← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190322.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190322.2 Rolnummer: F.17.0160.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-04-23 Raadplegingen: 423 - laatst gezien 2026-06-17 21:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190322.2 Fiches 1 - 2 Receptiekosten zijn kosten die de belastingplichtige maakt in het kader van zijn externe relaties voor de ontvangst van derden, ongeacht of zij hoofdzakelijk of bijkomend een publicitair doel hebben

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Receptiekosten - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 49 en 53, 8° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Vrije woorden: Publiciteitskosten - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 49 en 53, 8° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Fiscaal Recht [T.F.R.] - BIELEN, Philippe; Noot 'Receptiekosten blijven beperkt aftrekbaar ondanks publicitair doel.' - 2020, nr. 575, p. 108-
  1. BJS-Bulletin juridique social - 2024, n° 726, p.
  2. - RENAUD, Benoît; Note'Tous les frais relatifs à l'ouverture d'un show-room ne sont pas des frais de réception' Tekst van de conclusie F.17.0160.N Conclusie van Procureur-generaal D. Thijs:
  3. Onderhavige fiscale betwisting betreft de vraag of bepaalde beroepskosten kwalificeren als publiciteitskosten en bijgevolg voor 100 % aftrekbaar zijn op grond van artikel 49 WIB92, dan wel te beschouwen zijn als receptiekosten zodat de aftrek ervan als beroepskost tot 50 % moet worden beperkt op grond van artikel 53, 8° WIB
  4. Verweerder had in casu receptiekosten (traiteur, dranken, muziek) gemaakt naar aanleiding van de opening van een nieuwe showroom te Deerlijk, de bedrijvencontactdagen in de Expo te Kortrijk en de voorstelling van een nieuw automodel. In het bestreden arrest komen de appelrechters tot het besluit dat de enige klaarblijkelijke reden waarom verweerster zulke evenementen zou organiseren, is om de te koop gestelde producten aan te prijzen om ze te verkopen, nu zij geen andere reden zien waarom verweerder deze kost anders zou maken. Er moet volgens het bestreden arrest dan ook aangenomen worden dat de litigieuze kosten publiciteitskosten zijn en bijgevolg volledig aftrekbaar als beroepskost.
  5. In het enig middel tot cassatie voert eiser aan dat het bestreden arrest de artikelen 53, 8°, en 49 WIB92 schendt door het doel waarmee de receptiekosten zijn gemaakt als criterium te hanteren om te bepalen of de aftrekbeperking van artikel 53, 8° WIB92 al dan niet van toepassing is, en aldus een voorwaarde toe te voegen aan dit artikel die er niet in besloten ligt.
  6. Receptiekosten zijn kosten die de belastingplichtige maakt in het kader van zijn externe relaties, voor de ontvangst van derden (mogelijke klanten of leveranciers, zakenrelaties en andere personen die de belastingplichtige in zijn eigen lokalen of elders ontvangt). Publiciteitskosten zijn kosten die worden gemaakt naar aanleiding van publiciteit voor de beroepsactiviteit, zoals reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen, demonstratiemateriaal, publiciteit op wagens, het kopen van reclameruimte in allerhande publicaties en het verspreiden van eigen reclamefolders)
(1).
  1. Overeenkomstig artikel 49 WIB92 zijn de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed, als beroepskosten aftrekbaar. Op grond van deze bepaling zijn publiciteitskosten volledig als beroepskost aftrekbaar. Overeenkomstig het voor aanslagjaar 2008 toepasselijke artikel 53, 8°, WIB92 worden 50 pct. van de beroepsmatig gedane receptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen, niet als beroepskosten aangemerkt.
