← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 01 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1 Rolnummer: C.16.0430.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-03-21 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-06-29 07:34 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190301.1 Fiche 1 Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld; een anderstalige passage in een conclusie die louter verduidelijkend of illustratief is, vormt geen wezenlijk onderdeel van de argumentatie en schendt de Taalwet niet

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Akte van rechtspleging - Taal van de rechtspleging - Anderstalige passage in een conclusie - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiche 2 Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van dit artikel, wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) Vrije woorden: Voorwaarden - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 31 Tekst van de conclusie C.16.0430.N Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem: I. SITUERING
  1. De betwisting kadert in het procedureverloop van deze zaak waarbij enerzijds (eerste middel) de conclusie van eiseres (en van de daaraan gehechte inventaris) door het tussenarrest nietig werd verklaard in het raam van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken, en anderzijds (tweede middel) het eindarrest het hoger beroep van eiseres vanwege onsplitsbaarheid van het geschil ontoelaatbaar beoordeelt. II. BESPREKING VAN DE MIDDELEN.
  2. Voor de rechtspleging en al de akten van rechtspleging moet in hoger beroep de taal worden gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld. Die regel is voorgeschreven op straf van nietigheid, die van ambtswege door de rechter wordt uitgesproken
(1). 2. Dit is het geval voor een appelconclusie die onder de akten van rechtspleging valt
(2). 3. Volgens de vaste rechtspraak van uw Hof
(3)wordt een akte van rechtspleging geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld, wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld of, in het geval een aanhaling in een andere taal van de rechtspleging is opgenomen, wanneer in de akte tevens de vertaling of de zakelijke inhoud ervan in de taal van de rechtspleging is weergegeven. 4. Reeds eerder
(4)oordeelde uw Hof dat wanneer een akte van rechtspleging tevens argumenten ter ondersteuning van de grieven bevat, deze behoren tot de grieven die in het debat worden gebracht en ze eveneens dienen gesteld te zijn in de taal van de rechtspleging. 5. Nochtans hoeft niet elk anderstalig woord in een procesakte te leiden tot nietigheid van de akte. Als voorwaarden voor de nietigheid heeft het Hof in zijn rechtspraak gesteld dat het moet gaan om een anderstalig woord, waarvan de zinvolle vertaling mogelijk is, dat in de procesakte zelf is opgenomen en waarvan het een wezenlijk onderdeel moet uitmaken
(5). 6. Er kunnen in een akte van de rechtspleging dus ook "overbodige" anderstalige woorden en tekst voorkomen die niet horen bij de essentie van de wettelijke vormvoorwaarden of inhoud van de akte
(6).
  1. In die context stel ik mij dan ook de vraag naar de beoordeling van dergelijke aangelegenheid wanneer, zoals in deze, eiseres erop wijst dat bewuste anderstalige passages geen wezenlijk onderdeel van haar betoog vormen en de in die conclusies ontwikkelde middelen dan ook zonder die woorden, passages en voetnoten voor elke lezer begrijpbaar zouden zijn.
  2. In zoverre de gewraakte passages aldus niet zouden beletten de in de conclusie ontwikkelde middelen genoegzaam te begrijpen en het inderdaad niet (essentieel) ondersteunende elementen betreft die louter ter verduidelijking, toelichting of illustratie zijn vermeld
(7), kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat het bestreden tussenarrest hier - zonder het eigenlijke karakter en de aard van de anderstalige passussen en toevoegingen in dat kader en die zin vast te stellen en te beoordelen - zijn beslissing niet naar recht verantwoordt. 9. Waar daarbij eveneens niet uit het oog mag worden verloren dat uit de rechtspraak van uw Hof tevens nog volgt dat het gebruik van anderstalige benamingen en begrippen of uitdrukkingen in se geen schending van de Taalwet Gerechtszaken betreft voor zover deze berusten op een letterlijke overname ervan uit algemeen gebruikte en ingeburgerde terminologie op het vlak van wetgeving, bedrijfsovereenkomsten en titulatuur
(8), ben ik in de huidige context dan ook geneigd om het eerste middel, in zijn tweede onderdeel, als gegrond te beoordelen. 10. Tweede en derde verweerster voeren tegen dit middel weliswaar een grond van niet-ontvankelijkheid aan, gebaseerd op een gebrek aan belang, maar de slaagkansen tot vernietiging van een zaak (in casu het tussenarrest) moeten m.i. wel degelijk afzonderlijk en objectief worden beoordeeld en dus niet op basis van een middel tegen een navolgend arrest (in casu het eindarrest)
(9), zodat voormelde grond dan ook dient verworpen te worden. 11. Nu het eindarrest in deze (dat het hoger beroep van eiseres ontoelaatbaar verklaart op grond van artikel 1053, eerste lid, Ger. W.) m.i. als dusdanig niet het gevolg is van het eerder gewezen tussenarrest (dat de conclusie van eiseres bij toepassing van artikel 40 Taalwet gerechtszaken nietig verklaart), komt het mij voor dat wat de omvang en draagwijdte van het cassatieberoep betreft beide middelen dienen behandeld te worden
(10).
