← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.1 Rolnummer: C.15.0035.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-04-05 Raadplegingen: 480 - laatst gezien 2026-06-28 20:25 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.1 Fiches 1 - 2 Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OORZAAK - Middellijke of onmiddellijke oorzaak Vrije woorden: Getroffene - Reeds bestaande toestand - Gevolg Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Vrije woorden: Schade - Oorzakelijk verband - Volledige vergoeding - Getroffene - Reeds bestaande toestand - Invloed Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor gezondheidsrecht [T.Gez.] - D’HONDT, Lies; Noot 'Verergering van de vooraf bestaande toestand, datum inwerkingtreding Wet Patiëntrechten en definitieve (?) afwijzing “onvoorbereidheidsschade”" - 2019-2020, nr. 5, p. 329-
  1. Tekst van de conclusie C.15.0035.N Conclusie van de Advocaat-generaal Vanderlinden:
  2. Eisers tot cassatie komen op tegen een arrest van het Hof van beroep te Antwerpen, gewezen op 26 mei
  3. Door eisers worden er zes middelen aangevoerd.
  4. Wat betreft het eerste middel. A. Probleemstelling. In het eerste middel betreft het de vraag naar de omvang van de te vergoeden schade. Meer in het bijzonder de problematiek of bij de begroting van de vergoedbare schade de vooraf bestaande schade mee in rekening dient te worden gebracht. Dus is de kernvraag wat met de schade die reeds bestond op het ogenblik dat de onrechtmatige daad zich voordeed. Het standpunt van eisers tot cassatie is dat deze voorafgaande schade mee in rekening dient te worden gebracht bij het bepalen van de schadevergoeding. B. Beoordeling. Ik deel ter zake het standpunt van eisers tot cassatie niet. Bij de beoordeling van huidige zaak dient onder de aandacht gebracht te worden dat er drie onderscheiden soorten situaties zijn die niet met elkaar verward mogen worden. Zo zijn er: "voorbestemdheid", "voorafbestaande schade" en "verhaasting van een voorafbestaande schade"
(1). In de casus die ons aanbelangt, gaat het over een "voorafbestaande schade". Voor de duidelijkheid worden beide andere tevens, kort, in ogenschouw genomen. Zo is er vooreerst de "voorbeschiktheid". Hier gaat om een pathologische voorbeschiktheid. Het klassieke voorbeeld ter zake is het slachtoffer met de eierschaalschedel
(2). Bij de voorbeschiktheid is er, voordat de onrechtmatige daad plaats had, nog geen schade. Door de onrechtmatige daad loopt het slachtoffer, ingevolge zijn predispositie, een schade op die niet voorzienbaar was. Dit sluit echter niet uit dat er tot volledige schadevergoeding moet worden overgegaan. Het risico op de hogere schade rust bij de schadeverwekker. Deze regel kent wel een uitzondering. Er is geen integrale herstelplicht indien de gevolgen zich ook zouden hebben voorgedaan bij afwezigheid van de onrechtmatige daad
(3)
(4). De andere situatie is de "verhaasting van een voorafbestaande schade". Hier betreft het een schade die zich vroeger verwezenlijkt, ingevolge de onrechtmatige daad. Dus de schade zou zich zonder de onrechtmatige daad ook hebben voorgedaan doch door deze daad werd zij versneld
(5). Het klassieke voorbeeld is hier de terminale kankerpatiënt die ingevolge een medische fout komt te overlijden.
