← België

FIDELITY BANK PLC contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.3 Rolnummer: C.19.0092.N Zaak: FIDELITY BANK PLC contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-01-10 Raadplegingen: 739 - laatst gezien 2026-06-28 21:47 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.3 Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 875bis, 902, 972, §1 en 984, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de rechter die een nieuw onderzoek door een deskundige beveelt, terwijl in een eerdere fase van de procedure reeds een deskundigenonderzoek werd bevolen, de omstandigheden dient te vermelden die tot een nieuw onderzoek nopen en dient aan te geven waarom het eerder deskundigenverslag niet kan dienen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) - Motiveringsplicht - Bevel tot een nieuw deskundigenonderzoek Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Algemeen - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) - Motiveringsplicht - Bevel tot een nieuw deskundigenonderzoek Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0092.N FIDELITY BANK PLC, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te Lagos (Nigeria), Victoria Island, Koto Amayomi Street 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen E. V. D. B., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, mede inzake R. C., in tussenkomst gedaagde partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 15 januari
  1. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 18 oktober 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. De verweerder werpt een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassa-tieberoep op: het bestreden tussenarrest houdende aanstelling van een gerechts-deskundige is een beslissing alvorens recht te doen, aangezien de partijen voor de appelrechter niet als dusdanig betwisting hebben gevoerd over de noodzaak om een deskundige aan te stellen, zodat het tegen dit tussenarrest gericht cassatieberoep niet ontvankelijk is.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerder in hoger beroep vorderde dat het in eerste aanleg gevoerd des-kundigenonderzoek zou worden nietig verklaard en dat een nieuwe gerechts-deskundige zou worden aangesteld; - de eiseres in haar syntheseappelconclusie van 30 december 2016 op omstandige wijze argumenteerde dat er geen redenen zijn om het in eerste aanleg neergelegd deskundigenverslag te vernietigen.
  4. Het verweer dat door de eiseres werd gevoerd met betrekking tot de vordering van de verweerder tot nietigverklaring van het in eerste aanleg neergelegd deskundigenverslag is meteen ook gericht tegen de hiermede gepaard gaande vordering tot aanstelling van een nieuwe deskundige. De aanvoering van de verweerder dat de noodzaak om een nieuwe gerechtsdes-kundige aan te stellen niet in betwisting was, mist feitelijke grondslag. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep dient te worden verworpen.
  5. De verweerder werpt een tweede middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op: de eiseres heeft aan de bestreden beslissing zonder enig voor-behoud uitvoering gegeven en dus stilzwijgend in die beslissing berust.
  6. Krachtens artikel 1044, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is berusten in een beslissing afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of som-mige punten van die beslissing kan aanwenden. Krachtens artikel 1045, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de berusting uit-drukkelijk of stilzwijgend zijn. Krachtens artikel 1045, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de stilzwijgende be-rusting alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende ak-ten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing.
  7. Stilzwijgende berusting in een rechterlijke beslissing kan niet worden afge-leid uit de uitvoering van een bij voorraad uitvoerbare rechterlijke beslissing en uit de betaling van de kosten, bij ontstentenis van bijzondere omstandigheden die op vaststaande en ondubbelzinnige wijze de afstand van het uitoefenen van een rechtsmiddel aantonen.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, inzonderheid de brieven van 26 januari 2018, 23 februari 2018 en 23 mei 2018, blijkt enkel dat door de eiseres uitvoering werd gegeven aan de beslissing van de appelrechters tot aanstelling van een nieuwe gerechtsdeskundige, dat zij aan het nieuw gerechtsdeskundigenonderzoek heeft meegewerkt en dat zij in het kader hiervan ook heeft betracht haar rechten veilig te stellen. Begeleidende omstandigheden of andere gegevens die niet anders kunnen worden uitgelegd dan dat de eiseres in de beslissing van de appelrechters tot aanstelling van een nieuwe deskundige heeft berust, kunnen uit voormelde stukken niet worden afgeleid. Het middel van niet-ontvankelijkheid dient te worden verworpen. Gegrondheid
  9. Krachtens artikel 902 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter bij wie een valsheidsvordering aanhangig wordt gemaakt, de zaak onmiddellijk behandelen, indien hem blijkt dat zij zonder meer kan worden berecht. Anders besluit de rechter tot alle dienstige onderzoeksmaatregelen, die hij zelf verricht of onder zijn leiding doet verrichten overeenkomstig de bepalingen betreffende het schriftonderzoek. Krachtens artikel 875bis Gerechtelijk Wetboek beperkt de rechter de keuze van de onderzoeksmaatregel en de inhoud van die maatregel tot wat volstaat om het geschil op te lossen, mede in het licht van de verhouding van de verwachte kos-ten van de maatregel tot de inzet van het geschil en waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet. Krachtens artikel 972, § 1, Gerechtelijk Wetboek bevat de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen minstens onder meer de vermelding van de omstandigheden die het deskundigenonderzoek, en de eventuele aanstelling van meerdere deskundigen noodzaken. Krachtens artikel 984, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, indien hij in het verslag niet voldoende opheldering vindt, een aanvullend onderzoek door dezelfde deskundige ofwel een nieuw onderzoek door een andere deskundige be-velen.
  10. Uit die wetsbepalingen volgt dat de rechter die een nieuw onderzoek door een deskundige beveelt, terwijl in een eerdere fase van de procedure reeds een deskundigenonderzoek werd bevolen, de omstandigheden dient te vermelden die tot een nieuw onderzoek nopen en dient aan te geven waarom het eerder deskun-digenverslag niet kan dienen.
  11. De appelrechters die oordelen dat zij niet in de technische mogelijkheid verkeren om zonder het advies van een schriftdeskundige de authenticiteit van de betwiste handtekening te beoordelen en dat de aanstelling van een schriftdeskun-dige zich opdringt, zonder te vermelden waarom het schriftdeskundigenverslag dat voor de eerste rechter werd neergelegd onvoldoende opheldering biedt over de authenticiteit van de handtekening, niettegenstaande hieromtrent door de par-tijen uitvoerig werd geconcludeerd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van cassatie
  12. De cassatie van het bestreden arrest strekt zich uit tot de arresten van 12 februari 2018 en 5 maart 2018 die er het gevolg van zijn. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest evenals de arresten van 12 februari 2018 en 5 maart 2018 die er het gevolg van zijn. Verklaart het arrest bindend aan de in tussenkomst gedaagde partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde arresten. Veroordeelt de verweerder tot de kosten van de betekening van de memorie van antwoord, houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.472,19 euro en op de som van 650,00 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat, en voor de verweerder op 889,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 19 december 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.