  2. Een BTW-plichtige heeft in de regel het recht de voorbelasting die werd geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, af te trekken van de BTW die hij verschuldigd is (art. 45, §1 van het BTW-wetboek). Artikel 45 §3, 3 en 4 BTW-wetboek sluit de kosten van logies, spijzen en dranken (in de regel) en kosten van onthaal uit van het recht op aftrek. De precieze omvang van deze uitsluiting kwam uitgebreid aan bod in de rechtspraak en de rechtsleer
(2). In een arrest van 8 april 2005 oordeelde Uw Hof als volgt: "Dat, overeenkomstig artikel 45, §3, 4° van (het BTW-wetboek), niet voor aftrek in aanmerking komt de belasting ter zake van kosten van onthaal; Dat als kosten van onthaal in aanmerking komen de kosten gedaan voor onthaal en ontvangst, desgevallend gepaard gaande met vermaak of ontspanning van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid klanten en leveranciers, met het oog op het bestendigen of verstevigen van zakelijke relaties; Dat evenwel wanneer de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, zij een reclame is waarvan de kosten niet van aftrek uitgesloten zijn. (...) Dat het arrest vervolgens, op grond van de feitelijke omstandigheden van de zaak, oordeelt dat de voor rekening van verweerster (...) georganiseerde evenementen daadwerkelijk een effectief en concreet publicitair karakter hadden en dat het feit dat die publiciteit werd gebracht onder omstandigheden die aan de bezoeker van de evenementen vermaak of ontspanning bieden en dat de uitgaven zich in de sfeer van het eindverbruik bevinden, geen afbreuk doet aan het strikt professioneel karakter van die uitgaven (...)"
(3). Uit dit cassatiearrest van 8 april 2005 kan worden afgeleid dat kosten die een strikt professioneel karakter hebben, niet onder de noemer kosten van onthaal vallen, zodat hun aftrek niet kan worden geweigerd op grond van artikel 45 §3, 4° BTW-wetboek. In mijn conclusie bij dat arrest wees ik er op dat de bedoeling van de wetgever is geweest de BTW geheven van kosten die geen louter professioneel karakter hebben, van de aftrek uit te sluiten en dat kosten die wél een professioneel karakter hebben, de algemene regel van artikel 45, §1 BTW-wetboek volgen
(4). Uw Hof heeft deze rechtspraak bevestigd bij arrest van 11 maart 2010
(5). 6. Over de vraag of deze rechtspraak inzake BTW ook kan worden toegepast inzake de inkomstenbelastingen, met name bij de interpretatie van de artikelen 49 en 53, 8°, WIB92, lopen de meningen in de rechtspraak en de rechtsleer uiteen
(6). In een vonnis van 6 maart 2009 (besproken door J. VAN DYCK, "Publicitaire receptiekosten: toch niet volledig aftrekbaar?", Fiscoloog 2009, afl. 1157, 4-5) besteedde de rechtbank van eerste aanleg te Leuven aandacht aan het verschil tussen de BTW en de inkomstenbelastingen op dit vlak: "Op het gebied van de BTW past de uitsluiting van de aftrek van ‘kosten van onthaal' volgens de rechtbank in de duidelijke bedoeling van de Europese wetgever om geen aftrek toe te staan voor de BTW op kosten "die geen louter professioneel karakter hebben". Vanuit die doelstelling is het perfect begrijpbaar dat de aftrek wel wordt aanvaard, zodra blijkt dat de kosten wel een uitgesproken professioneel karakter hebben (wat het geval is, als zij voor publicitaire doeleinden worden gemaakt). Op het gebied van de directe belastingen is de toestand evenwel helemaal anders. Toen de wetgever de aftrek van receptiekosten halveerde, had zijn bekommernis niets te maken met het feit dat deze kosten ‘geen louter professioneel karakter zouden hebben'. Integendeel: de aftrekbeperking werd ingevoerd, niet om te voorkomen dat privékosten als beroepskosten zouden worden ingebracht, maar wel om een halt toe te roepen aan de aftrek van beroepsmatige receptiekosten"
