← België

LEO PEETERS VILVOORDE nv c. ING EQUIPMENT LEASE BELGIUM

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.9 Rolnummer: C.19.0167.N Zaak: LEO PEETERS VILVOORDE nv c. ING EQUIPMENT LEASE BELGIUM Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-01-10 Raadplegingen: 692 - laatst gezien 2026-06-28 06:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De derde wiens handelwijze kan worden aangemerkt als derde-medeplichtigheid aan contractbreuk is op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek gehouden tot vergoeding van de door de benadeelde contractant geleden schade indien de voorwaarden daartoe vervuld zijn; de benadeelde contractant kan aldus aanspraak maken op de vergoeding van de schade die hij lijdt ten gevolge van de wanprestatie, te weten het verlies van de voordelen die hij zou hebben verkregen zonder de wanprestatie van zijn medecontractant waaraan de derde medeplichtig is; de schade die een leasinggever lijdt bij de miskenning van het vervreemdingsverbod door de leasingnemer bestaat in het verlies van de waarde van de geleasede voertuigen ter voldoening van zijn schuldvordering op de leasingnemer. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Contractbreuk - Derde-medeplichtigheid - Schade - Gevolg Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Vrije woorden: Fout - Contractbreuk - Derde-medeplichtigheid - Leasingsovereenkomst - Aard Annotaties Publicaties: Rechtskundig Weekblad [RW] - BAEYENS, Sander; Noot "De zekerheidsfunctie van het eigendomsrecht van de leasinggever als grondslag voor het verrijkingsverbod bij leasing" - 2020-21, nr. 2, p. 56-

  1. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0167.N LEO PEETERS VILVOORDE nv, met zetel te 1800 Vilvoorde, Leuvensesteenweg 240, ingeschreven in het KBO onder het nummer 0476.297.417, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen ING EQUIPMENT LEASE BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, ingeschreven in het KBO onder het nummer 0427.980.034, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 december
  2. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. De derde wiens handelwijze kan worden aangemerkt als derde-medeplichtigheid aan contractbreuk is op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek gehouden tot vergoeding van de door de benadeelde contractant geleden schade indien de voorwaarden daartoe vervuld zijn. De benadeelde contractant kan aldus aanspraak maken op de vergoeding van de schade die hij lijdt ten gevolge van de wanprestatie, te weten het verlies van de voordelen die hij zou hebben verkregen zonder de wanprestatie van zijn medecontractant waaraan de derde medeplichtig is. De schade die een leasinggever lijdt bij de miskenning van het vervreemdingsverbod door de leasingnemer bestaat in het verlies van de waarde van de geleasede voertuigen ter voldoening van zijn schuldvordering op de leasingnemer.
  4. In het tussenarrest van 16 april 2018 en het bestreden eindarrest stellen de appelrechters vast en oordelen zij dat: - de verweerster (hierna: de leasinggever) tussen 6 april 2009 en 15 september 2009 leasingovereenkomsten sloot met ARCS met betrekking tot 7 autovoertuigen; - de leasinggever krachtens deze overeenkomsten "eigenaar [bleef] van alle geleasede voertuigen"; - ARCS in gebreke bleef de huurtermijnen te betalen en de verweerster de ontbinding vorderde van de overeenkomst; - ARCS op 5 december 2011 werd failliet verklaard; - de leasinggever de teruggave van de voertuigen vorderde; - de curator meedeelde dat de voertuigen niet konden worden aangetroffen; - gebleken is dat ARCS de voertuigen met miskenning van het eigendomsrecht van de leasinggever had verkocht aan de eiseres die deze in 2011 op haar beurt had doorverkocht aan D&K; - de eiseres "zich schuldig maakte aan derde-medeplichtigheid aan contractbreuk", namelijk de miskenning door ARCS van het vervreemdingsverbod in de leasingsovereenkomsten; - het gevolg hiervan is dat de leasinggever zijn "eigendoms- en revindicatierecht op deze voertuigen [...] niet meer kon laten gelden".
  5. De appelrechters die op grond hiervan oordelen dat de schade van de leasinggever bestaat in "het verlies van de prijs waaraan zij de zeven geleasede voertuigen had kunnen verkopen na ze te hebben gerevindiceerd indien [de eiseres] de in haar hoofde vastgestelde fout niet had begaan" en dienvolgens de eiseres veroordelen tot de door hen op 62.231,39 euro geraamde verkoopwaarde van de voertuigen zonder het bedrag van de nog openstaande schuldvordering van de leasinggever ten opzichte van haar medecontractant met betrekking tot deze voertuigen vast te stellen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  6. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 19 december 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.