id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 29 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.1 Rolnummer: C.15.0428.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 555 - laatst gezien 2026-06-29 10:10 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.1 Fiche 1 Het geschil is enkel onsplitsbaar in de zin van artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) Vrije woorden: Voorwaarden - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 31 en 1053 Fiche 2 Aan de rechter die kennisneemt van een geschil op verwijzing na gedeeltelijke cassatie, komt slechts rechtsmacht toe binnen de grenzen van de verwijzing; die verwijzing is beperkt tot de omvang van de vernietiging, die in de regel beperkt is tot de draagwijdte van het middel dat ten grondslag ligt aan de vernietiging; de vernietiging kan worden uitgebreid tot de niet te onderscheiden beslissingen, de beslissingen die er een nauw verband mee vertonen of de beslissingen die van de vernietigde beslissingen het gevolg zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Verwijzing - Rechtsmacht - Omvang - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1110, eerste lid Fiche 3 Cassatie heeft in de regel enkel uitwerking ten aanzien van de partijen die regelmatig in het geding voor het Hof waren betrokken; de uitwerking van de cassatie kan ten gevolge van de nauwe band tussen de gecasseerde beslissing en de beslissing getroffen ten aanzien van de partijen die niet in het cassatiegeding, maar wel in de vernietigde beslissing betrokken waren, worden uitgebreid tot die partijen wanneer zulks bij uitzondering vereist is door de noodwendigheden van een goede rechtsbedeling; dit is het geval wanneer cassatie werd uitgesproken in een onsplitsbaar geschil waarin niet alle partijen betrokken waren
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Uitwerking - Partijen - Uitbreiding - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1110, eerste lid Tekst van de conclusie C.15.0428.N Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem: I. SITUERING
- Het geschil situeert zich in het kader van een vereffening en verdeling van een nalatenschap. In het raam daarvan werd m.b.t. het eigenhandig testament van de erflater een valsheidsvordering in burgerlijke zaken ingesteld.
- Bij arrest van 7 juni 2012 vernietigt het Hof de in die context genomen beslissing van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei
- In het licht van de artikelen 895, eerste lid, 897 en 898, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek m.b.t. de valsheidsprocedure oordeelt het Hof dat de appelrechters die oordelen dat de verklaring die ter gelegenheid van de akten van legaatafgifte werd gedaan ten overstaan van de notaris geldt als een stilzwijgende buitengerechtelijke bekentenis van de echtheid van het geschrift en de handtekening van de erflater en die op deze grond niet ingaan op het verzoek om de procedure overeenkomstig artikel 897 Gerechtelijk Wetboek te schorsen, de voormelde wetsbepalingen schenden.
- In zoverre aldus tot cassatie werd besloten omdat de appelrechters de valsheidsvordering (die trouwens de openbare orde raakt in de mate dat zij conform artikel 764, 5° Gerechtelijk Wetboek op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie moet worden meegedeeld en derhalve de rechterlijke organisatie aanbelangt) aan de kant schuiven en niet ingaan op het verzoek om de procedure te schorsen zoals bepaald in artikel 895 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, werd de zaak verwezen naar het hof van beroep te Gent.
- Waar in de procedure voor het hof van beroep te Antwerpen de huidige drie eisers tot cassatie en alle negenenvijftig
(59)gekende of gevonden erfgenamen betrokken waren (evenals de advocaat die als bewindvoerder ad hoc over de nalatenschap optreedt tot vertegenwoordiging van de niet-gekende of niet-gevonden erfgerechtigden), werd het cassatiearrest van 7 juni 2012 evenwel niet gewezen ten aanzien van al die partijen in het geding voor de feitenrechters, maar enkel ten aanzien van een aantal van hen; meer bepaald veertig
(40)op de negenenvijftig
(59)wettelijke erfgenamen stonden alsdan tegenover de huidige (drie) eisers tot cassatie die de geldigheid van het testament aanvoeren. De anderen werden niet (in hun hoedanigheid van tot bindendverklaring van het arrest op te roepen partijen) in de cassatieprocedure betrokken.
- Op verwijzing na voormeld cassatiearrest oordeelt het thans bestreden arrest, in aanwezigheid van alle partijen en dus niet alleen ten opzichte van deze die in de cassatieprocedure betrokken waren, dat niet is aangetoond dat het betwiste testament echt is in zoverre eisers in cassatie falen in hun bewijslast met betrekking tot de echtheid ervan, derwijze dat zij er geen rechten uit kunnen putten en zij aldus geen aanspraken kunnen formuleren in de nalatenschap, waarvan de uitonverdeeldheidtreding en gerechtelijke vereffening en verdeling bevolen wordt.