(7). In zijn bespreking van dit vonnis benadrukt auteur VAN DYCK dat dit klopt, aangezien de wetgever inderdaad de bedoeling had in te grijpen in de aftrek van receptiekosten die wel degelijk een beroepsmatig karakter hebben
(8). 7. Richtinggevend voor deze problematiek is het recent antwoord van de minister van Financiën op een parlementaire vraag van 14 maart 2018 m.b.t. de aftrekbaarheid van cateringkosten als reclamekosten. De Minister van Financiën beantwoordde deze vraag als volgt: "(...) de kosten van onthaal inzake btw en de receptiekosten inzake inkomstenbelastingen dekken in feite niet helemaal dezelfde lading, al was het maar omdat de bedoeling van de respectieve wetgevers destijds verschillend was. Vanwege echter de cassatierechtspraak die aanleiding heeft gegeven tot de btw-circulaire waarnaar u verwijst, alsmede omwille van de harmonisatie van de btw-richtlijnen, met name op het vlak van de inkomstenbelastingen, ga ik ermee akkoord dat de kosten van spijzen en dranken en de cateringkosten die de belastingplichtige maakt in het kader van een evenement dat hij of zij organiseert voor bestaande of potentiële klanten en dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop van welbepaalde producten of diensten te bevorderen, inzake inkomstenbelasting volledig aftrekbaar zijn. In dat geval moet immers gekeken worden naar het doel van de uitgaven en niet zozeer naar de aard ervan. Dat heeft tot gevolg dat de gemaakte kosten betreffende evenementscatering geherkwalificeerd worden als publiciteitskosten en niet als receptiekosten"
(9). Volgens auteur JANSSENS
(10)ligt dit antwoord van de minister in de lijn der verwachtingen, gelet op het regeerakkoord dat een harmonisatie van de aftrekregels tussen directe belastingen en btw aankondigde. De auteur besluit zijn bijdrage als volgt: "Concreet is dus een volledige aftrek als beroepskost mogelijk voor de kosten van spijzen en dranken en de cateringkosten die een belastingplichtige maakt in het kader van een evenement dat hij organiseert voor bestaande of potentiële klanten en dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop van welbepaalde producten of diensten te bevorderen. Het komt erop neer dat gekeken moet worden naar het doel van de uitgaven en niet zozeer naar de aard ervan. Dat heeft tot gevolg dat de kosten voor evenementscatering beschouwd moeten worden als reclamekosten en niet als receptiekosten. Daarmee gaat de minister ook in tegen de rechtspraak. Dat de btw-regels doorgetrokken worden naar de inkomstenbelastingen, wil dus ook zeggen dat dezelfde voorwaarden voor de aftrek gelden. Dat houdt in dat het evenement hoofdzakelijk gericht moet zijn op (bestaande of potentiële) klanten. En bevordering van de verkoop moet het hoofddoel zijn. Een evenement dat alleen gericht is op leveranciers, komt dus wellicht niet in aanmerking voor volledige aftrek. Het begrip ‘klant' mag wel ruim geïnterpreteerd worden. Het hoeft niet te gaan om de eindkoper. Ook een dealer, kleinhandelaar of franchisenemer is en ‘klant' want ook hij is een afnemer van de producten van de onderneming (...)"
(11). 8. Uit het antwoord van de minister van Financiën volgt hoe dan ook dat het doel waarmee de receptiekosten zijn gemaakt wel degelijk het criterium uitmaakt om te bepalen of de aftrekbeperking van artikel 53, 8° WIB92 al dan niet van toepassing is. Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt dan ook naar recht. Besluit: VERWERPING. _______________________
(1)S. VAN CROMBRUGGE, "Receptiekosten versus publiciteitskosten", Fiscoloog 2014, afl. 1411, p. 16.
