← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.2 Rolnummer: F.17.0039.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-02-12 Raadplegingen: 390 - laatst gezien 2026-06-19 01:04 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.2 Fiche Uit de samenhang van de artikelen 60, §1, eerste lid, en 61, §1, eerste en derde lid Btw-wetboek volgt dat de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken slechts kan worden geëist van degene die op grond van artikel 60 Btw-wetboek gehouden is tot bewaring ervan of van zijn lasthebber; wanneer degene die gehouden is tot bewaring een rechtspersoon betreft, dan kan de voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken rechtsgeldig gebeuren door het daartoe bevoegde orgaan van de rechtspersoon of door degene aan wie de rechtspersoon een daartoe strekkende volmacht heeft verleend of van wie de ambtenaren redelijkerwijze mochten veronderstellen dat hij hiertoe bevoegd was

(1).
(1)Zie conclusie OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Controlemaatregelen - Boeken en stukken - Verplichting tot bewaring en voorlegging - Rechtspersoon - Hoedanigheid van degene aan wie voorlegging moet worden gevraagd Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 60, § 1, eerste lid, en 61, § 1, eerste en derde lid - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de conclusie F.17.0039.N Conclusie van advocaat-generaal m.o. J. Van der Fraenen: (...)
  1. Bespreking van het eerste middel 2.
  2. Eiseres voert in het eerste middel de schending aan van de artikelen 105 en 170 van de Grondwet, 60 en 61, §1, WBTW, 61 en 517 van het Wetboek van Vennootschappen, alsook van het rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur en van het rechtsbeginsel dat een rechtspersoon uitsluitend rechtshandelingen stelt en vertegenwoordigd wordt door de organieke vertegenwoordiger. De kritiek van eiseres komt erop neer dat het hof van beroep niet wettig heeft beslist dat de uitvoering van de in artikel 61, §1, WBTW voorziene plichten in hoofde van de belastingplichtige zelf, zijnde een naamloze vennootschap, kunnen voltooid worden door een administratief personeelslid, en dus louter een aangestelde van de vennootschap, door de noodzakelijke actieve hulp te bieden tot voorlegging en kopiename van de geïnformatiseerde gegevens. Volgens eiseres blijkt uit de tekst van het artikel 61, §1, WBTW dat de er in opgenomen verplichting uitsluitend rust op diegene in het eerste lid bedoeld, m.n. diegene welke is gehouden boeken, facturen en andere stukken overeenkomstig art. 60 WBTW te houden. De verplichting tot voorlegging van geïnformatiseerde gegevens en het maken van kopieën, zou derhalve louter berusten op diegene welke het stuk onder zich heeft, wat neerkomt op de belastingplichtige voor BTW-doeleinden, welke niet te identificeren is met een individuele werknemer van de belastingplichtige. De administratie zou zich voor deze doeleinden louter kunnen wenden tot de BTW-plichtige of in geval van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, tot een persoon die gerechtigd is de vennootschap ten aanzien van derden te vertegenwoordigen. De voorleggingsplicht en medewerkingsverplichting vergt immers een rechtshandeling van de vennootschap; aldus eiseres. 2.
  3. Op grond van artikel 60 WBTW dienen de boeken, facturen en andere stukken, waarvan dit wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, te worden bewaard door hen die ze hebben gehouden, opgemaakt, uitgereikt of ontvangen. Luidens artikel 61, §1, eerste lid, WBTW is eenieder gehouden de boeken, facturen en andere stukken, die hij overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan. Artikel 61, §1, derde lid, WBTW bepaalt dat wanneer de boeken, facturen en andere stukken door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, die ambtenaren het recht hebben zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te doen voorleggen. Die ambtenaren kunnen eveneens degene in het eerste lid bedoeld verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting kopies te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan. 2.
