← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190222.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190222.5 Rolnummer: F.18.0034.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2019-03-13 Raadplegingen: 511 - laatst gezien 2026-06-18 21:56 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190222.5 Fiche 1 Voor de belastbaarheid van inkomsten wordt geen onderscheid gemaakt naargelang zij al dan niet de opbrengst vormen van een geoorloofde activiteit; verduisterde gelden kunnen bijgevolg als belastbare inkomsten worden aangemerkt

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Algemeen Vrije woorden: Verduisterde gelden - Belastbaarheid - Voorwaarden Fiche 2 De omstandigheid dat verduisterde gelden moeten worden terugbetaald, doet geen afbreuk aan het feit dat die gelden effectief het vermogen van degene die zich de gelden onrechtmatig heeft toegeëigend, heeft verrijkt; in het belastbaar tijdperk waarin de teruggaveverplichting wordt gerealiseerd, vormt de terugbetaling van aan belasting onderworpen verduisterde gelden een fiscaal aftrekbare kost
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Vrije woorden: Verduisterde gelden - Teruggave - Aftrekbaarheid Fiche 3 De combinatie van het belasten van verduisterde gelden met de veroordeling tot vergoeding van de burgerlijke partij in een correctionele procedure, leidt niet tot een onevenredige aantasting van het eigendomsrecht van de veroordeelde partij; terugbetalingen van onrechtmatige inkomsten die verkregen zijn tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid en aan belasting zijn onderworpen, zijn immers aftrekbare beroepskosten
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: Artikel 1, Aanvullend protocol - Combinatie van het belasten van verduisterde gelden met de veroordeling tot vergoeding van de burgerlijke partij - Eigendomsrecht - Aantasting - Evenredigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 1, aanvullend protocol - 59 Link Justel databank 19501104-59 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Fiscaal Recht [TFR] - DE TROYER, Ilse; PLETS, Nicole; Noot "Belasting op onrechtmatige inkomsten en aftrek in geval van terugbetaling: is de samenhang volledig gewaarborgd?" - 2019, nr. 564, p. 626-629 Tekst van de conclusie F.18.0034.N Conclusie van advocaat-generaal m.o. J. Van der Fraenen:
  1. Situering Uit de vaststellingen van het bestreden arrest blijkt dat eiser strafrechtelijk werd veroordeeld voor het verduisteren - in de periode 2001 tot maart 2003 - van gelden die hem door klanten van Mercator Bank N.V. werden overhandigd in het kader van de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid. Verweerder heeft na inzage van het betreffende strafdossier aanvullende aanslagen in de personenbelasting gevestigd voor de aanslagjaren 2002, 2003 en 2004, waarbij de verduisterde gelden werden belast als baten, en heeft daarbij tevens een belastingverhoging van 200% opgelegd. Bij directeursbeslissing van 17 februari 2010 werd het bezwaar van eiser afgewezen. De bestreden aanslagen werden bevestigd bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge dd. 21 december 2015, behoudens wat de opgelegde belastingverhoging betreft die werd gereduceerd tot 10%. Het hoger beroep van eiser tegen het vonnis van de eerste rechter werd ongegrond verklaard bij arrest van het hof van beroep te Gent dd. 3 oktober
  2. Het cassatieberoep van eiser tegen dit arrest maakt het voorwerp uit van de huidige cassatieprocedure. Eiser voert in zijn verzoekschrift vier middelen tot cassatie aan. (...)
  3. Bespreking van het tweede middel EERSTE ONDERDEEL EN TWEEDE ONDERDEEL 3.
  4. In het eerste onderdeel voert eiser aan dat bij gebrek aan afwijkende definitie van het inkomensbegrip in het fiscaal recht, het civielrechtelijk inkomens- of "vruchten" begrip geldt dat een eigendomsrecht, een deugdelijk bezit te goeder trouw en een vrij beschikkingsrecht veronderstelt. In het voorliggende geval is er geen bezit ter goeder trouw, gezien eiser zich de gelden op onrechtmatige wijze heeft toegeëigend, en is er een terugbetalingsverplichting van de verduisterde gelden, zodat van een inkomen geen sprake is. Door te oordelen dat de verduisterde gelden in hoofde van eiser belastbare inkomsten (en meer bepaald winst) uitmaken, schendt de appelrechter volgens eiser de artikelen 1, §1, 1°, en 6, lid 1 en lid 2, 3°, WIB92 en de artikelen 544, 546, 2228 en 2229 B.W. alsook artikel 170, §1, Gw. 3.
  5. In het tweede onderdeel komt eiser op tegen het oordeel van de appelrechter dat de verduisterde gelden belastbaar zijn als "inkomsten uit winstgevende bezigheden". Volgens eiser is het beroepsmatig karakter van de verduisterde gelden uitgesloten, bij gebrek aan oorzakelijk verband met de beroepsuitoefening, en doordat de verduisterde gelden geen tegenprestatie vormen voor welke prestatie dan ook en behept zijn met een terugbetalingsplicht (Schending van de artikelen 1; 23, §1, 2°; 27 WIB92 en 170, §1 Gw.). 3.
