← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190201.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 01 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190201.1 Rolnummer: C.18.0208.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht - Handelsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2019-02-13 Raadplegingen: 269 - laatst gezien 2026-06-28 09:00 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190201.1 Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van artikel 530, §2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, zoals hier toepasselijk, en artikel 38, §3octies, 8°, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid volgt dat met de " op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen " worden bedoeld de bijdragen die verschuldigd zijn door de failliet verklaarde vennootschap en niet deze die verschuldigd zijn door de twee of meerdere vennootschappen die in de loop van de vijf voorafgaande jaren werden failliet verklaard; een bestuurder kan bijgevolg met toepassing van artikel 530, §2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen enkel aansprakelijk worden gesteld voor de sociale-zekerheidsschulden van de laatst failliet verklaarde vennootschap en niet voor de schulden van de eerder failliet verklaarde vennootschappen ook al was hij bij die faillissementen betrokken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Faillissement - Op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen - Begrip - Omvang - Aansprakelijkheid bestuurder - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Wet - 29-06-1981 - Art. 38, § 3octies, 8° - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Faillissement - Op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen - Begrip - Omvang - Aansprakelijkheid bestuurder - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Wet - 29-06-1981 - Art. 38, § 3octies, 8° - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Vrije woorden: Faillissement - Op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen - Begrip - Omvang - Aansprakelijkheid bestuurder - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Wet - 29-06-1981 - Art. 38, § 3octies, 8° - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Annotaties Publicaties: Revue de Droit Commercial Belge [R.D.C.] - DAVID, Wim; Observations 'La Cour de cassation fixe les limites de l’action en comblement de passif au profit de l’ONSS' - 2019, n° 10, p. 1268-
  1. Tekst van de conclusie C.18.0208.N Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem: I. SITUERING
  2. Eiser was afgevaardigd bestuurder van de (sedert 2 maart 2015) failliet verklaarde NV VERSTRAELEN. Hij was (respectievelijk als zaakvoerder en als afgevaardigd bestuurder) tevens betrokken bij minstens nog twee andere faillissementen met sociale zekerheidsschulden.
  3. Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiser ongegrond en bevestigt het vonnis a quo waarbij hij veroordeeld werd tot betaling van het bedrag van de schulden ten aanzien van de RSZ, niet enkel in het faillissement van de huidige NV, maar ook in de twee vorige faillissementen. Het door eiser aangevoerde verweermiddel dat de vordering diende verminderd te worden tot de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd in het huidige faillissement werd daarbij door de appelrechter verworpen. II. BESPREKING VAN HET MIDDEL.
  4. Overeenkomstig artikel 530, §2, van het Wetboek van Vennootschappen (W. Venn.) kunnen gewezen en feitelijke bestuurders voor niet-betaalde RSZ-schulden aansprakelijk worden gesteld. Met name kunnen zij onder bepaalde voorwaarden persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  5. Om de bestuurder aansprakelijk te stellen, is vereist dat hij een grove fout heeft begaan die aan de basis lag van het faillissement, dan wel dat hij in die periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring reeds betrokken was bij minstens twee faillissementen, vereffeningen of soortgelijke operaties met schulden ten aanzien van een inningsinstelling van de sociale zekerheidsbijdragen (Art. 38, §3 octies, 8°, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid). In dit laatste geval gaat het om een objectieve aansprakelijkheid aangezien geen (grove) fout moet worden aangetoond
(1).
  1. Aan de orde in de huidige zaak is de interpretatie in artikel 530, §2, W. Venn. van de woorden "persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter (uitvoeringsbesluit RSZ-wet)".
  2. De appelrechter oordeelt in dat kader (p. 9, al. 2) dat er in deze geen motief voorhanden is om het bedrag van de vordering te beperken tot enkel de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd in het faillissement van de NV VERSTRAELEN, nu er in artikel 530, §2, W. Venn. ondubbelzinnig sprake is van "alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter van het KB van 28 november 1969".
  3. Kan deze lezing overtuigen? Volgens eiser is dit niet het geval, in zoverre (cf. de voorziening p. 6, al. 2) uit de samenlezing van de aangevoerde wetsbepalingen voortvloeit dat de wetgever met de bewuste passage enkel bedoelt de sociale bijdragen, bijdrageopslagen en intresten die verschuldigd zijn door de laatst failliet verklaarde vennootschap en niet deze die verschuldigd zijn door de twee of meerdere vennootschappen die in de loop van vijf jaar daaraan voorafgaand failliet werden verklaard met schulden tegenover een instelling die sociale zekerheidsbijdragen int tot gevolg, ook al was de aangesproken bestuurder bij die eerdere faillissementen betrokken.
  4. Enkele argumenten lijken mij alleszins voor de mogelijkheid van een andere interpretatie dan deze van de appelrechter te pleiten.