- Tegen deze beslissing voeren eisers een enig middel tot cassatie aan dat op twee onderdelen berust. II. BESPREKING VAN HET MIDDEL.
- In het eerste onderdeel voeren eisers aan dat het bestreden (verwijzings-) arrest zijn beslissing niet naar recht verantwoordt om de gevolgen van de vernietiging van de beslissing van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei 2011 uit te breiden tot die partijen die geen cassatieberoep tegen voormeld arrest hebben ingesteld en die niet regelmatig in de cassatieprocedure waren betrokken
(1), aangezien die beslissing alleen uitwerking kan hebben ten aanzien van de partijen die regelmatig in de zaak voor uw Hof betrokken waren. 1.
- Eisers beroepen zich hiervoor op de behandeling van de zaak in geval van onsplitsbaarheid van het geschil (cf. artikel 1084 Gerechtelijk Wetboek), in welk geval de voorziening gericht moet worden tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser (eerste alinea). Deze moet bovendien (tweede alinea) de andere partijen die nog geen verweerder zijn of niet opgeroepen zijn, binnen de gewone termijnen in de zaak betrekken, waarbij het arrest kan worden tegengeworpen aan alle in de zaak betrokken partijen (vierde alinea). Bij niet-inachtneming van de in dit artikel gestelde regels wordt de voorziening niet toegelaten (derde alinea). 1.
- In een onsplitsbaar geschil is, in burgerlijke zaken, het cassatieberoep dat niet gericht is tegen alle bij de beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser, niet ontvankelijk
(2). 1.
- In zoverre, wat dat aspect betreft, door het verwijzingsarrest van uw Hof van 2012 evenwel geen niet-ontvankelijkheid werd opgeworpen en dit probleem in deze m.i. ook niet opnieuw kan worden heropend, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat deze aangevoerde grief als zodanig eigenlijk alleen het verwijt betreft dat de toenmalige cassatieprocedure niet t.a.v. iedereen werd gevoerd, waardoor het mij voorkomt dat deze kritiek derhalve niet tegen het bestreden arrest op zich is gericht, maar tegen het cassatiearrest van 7 juni 2012, en dat het onderdeel mitsdien in zoverre niet ontvankelijk is. 1.
- Bovendien betrof de procedure hier een vereffening en verdeling met daarop echter geënt een procedure i.v.m. de valsheid (casu quo de echtheid) van het testament. Waar in die zin aldus een (aan de openbare orde gelinkt) valsheidsincident aan de orde was waarvoor slechts door een aantal partijen de onregelmatigheid wordt opgeworpen, kan ik mij evenmin van de indruk ontdoen dat, los van het aspect vereffening en verdeling als onsplitsbaar basisgeschil, ervan kon (en mocht) worden uitgegaan dat dit incident op zich kon worden afgesplitst, en dat - anders dan waarvan het onderdeel uitgaat - de cassatieprocedure die tot het cassatiearrest leidde als zodanig enkel betrekking had op het door sommige partijen ingestelde valsheidsincident, zodat ook in die context het onderdeel m.i. niet lijkt te kunnen aangenomen worden. 1.
- In het verlengde van deze benadering ben ik dan ook van mening dat in deze dus de principiële discussie in verband met de omvang van cassatie aan de orde is. Immers, ook zonder het aspect onsplitsbaarheid kan de vraag rijzen of er, door het casseren van het arrest m.b.t. het (op)volgen van de valsheidsprocedure en de niet-schorsing overeenkomstig artikel 897 Gerechtelijk Wetboek t.a.v. de cassatiepartijen, geen doorwerking van de cassatie is tot de (vervolg)beslissing over de afgifte van het legaat ten overstaan van de andere partijen bij uitbreiding of nauwe verbondenheid. 1.
- Waar het Gerechtelijk Wetboek geen precieze richtsnoeren bevat voor het bepalen van de omvang van de cassatie, heeft het Hof zelf gaandeweg de regels geschetst die deze omvang bepalen
(3). 1.8. In zoverre het cassatieberoep een uitzonderlijk rechtsmiddel is mag het Hof slechts kennis nemen van de middelen die de partijen inroepen en, bovendien, van die punten van de beslissing(en) waartegen het cassatieberoep gericht is (cf. art. 1095 Ger. W.)