(2)Zie in dit verband H.v.J. EG nr. C-68/92, 17 november 1993, Jur. 1993, I, 5881; H.v.J. EG nr. C-69/92, 17 november 1993, Jur. 1993, I, 5907; H.v.J. EG nr. C-73/92, 17 november 1993, Jur.1993, I, 5997; Antwerpen 26 juni 1995, FJF 1995, nr. 95/219; Antwerpen 15 maart 1999, FJF 1999, nr. 99/239; Antwerpen 18 december 2007, AFT 2008, nr. 8-9, 105; Gent 14 februari 2006, FJF 2007, nr. 2007/22; Gent 30 januari 2007, TGR 2008, 386; Gent 29 april 2008, RABG 2008, 1169 met noot J. COUDER; Rb. Antwerpen 4 juni 2003, FJF 2004, nr. 2004/171; Rb. Antwerpen 19 maart 2003, RABG 2004, 563; Rb. Brugge 18 maart 2003, www.jura.be; Rb. Gent 3 oktober 2008, FJF 2009, nr. 2009/112; Rb. Hasselt 11 februari 2009, Fiscoloog 2009, nr. 1149, 12; Rb. Leuven 9 september 2005, www.jura.be; Rb. Namen 19 maart 2008, FJF 20009, nr. 2009/88; C.B., "Kosten van "dealer-event": geen publiciteitskosten?", Fiscoloog 2008, afl. 1109, 5-8; B. BUELENS, "Kosten van onthaal: wanneer eindigt de discussie?", Fisc. Act. 2008, afl. 13, 1-5; F. DESTERBECK, "Cassatie oordeelt gunstig over "kosten van onthaal", Fisc. Act. 2005, nr. 16, 1-2; E. OLKUSKA en S. REYNDERS, Fisc. Act. 2003, 1-2; I. MASSIN, "Is catering ook promotie?", Fiscoloog 2005, afl. 985, 1-2; I. MASSIN, "Kosten van onthaal: administratief ingeperkt", Fiscoloog 1999, nr. 709, 7-8; I. MASSIN, "Evenement met publicitair doel: BTW aftrekbaar", Fiscoloog 2005, nr. 980, 1-2; L. TAINMONT, "Frais de publicité ou frais de réception ... la Cour de cassation met de l'ordre!, Act. Fisc. 2005, nr. 20, 4-7; L. TAINMONT, "Droit à déduction TVA: Les frais de publicité « all inclusive", Act. Fisc. 2006, nr. 17, 1-3; L. TAINMONT, "Droit à déduction: frais de réception ou frais de publicité?", Act. Fisc. 2003, nr. 36, 4-7; A.TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht 2008, Kluwer, 2008, 1054-1057; S. VAN CROMBRUGHE, "Jubileumfeest: kosten van onthaal of publiciteitskosten?, Fiscoloog 2007, nr. 1060, 3-4; H. VANDEBERGH, "Nadere precisering van het begrip kosten van onthaal inzake BTW-feestjes: onthaal of reclame?", TFR 2005, 876-877; P. VANDENDRIESSCHE, "Kosten van onthaal of publiciteit: waar ligt de grens?, Fiskoloog 1997, nr. 634, 6-7; M. VANDEVELDE, "BTW op kosten promotiefeesten aftrekbaar", Juristenkrant 8 juni 2005, 8-9; JVD, Publiciteitskosten met spijzen en dranken: BTW toch aftrekbaar", Fiscoloog 2006, nr. 1017, 1-2; BTW-handleiding, 807-811; Parl. Vr. nr. 53 Carl Devlies van 11 januari 2008, Bull. Vr. & Antw. 2008, 512.
(3)Cass. 8 april 2005, AR C.02.0419.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050408.5, AC 2005, nr. 213.
(4)AC 2005, p. 823.
(5)Cass. 11 maart 2010, AR F.09.0019.N, arrest niet gepubliceerd.
(6)Voor een overzicht, kan worden verwezen naar J. VAN DYCK, "Publicitaire receptiekosten: wel of niet volledig aftrekbaar?", Fiscoloog 2013, afl. 1332, 3-5; zie ook CB, "‘Publicitaire' traiteurkosten: wel volledig aftrekbaar", Fiscoloog 2010, afl. 1226, 10-12, en Rb. Leuven 4 februari 2011, Fisc.Koer. 2011, 239.
(7)Ibid, p. 5.
(8)Parl.St. Senaat 1988-89, nr. 440-2, 112-113.
(9)CRIV 54 COM 844, p. 7.
(10)K. JANSSENS, "Kosten voor catering op event zijn dan toch 100% aftrekbaar", Fisc.Act. 2018, nr. 12.
(11)Ibid. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190322.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190322.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050408.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.