23 mei 2019 door A.V., voorzitter van de kamer, daartoe aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven bij beschikking van 21 mei 2019, met toepassing van artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek. Aldus blijkt dat rechter A.V. regelmatig is aangewezen om in de plaats van kamervoorzit-ter B. D. het vonnis uit te spreken. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- In zoverre het onderdeel is gericht tegen de overtollige vermelding dat de voorzitter van de rechtbank bij toepassing van artikel 786 Gerechtelijk Wetboek bevestigt dat de kamervoorzitter in de onmogelijkheid verkeert de beslissing te ondertekenen, kan het niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 17 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181204.1 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190122.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div