id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.2 Rolnummer: C.18.0397.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-04-24 Raadplegingen: 205 - laatst gezien 2026-06-28 06:10 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.2 Fiche Krachtens artikel 1079 Gerechtelijk Wetboek wordt het cassatieberoep ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht; uit deze bepaling volgt dat het gaat om een procedurele vereiste zonder dewelke geen tegensprekelijke cassatieprocedure wordt ingeleid; de verplichting raakt de openbare orde en beoogt een goede rechtsbedeling en vlotte afhandeling van het buitengewoon rechtsmiddel; anders dan waarvan de eiseres uitgaat, betreft dergelijke procedurele voorwaarde van de betekening voorafgaand aan de neerlegging van het cassatieberoep in tegensprekelijke zaken, de ontvankelijkheid van dit buitengewoon rechtsmiddel en dient het te worden onderscheiden van de formaliteiten die louter het bewijs van de betekening of de vermelding van de betekeningsakte zelf betreffen en die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven en waarop de nietigheidsleer van artikel 860 en volgende Gerechtelijk Wetboek van toepassing is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn van betekening en-of neerlegging Vrije woorden: Cassatieverzoekschrift - Indiening ter griffie - Voorafgaande betekening - Niet-naleving - Gevolg Tekst van de conclusie C.18.0397.N Conclusie van de advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel, op 12 december
- Door eiseres worden er twee middelen aangevoerd.
- Ontvankelijkheid. Door verweerster werd in een memorie van antwoord een grond van niet-ontvankelijkheid van de voorziening opgeworpen. Verweerster voert aan dat de voorziening laattijdig is. De voorziening in Cassatie werd betekend op 28 augustus 2018 terwijl de laatst nuttige dag om de voorziening in te stellen 27 augustus was. De betekening van de bestreden beslissing had plaats op 25 mei 2018, 25 augustus was een zaterdag zodat de termijn verviel op maandag 27 augustus. In een memorie van wederantwoord voerde eiseres aan dat de voorziening wel degelijk tijdig is daar, ingevolge artikel 1079, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, het cassatieberoep wordt ingesteld op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift op de griffie van het Hof van Cassatie en niet op het tijdstip van de betekening aan de verwerende partij.
- Beoordeling. Het standpunt van eiseres tot cassatie kan niet onderschreven worden. Desbetreffend kan ik verwijzen naar de duidelijk bepaling van artikel 1079, eerste lid Gerechtelijk Wetboek. Dit artikel vereist dat, in voorkomend geval, het verzoekschrift vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht. Aangezien artikel 1079 van het Gerechtelijk Wetboek van openbare orde is, volgt daaruit dat de niet inachtneming ervan de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep tot gevolg heeft. Hoewel het verzoekschrift werd ingediend op de griffie van het Hof op 27 augustus 2018, werd het pas aan de verweerster betekend op 28 augustus
- Er is dus geen sprake van een voorafgaande betekening zoals vereist door de wet. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190304.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190304.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div