  5. Zo is er het tekstargument "alle" waarop de appelrechter zich baseert. Met de uitdrukking "geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen..." geeft de wetgever naar mijn oordeel aan dat de rechter soeverein oordeelt over de omvang van de aansprakelijkheid. Immers, waar het Grondwettelijk Hof in zijn rechtspraak
(2)beklemtoont dat de rechtbank (van koophandel) dient te oordelen of de wettelijke voorwaarden voor de persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid zijn vervuld, en met name na te gaan of de betrokken bestuurders in de periode van vijf jaar voorafgaand aan een nieuw faillissement betrokken zijn geweest bij minstens twee andere faillissementen met schulden t.a.v. een inningsinstelling van de sociale zekerheidsbijdragen, voegt het daaraan toe dat doordat de in het geding zijnde bepalingen erin voorzien dat de personen die zij beogen persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld "voor het geheel of een deel van de sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding", zij bovendien de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de curator in staat stellen de mate van die hoofdelijkheid te bepalen, en moet de rechtbank, in rechte en in feite, de omvang van de verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding kunnen beoordelen op basis van de bij haar ingestelde vordering. Ten aanzien van de omvang van de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen en supplementen heeft de bevoegde rechtbank, bij de behandeling van de ingestelde vordering, derhalve eenzelfde beoordelingsbevoegdheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de curator
(3).
  1. Nu in die interpretatie volgens het Grondwettelijk Hof aan de betrokken bestuurders en de gewezen bestuurders de toegang tot een rechter met volle rechtsmacht gewaarborgd is, zou het naar mijn aanvoelen dan ook verkeerd zijn om de uitdrukking "geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen" te lezen als een expliciete keuze van de wetgever om de bestuurder mogelijks aansprakelijk te stellen voor de RSZ-schulden in "alle" faillissementen.
  2. Een ander aspect betreft de aansprakelijkheidsvordering: in zoverre deze toekomt aan de RSZ of aan de curator
(4), wordt inzake de procedure in de rechtsleer benadrukt
(5)dat de rechtbank waarbij de eis van de RSZ aanhangig is gemaakt, de uitspraak niet moet opschorten tot de sluiting van de faillissementen naar aanleiding waarvan de RSZ zijn recht laat gelden of de voorgaande faillissementen met een RSZ-schuld. De artikelen 265, §2, (BVBA), 409, §2, (CVBA) en 530, §2, (NV) W. Venn. hebben immers tot gevolg dat de organen van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk worden gemaakt met de gefailleerde vennootschap voor de betaling van het tekort dat tegenover de RSZ bestaat op de datum van het faillissement, en deze hoofdelijkheid impliceert dat de RSZ niet gehouden is de sluiting van het faillissement af te wachten, maar onmiddellijk kan optreden tegen de bestuurder die hoofdelijk medeschuldenaar is die vervolgens gesubrogeerd wordt in zijn rechten ten aanzien van het faillissement.
  1. Aldus kan een bestuurder van een vennootschap (hoofdelijk) aansprakelijk worden gesteld voor de RSZ-schulden van die vennootschap, zonder dat die hoofdelijkheid zich uitstrekt tot de RSZ-schulden van andere vennootschappen, ook al was de bestuurder betrokken bij het faillissement van die vennootschappen. De bestuurder aansprakelijk stellen voor de RSZ-schulden van alle vennootschappen valt m.i. derhalve moeilijk te rijmen met het systeem van de hoofdelijkheid/subrogatie waarvan hierboven sprake.
  2. Wanneer, tot slot, de aansprakelijkheidsvordering door de curator wordt ingesteld, dan moet - zoals m.i. terecht door de eiser wordt benadrukt (p. 6, al. 1, van de voorziening) - rekening worden gehouden met de bevoegdheid van de curator in de mate dat uit de artikelen 16, 49, 51 en 52 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 voortvloeit dat deze niet kan optreden namens een faillissementsboedel waarover hij niet werd aangesteld noch de gemeenschappelijke rechten kan uitoefenen van de schuldeisers in een ander faillissement dan dit waarover hij werd aangesteld en evenmin bedragen kan betalen aan andere schuldeisers dan deze van de gefailleerde over wiens boedel hij werd aangesteld.
  3. Ook op grond van dit argument kan m.i. aldus verdedigd worden dat de curator van een vennootschap de aansprakelijkheid van haar bestuurder voor RSZ-schulden enkel kan inroepen voor wat de RSZ-schulden van die vennootschap zelf betreft, en niet voor die van andere vennootschappen, ook al is de bestuurder bij het faillissement van die vennootschappen betrokken.
  4. Op grond van voormelde argumenten komt het mij dan ook voor dat de appelrechter, door te oordelen dat er geen reden bestaat om eisers' vordering te herleiden tot de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd in het faillissement van de NV VERSTRAELEN, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt, en dat het middel derhalve gegrond is. III. CONCLUSIE: VERNIETIGING. _________________________
(1)Cass. 24 maart 2016, AR C.15.0166.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.13, AC 2016, nr. 217, met concl. OM.
(2)GwH 17 september 2009, nr. 2009/139; GwH 8 mei 2014, nr. 2014/79; GwH 25 september 2014, nr. 2014/133.
(3)Zie ook Cass. 24 maart 2016, AR C.15.0166.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.13, AC 2016, nr. 217, met concl OM.
(4)M. WAUTERS, Nieuwe ontwikkelingen inzake aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders, in Themis. Vennootschaps- en financieel recht, Brugge, die Keure, 2008, p. 72, nr. 20.
(5)B. TILLEMAN en N. VAN DAMME, Externe bestuurdersaansprakelijkheid wegens fiscale en sociale schulden bij faillissement, in Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen IV, Antwerpen, Intersentia, 2017, p. 348, nr. 124. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190201.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190201.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.