  4. In tegenstelling tot het standpunt dat wordt verwoord in het eerste middel, meen ik dat er met het voorleggen van de boeken, facturen en stukken geen rechtshandeling gepaard gaat. Er is immers geen sprake van een handeling door de gecontroleerde die beoogt rechtsgevolgen te creëren. Eenieder (ook een niet BTW-belastingplichtige) heeft de wettelijke verplichting om stukken die overeenkomstig artikel 60 WBTW moeten worden bewaard aan de BTW-ambtenaren voor te leggen. Het voorleggen lijkt mij geen rechtshandeling maar een louter feitelijke handeling die geen wijziging brengt aan de rechtstoestand van de belastingplichtige en die m.i. in de schoot van de vennootschap, niet noodzakelijk door een orgaan hoeft te worden genomen. Er van uitgaan dat, wanneer de belastingplichtige een rechtspersoon is, het boekenonderzoek als bedoeld in artikel 61 WBTW enkel kan worden uitgevoerd in aanwezigheid of met instemming van de organen van de rechtspersoon, zou een voorwaarde toevoegen aan de wet die zij niet bevat. De finaliteit en efficiëntie van deze controlebevoegdheid dreigt overigens uitgehold te worden indien men als gevolg van de stelling verwoord in het eerste middel zou aanvaarden (bijvb. bij een onaangekondigde controle) dat de controlewerkzaamheden op dat ogenblik voor langere tijd moeten worden geschorst teneinde de vennootschapsorganen toe te laten ter plaatse te komen en desgevallend de nodige instemming tot voorlegging te geven. De belastingplichtige moet zich m.i. derwijze organiseren dat de voorlegging zonder nodeloos uitstel kan plaats vinden. Het lijkt mij dat een belastingplichtige vennootschap zich derhalve intern op een praktisch haalbare en proactieve wijze dient te organiseren (bijvb. door de werkprocessen vast te leggen omtrent de wijze waarop de werknemers dienen te reageren bij fiscale controle) indien zij de concrete invulling van de voorleggingsverplichting wil voorbehouden aan de vennootschapsorganen of uitdrukkelijk gevolmachtigden. De fiscale administratie die bij de controle ter plaatse van een vennootschap verzoekt om de voorlegging van boeken en stukken en daarbij de medewerking krijgt van een werknemer van de vennootschap, zonder dat deze werknemer op enige wijze voorbehoud maakt nopens zijn bevoegdheid ter zake, mag er m.i. van uitgaan dat deze werknemer gemachtigd is uitvoering te geven aan de wettelijke medewerkingsverplichting en dat deze medewerking rechtmatig geschiedt. 2.
  5. Bovendien kan de voorleggingsverplichting ook niet los gezien worden van het geheel van de controlebevoegdheden waarover de administratie beschikt
(1). In een arrest van 16 december 2003 heeft Uw Hof beslist dat uit het onderling verband tussen artikel 61 WBTW en 63 WBTW (inzake het visitatierecht) volgt dat artikel 63 beoogt aan de bevoegde ambtenaren een onderzoeksbevoegdheid te verlenen die zij niet putten uit artikel 61 en dat zij met name krachtens artikel 63 het recht hebben na te gaan welke boeken en stukken zich bevinden in de ruimte waar de activiteit wordt uitgeoefend alsook de boeken en stukken die zij aldaar aantreffen te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging van die boeken en stukken te moeten verzoeken
(2). Hieruit volgt m.i. dat in het geval de controleambtenaren ter plaatse gaan (de belastingplichtige is tot voorlegging gehouden op basis van artikel 61 WBTW "zonder verplaatsing", zodat deze niet verplicht kan worden de boeken en bescheiden naar het belastingkantoor te brengen) en toegang verleend krijgen tot de ruimten waar de bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend (verplichting ex artikel 63 WBTW), zij even goed de stukken en boeken mogen onderzoeken die zich daar bevinden, zonder voorafgaand de voorlegging uitdrukkelijk te moeten vragen. Het lijkt mij dat de wetgever niet de bedoeling kan hebben gehad een dermate discrepantie in uitoefeningsvoorwaarden van de controlebevoegdheid in te bouwen dat tijdens eenzelfde controle ter plaatse, bij het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van artikel 63 WBTW (waarbij de administratie een actieve rol opneemt) er voorafgaand geen voorlegging moet worden gevraagd en de aangetroffen boeken mogen worden onderzocht, terwijl daarentegen voor de onderzoeksbevoegdheden bij toepassing van artikel 61 WBTW (waarbij de administratie een eerder passieve rol opneemt en die derhalve minder verregaand zijn) een voorafgaand verzoek tot voorlegging gericht zou moeten worden aan de vennootschapsorganen. Het middel dat er van uitgaat de medewerkingsverplichting in het kader van artikel 61, §1 WBTW enkel kan worden voldaan mits de vennootschapsorganen daartoe worden aangezocht, faalt m.i. naar recht. (....) 5. Besluit: VERWERPING ____________________
(1)Voor een kernachtig overzicht hiervan zie VANDEBERGH, H., "Het zogenaamde visitatierecht van de fiscus: een verkeerde discussie", TFR, 2014, nr. 465, p. 579-580.
(2)Cass. 16 december 2003, AR P.03.1087.N, AC 2003, nr. 653, ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.47. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190125.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190125.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.47 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.