(6)Hetgeen vergoed dient te worden, betreft het versneld intreden van wat toch onvermijdelijk zou zijn geweest. Dus de aansprakelijkheid bestaat in de vervroegde verwezenlijking van de schade
(7). Indien het trauma geen invloed heeft op de bestaande toestand dan is er geen causaal verband en dus ook geen vergoedingsplicht
(8). De zaak die ons aanbelangt is, zoals hoger gesteld de derde categorie zijnde een "vooraf bestaande schade". De vraag is, wat moet er met die vooraf bestaande schade gebeuren indien zich een onrechtmatige daad voordoet waardoor er een andere schade ontstaat. Dient de eerst genoemde schade mee in rekening te worden gebracht? In de doctrine wordt het volgende gehanteerd om het begrip schade te omschrijven: "Nauwkeuriger wordt de schade ontleed als de uitkomst tussen twee toestanden: de huidige toestand van de benadeelde zoals hij door de onrechtmatige daad veroorzaakt is, en de hypothetische toestand waarin hij gebleven zou zijn, moest het schadegeval zich niet hebben voorgedaan"
(9). Wat vergoed moet worden, is de concrete schade. Dit dient als maatstaf voor de schadebegroting te worden gehanteerd en niet de normale schade
(10). Er zijn dus drie regels die dienen nageleefd te worden: - de schade die vergoed dient te worden betreft de volledige schade, maar wel enkel deze die door het foutief gedrag veroorzaakt werd; - het slachtoffer moet terug in die toestand gebracht worden waarin hij zich bevond vóór de foutieve handeling; - de vergoeding moet in concreto gebeuren
(11). Indien men dit, op de situatie van de voorafbestaande toestand, toepast dan zit men met het gegeven dat de persoon, zonder de onrechtmatige daad, in zijn reeds bestaande toestand zou gebleven zijn. Dit is dus het vertrekpunt van de schadebegroting
(12). Bij de voorafbestaande toestand bestaat de te vergoeden schade in de toename van de invaliditeit door het trauma. Immers in de hypothetische toestand, die het vertrekpunt is van de schadebegroting, moet reeds rekening gehouden worden met de bestaande schade
(13). De appelrechters deden derhalve een correcte toepassing van deze principes. Zij oordeelden, niet bekritiseerd, dat 15% blijvende invaliditeit zijnde de complicatieschade zich alleszins zou hebben voorgedaan, zelfs bij een correct handelen van verweerder. De onzorgvuldigheid staat niet in causaal verband met de schade van de complicatie
(14). Door op deze gronden de verweerder gehouden te verklaren voor de 15% blijvende invaliditeit die het gevolg is van zijn nalatigheid en niet tevens voor de 15% blijvende invaliditeit die het gevolg is van een verwikkeling tijdens de operatie verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing en verwerpen ze het geformuleerde verweer. Dus van de 30% blijvende invaliditeit is verweerder slechts gehouden voor 15%
(15). Bij de beoordeling van de schade moet er op geacht worden dat aan de equivalentieleer de juiste draagwijdte wordt toegekend. Deze dient enkel om het vraagstuk van de causaliteit te beantwoorden doch niet de begroting van de schade
(16). Zo men de equivalentieleer tevens hanteert in de fase van de schaduwbegroting dan bestaat het gevaar dat men meer zal vergoeden dan de door de onrechtmatige daad geleden schade.
  1. Wat betreft het tweede middel. (...)
  2. Conclusie: cassatie op het tweede en zesde middel, verwerping van de overige middelen. ___________________
(1)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, Predispositie en verergering of verhaasting van vooraf bestaande toestand: voorbeschiktheid tot verwarring?, in Rechtskroniek voor de Vrede- en Politierechters, 2014, p. 193 e.v.; B. Weyts, Het leerstuk van de voorbeschiktheid tot schade, de verergering van een voorafbestaande schade en de verhaasting van schade, noot onder Cass. 2 februari 2011, RW, 2012-13, p.301 en J. Ronse, Schade en schadeloosstelling, APR, Gent, Story-Scientia, 1984, p. 186 e.v.
(2)B. Weyts, oc, p. 301.
(3)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 201.
(4)Cass. 2 februari 2011, AR P.10.1601.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2, AC 2011, nr. 98.
(5)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 208.
(6)B. Weyts, oc, p. 302.
(7)J. Ronse, oc, p. 193.
(8)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 209.
(9)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 199 en J. Ronse, oc, p. 8.
(10)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 204 en J. Ronse, oc, p. 191 e.v.
(11)J. Thiry en D. Coco, L'état antérieur: changement ou continuité?, Con. M., 2014, p. 44-45.
(12)B. Weyts, oc, p. 303.
(13)S. Vereecken en L. Van Valckenborgh, oc, p. 202; J. Ronse, oc, p. 8 en J. Thiry en D. Coco, oc, p. 45.
(14)Bestreden arrest pagina 22.
(15)Er moet wel de aandacht gevestigd worden op een gegeven, dat niet aan de orde is in huidige zaak, en dat betreft het onderscheid tussen Arbeitsunfähigkeit (vrij vertaald arbeidsongeschiktheid) en Erwerbsunfähigkeit (vrij vertaald aangetast verdienvermogen). Zo deze beiden niet samenvallen is een mathematische vermindering van de arbeidsongeschiktheid niet altijd mogelijk. Zie desbetreffend J. Ronse, oc, p. 192 en 193.
(16)Zie desbetreffend B. Weyts, oc, p. 303. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.