  1. Het tweede middel heeft betrekking op het eindarrest dat het hoger beroep ontoelaatbaar verklaarde op grond van de vaststelling dat het geschil onsplitsbaar is in de zin van artikel 31 Ger. W.
  2. Een geschil is in de zin van dat artikel enkel onsplitsbaar wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn.
  3. In deze oordeelde de appelrechter dat het geschil onsplitsbaar is nu de gezamenlijke tenuitvoerlegging van een beslissing waarbij bepaald wordt dat hoegenaamd geen herstelling van de biogasinstallatie kan worden opgelegd en die van een beslissing waarbij diezelfde herstelling van diezelfde installatie wel werd opgelegd, materieel onmogelijk is.
  4. Het komt mij evenwel voor dat een arrest dat tussen eiseres en de eerste verweerster zou beslissen dat de vordering van deze laatste tot herstel van haar biogasinstallatie ongegrond is, de uitvoering van de beschikking van 3 juni 2015 niet belet, dat de eiseres ten opzichte van de tweede en derde verweerster tot herstel van die installatie zou veroordelen. Het arrest zal naar mijn aanvoelen immers enkel gelden in de verhouding tussen eiseres en eerste verweerster, terwijl de beschikking in een afzonderlijk geding blijft gelden in de verhouding tussen enerzijds de eiseres en anderzijds de tweede en derde verweerster (die met eiseres gelijklopende belangen hiertoe hebben). Het arrest vormt m.i. als zodanig dan ook geen materieel obstakel voor de uitvoering van de beschikking door de tweede en de derde verweerster, nu het enkel geldt ten opzichte van eerste verweerster.
  5. Ook in zoverre komt het tweede middel mij, als zijnde niet naar recht verantwoord, derhalve gegrond over.
  6. Waar eerste verweerster hiertegen een grond van niet-ontvankelijkheid opwerpt, in zoverre eiseres niet correct en onvolledig de als zodanig geschonden wetsbepalingen aanvoert, ben ik van mening dat deze grond dient verworpen te worden, nu in de door eiseres ter zake aangevoerde grief (p. 11 van de voorziening in cassatie) wel degelijk de juiste juridische omschrijving daartoe conform artikel 1053 Ger. W. wordt aangegeven. III. CONCLUSIE: VERNIETIGING van de bestreden arresten. ________________________
(1)Art. 24 en 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken (Taalwet Gerechtszaken).
(2)Cass. 22 januari 1988, AR nrs 5379 en 5638, AC 1987-88, nr. 314.
(3)Cass. 29 september 2011, AR C.10.0176.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110929.6, AC 2010, nr. 513, met concl. van advocaat-generaal VANDEWAL.
(4)Cass. 16 november 2009, AR C.09.0254.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091116.7, AC 2009, nr. 666, met concl. van advocaat-generaal MORTIER; Cass. 18 oktober 2004, AR C.03.0575.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4, AC 2004, nr. 487.
(5)D. LINDEMANS, De eentalige akte in Gerechtstaalwet, P&B 2008, 321-333.
(6)Zie concl. van advocaat-generaal DECREUS voor Cass. 16 december 2014, AR P.14.1048.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141216.3, AC 2014, nr. 797.
(7)Cass. 17 juni 2010, AR C.09.0199.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100617.2, AC 2010, nr. 434.
(8)Cass. 29 augustus 1995, AR P.95.0864.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950829.2 en P.95.1602.F, AC 1995, nr. 358; Cass. 7 maart 2005, AR S.04.0103.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050307.3, AC 2005, nr. 139; Cass. 16 maart 2007, AR C.06.0067.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.3, AC 2007, nr. 143; Cass. 20 februari 2009, AR C.07.0250.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.14, AC 2009, nr. 144.
(9)Vgl. Cass. 30 september 2009, AR P.08.1102.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090930.7, AC 2009, nr. 535.
(10)Cass. 6 september 2007, AR C.06.0345.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070906.2, AC 2007, nr. 388; Cass. 24 september 2007, AR C.06.0094.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070924.2, AC 2007, nr. 427. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190301.1 citeert: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950829.2 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050307.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070906.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070924.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.14 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090930.7 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091116.7 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100617.2 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110929.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141216.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.