(4). 1.9. In die context beslist het Hof dat, hoe algemeen en absoluut de vernietiging van een vonnis of een arrest ook kan zijn, die vernietiging beperkt wordt tot de draagwijdte van het middel dat aan het Hof werd onderworpen
(5). 1.10. Deze regel kent evenwel een aantal uitzonderingen, in zoverre in een aantal gevallen de cassatie immers wordt uitgebreid tot niet bestreden beslissingen (die de gevolgen van de vernietiging betreffen)
(6). 1.11. In die zin blijven dus onaangeroerd al de punten die in kracht van gewijsde zijn getreden omdat ze door het middel niet werden aangevochten, tenzij die beslissingen en de vernietigde beslissing nauw met elkaar verbonden zijn door een band van noodzakelijke afhankelijkheid of van ondeelbaarheid
(7). 1.
- Waar het aan de verwijzingsrechter behoort te bepalen welke rechtsmacht hem ingevolge het cassatiearrest toekomt, kan derhalve niet genoeg worden gewezen op de noodzaak voor het Hof om, meer bijzonder in het arrest zelf, de omvang van de vernietiging te bepalen. 1.
- In de mate dat het Hof aldus slechts uitspraak mag doen binnen de perken van het aangevoerde middel en het in die context telkens de draagwijdte van het middel is die de omvang bepaalt, houdt dit in dat niet alleen moet gekeken worden naar de beslissing waarvan de vernietiging als zodanig wordt gevraagd, maar ook naar de andere beslissingen waarvan de vernietiging zich opdringt indien de rechtstreeks bedoelde beslissing wordt vernietigd. In al die zaken moet de beslissing die bij de vernietiging wordt betrokken, met de vernietigde beslissing verbonden zijn door een zodanige band dat de vernietiging van de ene noodzakelijk de vernietiging van de andere met zich meebrengt. 1.
- Als zodanig kan de omvang van de cassatie zich dan ook uitstrekken tot andere vonnissen en arresten dan de bestreden beslissing en is het dus niet uitgesloten dat het cassatiegeding wordt uitgebreid tot beslissingen die het gevolg zijn van de gecasseerde beslissing en als zodanig geen van de bestreden beslissing onderscheiden beslissing vormen
(8). 1.15. Vanuit die benadering en op basis van de door het Hof m.b.t. de draagwijdte van het middel bepaalde criteria (zoals noodzakelijke band, gevolg qua gebondenheid, ondeelbaarheid, niet te onderscheiden punt...)
(9)lijkt het mij aldus niet uitgesloten of ongebruikelijk dat er ook - weze het in uitzonderlijke gevallen en met de nodige omzichtigheid - een uitbreiding in aanmerking kan worden genomen t.a.v. een partij die niet in de cassatieprocedure betrokken was. De cassatie kan immers een indirect effect hebben t.o.v. derden die vreemd gebleven zijn aan het proces. Meer algemeen kan de uitgesproken vernietiging dientengevolge de rechten van derden beïnvloeden en in het bijzonder de rechten van personen die partij waren voor het gerecht waarvan de beslissing gecasseerd werd (zoals in casu m.b.t. de eerder gecasseerde beslissing van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei 2011), maar die geen partij waren in de eerste cassatieprocedure
(10). 1.16. Dit lijkt mij aldus ook het geval te kunnen zijn wanneer, zoals in casu, de ingewilligde grief over de procedure inzake valsheid de volledige beslissing i.v.m. de al dan niet echtheid van het testament ondergraaft, ook ten aanzien van die partijen die niet in de procedure betrokken waren
(11). 1.17. Want, doordat ons rechtssysteem als zodanig geen incidenteel cassatieberoep kent
(12), valt het m.i. dan ook niet uit te sluiten dat bepaalde beslissingen - en dit zowel objectief (wat de nauw verbonden beslissingen of de nauw verwante gevolgen betreft) als subjectief (wat de partijen betreft waarop die beslissing gevolgen zal hebben) - nu eenmaal een ruimere (door)werking hebben. 1.18. In die context en in dat opzicht valt het mij dan ook moeilijk de niet-genuanceerde en erg absolute visie van het Hof
(13)- dat de vernietiging van een beslissing alleen uitwerking kan hebben ten aanzien van de partijen die regelmatig in de zaak voor het Hof waren betrokken, ongeacht de omvang die aan de zaak tussen die partijen moet worden toegekend - te onderschrijven. 1.19. In zoverre aan de rechter die op verwijzing na gedeeltelijke cassatie kennisneemt van een geschil, slechts rechtsmacht toekomst binnen de grenzen van de verwijzing, en de verwijzing in beginsel beperkt is tot de omvang van de vernietiging, zij het met inbegrip van onafscheidbare of niet te onderscheiden beslissingen en beslissingen die van de vernietigde beslissingen het gevolg zijn
(14), staat het mij in het verlengde van de hierboven ontwikkelde redenering dan ook voor dat waar de uitbreiding van cassatie in de regel enkel uitwerking heeft ten aanzien van de partijen die regelmatig in de zaak voor het Hof betrokken waren, ze, bij uitzondering, ten gevolge van de nauwe band met de gecasseerde beslissing toch ook uitwerking kan hebben op een partij die niet in het cassatiegeding maar wel in de vernietigde beslissing betrokken was. 1.