  6. Anders dan in het eerste onderdeel wordt aangevoerd, bepaalt het WIB92 (zie artikel 23 e.v.) zelf wat onder "beroepsinkomsten" moet worden verstaan. Dat de eigendomsvereiste verbonden aan het civielrechtelijk inkomens- of "vruchten" begrip ook in acht zou moeten worden genomen om te bepalen of er in hoofde van een belastingplichtige sprake is van een beroepsinkomen vindt geen steun in het WIB
  7. 3.
  8. Aan de mogelijke belastbaarheid op zich van verduisterde gelden kan m.i. niet worden getwijfeld: zowel de wetgever, de rechtspraak als de rechtsleer zijn het er over eens dat voor de belastbaarheid van inkomsten geen onderscheid moet worden gemaakt naargelang de inkomsten de opbrengst vormen van een geoorloofde activiteit of de handeling die aan de basis ligt van de inkomsten al dan niet verboden of strafbaar is. Voor zover de fiscale wet zelf geen onderscheid maakt, moet zij worden toegepast op geoorloofde en ongeoorloofde verrichtingen. M.a.w. wanneer de wet aan een bepaald feit als dusdanig fiscale gevolgen vastknoopt, geeft dat feit aanleiding tot belastingheffing, ook wanneer het zou tot stand gekomen zijn in overtreding van een wettelijke bepaling of middels het plegen van een misdrijf
(1). Evenwel kan er slechts sprake zijn van een belastbaar beroepsinkomen als er een verrijking, zijnde een toename van het vermogen, plaats vindt in hoofde van de belastingplichtige. In het geval van de kwalificatie als baten, zoals in voorliggend geval, zal het beroepsinkomen verkregen worden op het moment van de werkelijke inning
(2). Het loutere feit dat de verduisterde gelden in beginsel moeten worden terugbetaald, doet geen afbreuk aan het feit dat die gelden effectief het vermogen hebben verrijkt van de belastingplichtige zodra hij zich die gelden ten nadele van een derde onrechtmatig heeft toegeëigend. Indien de teruggaveverplichting op het einde van het betrokken belastbaar tijdperk niet is gerealiseerd, blijven de aldus verworven inkomsten tot de belastbare grondslag van de belastingplichtige behoren. Dit vloeit m.i. voort uit het eenjarigheidsprincipe inzake inkomstenbelastingen (zoals in voorliggend geval vervat in artikel 200 K.B WIB92). Pas in het belastbaar tijdperk van de teruggave aan de benadeelden van de verduisterde sommen die als beroepsinkomsten belastbaar zijn in hoofde van de veroordeelde belastingplichtige, zullen deze sommen als beroepskost in mindering kunnen worden gebracht van de belastingen die deze laatste is verschuldigd
(3). Het middel, in zijn beide onderdelen, faalt m.i. naar recht.
  1. Bespreking van het derde middel 4.
  2. In het derde middel voert eiser de schending aan van de artikelen 170, §1, Gw., 6 EVRM, 1 van het Aanvullend Protocol bij het EVRM en 49 WIB
  3. Volgens eiser worden voormelde bepalingen geschonden door het oordeel van de appelrechter dat de combinatie van de taxatie van de verduisterde sommen met de veroordeling tot het vergoeden van de burgerlijke partij in de correctionele procedure geen miskenning uitmaakt van het recht op een eerlijk proces of het recht op eigendom. 4.
  4. Het in het derde middel geviseerde oordeel van de appelrechter heeft m.i. geen uitstaans met het recht op een eerlijk proces. In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 6 EVRM lijkt het mij niet-ontvankelijk. 4.
  5. De combinatie van de taxatie van de verduisterde sommen met de veroordeling tot vergoeding van de burgerlijke partij in een correctionele procedure, levert m.i. geen onevenredige aantasting van het eigendomsrecht op. Zoals werd uiteengezet bij de bespreking van het tweede middel zijn de terugbetalingen van onrechtmatige inkomsten die werden belast als beroepsinkomsten, fiscaal aftrekbaar als beroepskost in het belastbaar tijdperk van de terugbetaling. In zoverre lijkt het middel mij te berusten op een onjuiste rechtsopvatting en te falen naar recht. (...)
  6. Besluit: VERWERPING. ___________________
(1)Concl. van procureur-generaal THIJS, D. bij Cass. 28 april 2016, AR F.15.0078.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160428.3-F.16.0003.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160428.3, AC 2016, nr. 290, ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160428.3.
(2)TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht, 2017/2018, Mechelen, Wolters Kluwer, 2017, nrs. 1092 en 1108.
(3)Over het principe van de aftrek als beroepskost zie. Cass. Verenigde Kamers, 22 november 2013, AR F.10.0036.F, AC 2013, nr. 626, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131122.1; Cass. 24 maart 2017, AR F.15.0155.N, AC 2017, nr. 209, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170324.3. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190222.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190222.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131122.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160428.3 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160428.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170324.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.