← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191231.2N.3 Rolnummer: P.19.0477.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-01-10 Raadplegingen: 629 - laatst gezien 2026-06-28 14:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het verlies van de bijzondere bewijswaarde van de in een proces-verbaal opgenomen vaststellingen van de verbalisanten wegens het niet-tijdig toezenden van een afschrift van dit proces-verbaal aan de overtreder, heeft niet tot gevolg dat de rechter met die vaststellingen geen rekening mag houden of dat hij dat slechts mag doen indien die vaststellingen worden bevestigd door andere bewijsgegevens; het staat aan de rechter om onaantastbaar de bewijswaarde te beoordelen van vaststellingen die zijn opgenomen in een proces-verbaal dat geen bijzondere bewijswaarde heeft

(1).
(1)Cass. 26 september 2006, AR P.06.0572.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.6, AC 2006, nr.
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Proces-verbaal van vaststelling - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Niet-naleving termijn van toezending - Verlies bijzondere bewijswaarde - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Proces-verbaal van vaststelling - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Niet-naleving termijn van toezending - Verlies bijzondere bewijswaarde - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Bewijs - Strafzaken - Geschriften - Bewijswaarde - Proces-verbaal van vaststelling - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Niet-naleving termijn van toezending - Verlies bijzondere bewijswaarde - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0477.N V M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alex Buelens, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 25 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert miskenning aan van de algemene rechtsbeginselen van de bewijsregels in strafzaken: het bestreden vonnis neemt aan dat het proces-verbaal geen bijzondere bewijskracht heeft, maar oordeelt verder ten onrechte dat er geen elementen aanwezig zijn die eraan doen twijfelen dat de inlichtingen die in het proces-verbaal zijn opgenomen niet correct zijn; het behoort niet aan de eiser om het negatief bewijs te leveren dat er zaken niet correct zijn, maar wel aan het openbaar ministerie dat alles correct verlopen is.
  4. In zoverre het middel miskenning aanvoert van "de algemene rechtsbegin-selen van de bewijsregels in strafzaken", zonder de geviseerde algemene rechts-beginselen te vermelden, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  5. Het verlies van de bijzondere bewijswaarde van de in een proces-verbaal opgenomen vaststellingen van de verbalisanten wegens het niet-tijdig toezenden van een afschrift van dit proces-verbaal aan de overtreder, heeft niet tot gevolg dat de rechter met die vaststellingen geen rekening mag houden of dat hij dat slechts mag doen indien die vaststellingen worden bevestigd door andere bewijs-gegevens.
  6. Het staat aan de rechter om onaantastbaar de bewijswaarde te beoordelen van vaststellingen die zijn opgenomen in een proces-verbaal dat geen bijzondere bewijswaarde heeft.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de ap-pelrechters over de bewijswaarde van de in het proces-verbaal opgenomen vast-stellingen of een onderzoek van feiten vereist waarvoor het Hof geen bevoegd-heid heeft, is het niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet en artikel 27 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen (hierna KB 21 april 2007): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser dient aan te tonen dat zijn recht van verdediging is miskend ingevolge de laattijdige toezen-ding van het proces-verbaal van vaststelling; een inbreuk op artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet en artikel 27 KB 21 april 2007 maakt automatisch een mis-kenning van het recht van verdediging uit.
  10. De appelrechters oordelen niet dat de eiser het bewijs dient te leveren dat zijn recht van verdediging is miskend ingevolge de laattijdige toezending van een afschrift van het proces-verbaal van overtreding. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  11. De laattijdige toezending van een afschrift van het proces-verbaal van overtreding heeft niet automatisch de miskenning van het recht van verdediging tot gevolg. Dit is enkel het geval indien de overtreder als gevolg hiervan zijn verdedigingsmiddelen niet meer ten gepaste tijde kan doen gelden. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 59, § 3, en 63, § 3, Wegverkeerswet: de appelrechters nemen ten onrechte aan dat uit het proces-verbaal blijkt dat de eiser werd gewezen op zijn recht op het nemen van een bloedproef; dit blijkt niet uit dit proces-verbaal; de eiser betwist dat hem een Engelstalig formulier met "toelichting bij de ademanalyse" op een notebook is getoond, laat staan dat hij zou hebben geweigerd om het te lezen; de niet-miskenning van eisers recht van verdediging moet worden bewezen met feiten en met zekerheid.
  13. Het bestreden vonnis oordeelt met verwijzing naar feitelijke elementen en zonder enige onzekerheid dat eisers recht van verdediging niet is miskend. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  14. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter of vereist het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. F. Adriaensen S. Berneman E. Francis A. Lievens P. Hoet F. Van Volsem Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 31 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191231.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240925.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.