- Op die gronden ben ik dan ook van mening dat het eerste onderdeel, dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, derhalve faalt naar recht.
- Vanuit die benadering kan ook het tweede onderdeel, dat in ondergeschikte orde in verband met de beoordeling van de omvang van de door uw Hof uitgesproken vernietiging wordt aangevoerd, m.i. niet worden aangenomen, en is het evenmin ontvankelijk in zoverre het gericht is tegen het eerdere cassatieberoep (m.b.t. het arrest van uw Hof van 7 juni 2012) en niet tegen het eigenlijke bestreden arrest. III. CONCLUSIE: VERWERPING. ____________________
(1)Waren m.i. aldus - eigenaardig genoeg - niet in de eerste cassatieprocedure betrokken de partijen die overeenstemmen met deze t.a.v. wie de eerste appelrechter de procedure niet wou schorsen om over de valsheidsprocedure uitspraak te doen, en die dus eigenlijk strikt genomen het meeste belang hadden om zich op de onregelmatigheid van de valsheidsprocedure te beroepen.
(2)Cass. 6 oktober 1995, AR C.95.0030.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951006.5, AC 1995, nr. 420.
(3)A. MEEUS, L'étendue de la cassation en matière civile, RCJB 1986, 265.
(4)Cass. 30 september 2013, AR C.12.0345.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130930.3, AC 2013, nr. 490; Cass. 13 januari 2005, AR C.04.0280.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050113.7, AC 2005, nr. 22.
(5)Cass. 15 maart 2007, AR C.05.0571.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070315.6, AC 2007, nr. 139.
(6)Cass. 14 mei 2004, AR C.03.0434.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040514.2, Pas. 2004, nr. 263, met concl. van advocaat-generaal WERQUIN.
(7)Zie ook reeds Cass. 30 april 1914, Bull. en Pas. 1914, I, 207.
(8)Cass. 16 februari 1951, Bull. en Pas. 1951, I, 395, met concl. van procureur-generaal HAYOIT DE TERMICOURT.
(9)Zie ook E. KRINGS, De omvang van cassatie, TPR, 1995, 885-935; de conclusie van advocaat-generaal T. WERQUIN voor Cass. 6 december 2013, meer bepaald de nrs. 6 en 7, AR C.12.0567.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131206.9, Pas. 2013, nr. 665.
(10)J en L. BORE, La cassation en matière civile, Cas des tiers dont la cassation affecte les droits, Dalloz Action, 5e ed., 673, n° 122.28; zie ook A. MEEUS, L'étendue de la cassation en matière civile, RCJB 1986,
(261), 274, nr. 19; J. VOULET, L'étendue de la cassation en matière civile, La semaine juridique, Juris-Classeur périodique, 1977, 2877 nr. 17; E. FAYE, La Cour de Cassation, 1903, nr. 266; vgl. ook B. VANLERBERGHE en J. VERBIST, Het beschikkingsbeginsel, het recht van verdediging, de onsplitsbaarheid en de omvang van cassatie in burgerlijke zaken: de cassatiekwadratuur van de procedurecirkel, in Liber Amicorum De Gryse,
(431), 438-439, nr. 11, en 443-444; Bulletin d'information n° 661, Cour de Cassation fr. 15 mai 2007, La portée procédurale des arrêts de la cour de cassation, met verwijzing naar Ass. Plén. 28 mai 1982, Bull. 1982, Ass. Plén., n° 3, pourvoi n° 79-13.660.
(11)Zie ook Cass. 22 februari 1999, AR S.98.0069.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990222.7, AC 1999, nr. 102.
(12)De eiser of de verweerder in cassatie kan weliswaar, indien hij een belang aantoont, krachtens de artikelen 15 en 812 Ger. W. waarnaar artikel 1042 verwijst, een derde voor het Hof oproepen tot bindendverklaring van het arrest.
(13)Cass. 6 december 2013, AR C.12.0567.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131206.9, AC 2013, nr. 665, met concl. van advocaat-generaal Werquin in Pas..
(14)Cass. 5 januari 2018, AR C.17.0381.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180105.3 AC 2018, nr. 10; Cass. 28 januari 2011, AR C.10.0032.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110128.5-C.10.0033.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110128.5, AC 2011, nr. 87, met concl. van advocaat-generaal DUBRULLE. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.1 citeert: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951006.5 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990222.7 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040514.2 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050113.7 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070315.6 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110128.5 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130930.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131206.9 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180105.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div