id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 01 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190401.2 Rolnummer: C.15.0356.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 432 - laatst gezien 2026-06-29 11:52 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190401.2 Fiches 1 - 3 De bepalingen van de wet van 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen, inzake de procedure van afzetting van een ziekenhuisarts, zijn van dwingend recht in het voordeel van de ziekenhuisarts; de niet-naleving ervan leidt tot de relatieve nietigheid van de afzetting
(1).
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 9 februari 2009, AR C.07.0348.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090209.7, AC 2009, nr.
- Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Vrije woorden: Ziekenhuis - Beheerder - Medische Raad - Advies - Ziekenhuisgeneesheer - Afzetting - Dwingende wet - Gevolg Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Ziekenhuisgeneesheer - Ziekenhuis - Beheerder - Medische Raad - Advies - Afzetting - Dwingende wet - Gevolg Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Dwingende wet - Ziekenhuis - Beheerder - Medische Raad - Advies - Ziekenhuisgeneesheer - Afzetting - Gevolg Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor gezondheidsrecht [T.Gez.] - DEWALLENS, Filip; Noot "De autonomie van de afzettingsprocedure van ziekenhuisartsen." - 2020-2021, nr. 2, p. 133-
- Tekst van de conclusie C.15.0356.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eisers tot cassatie komen op tegen een tussenarrest en een eindarrest van het Hof van Beroep te Gent, respectievelijk, gewezen op 30 juni 2010 en 22 november
- Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
- Wat betreft het eerste onderdeel. A. Ontvankelijkheid. Door verweerster wordt in de memorie van antwoord een grond van niet-ontvankelijkheid opgeworpen in zoverre de grief gericht is tegen het tussenarrest. In deze beslissing hebben de appelrechters enkel standpunt ingenomen betreffende het vraagstuk van de fout, met uitsluiting van de schade waaromtrent de debatten werden heropend. Eiseres uit evenwel kritiek op het gegeven dat haar vordering voor het verkrijgen van een opzeggingsvergoeding werd afgewezen. Uit het eindarrest, pagina 5, randnummer 4.1, blijkt dat de appelrechters de vordering van eiseres verwerpen op grond van het oordeel dat in het tussenarrest reeds beslist werd dat de gegeven opzegging als onherroepelijk moet worden beschouwd en volle uitwerking moet krijgen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. B. Probleemstelling. Aan de orde in het eerste onderdeel is de vraag wat het gevolg is van de niet-naleving van de voorschriften van de artikelen 125 e.v. Ziekenhuiswet 1987 bij de afzetting van een geneesheer. In bijzonder betreft het de vraag wat de gevolgen zijn op de opzeggingstermijn. C. Beoordeling. Inzake de regelgeving met betrekking tot de afzetting van een ziekenhuisgeneesheer dient er vooreerst gewezen te worden op de rechtspraak van Uw Hof en meer in het bijzonder het arrest 9 februari 2009
(1). Uw Hof oordeelde toen dat, de artikelen 125, eerste lid, 7°, en 126, §1, van de Ziekenhuiswet 1987 die de beheerder oplegt om, in het kader van het in artikel 124 bepaalde doel, het advies van de medische raad in te winnen over de afzetting van de ziekenhuisgeneesheren, behalve in geval van afzetting om dringende reden, dwingende bepalingen zijn in het voordeel van de ziekenhuisgeneesheren. De schending ervan leidt tot de relatieve nietigheid van de afzetting. In huidig geschil staat tussen partijen niet ter discussie dat de voorgeschreven bepalingen ter zake niet werden nageleefd. De vraag die zich stelt, is wat de invloed is van deze niet naleving op de opzeggingstermijn die werd bepaald in de afzettingsbrief die werd verstuurd. Eiseres stelde, in conclusie, dat door de nietige opzegging zij gerechtigd was op een opzeggingsvergoeding. Verweerster nam als standpunt in dat er geen opzeggingsvergoeding verschuldigd was daar er een opzeggingstermijn werd gepresteerd na de onregelmatige beëindiging. De appelrechters waren, in navolging van de stelling van verweerster, van oordeel dat de opzegging als onherroepelijk moet worden beschouwd en de volle uitwerking dient te krijgen. Zij oordeelden dat de opzeggingstermijn is ingegaan op 1 april 2002 om in de praktijk te eindigen op 30 juni 2003. En verder, dat de wanprestatie van verweerster niet tot gevolg heeft gehad dat de contractuele opzeggingstermijn niet werd geëerbiedigd zodat eiseres niet gerechtigd was op een opzeggingsvergoeding voor enige niet-gerespecteerde opzeggingstermijn. Het standpunt van de appelrechters kan niet onderschreven worden. Bij de beoordeling van de voorziening is het aangewezen om de regels die in gelijkaardige omstandigheden gelden voor het arbeidsrecht in ogenschouw te nemen. Er zijn immers geen redenen voorhanden waarom de oplossing die in het arbeidsrecht in dergelijke omstandigheden gehanteerd wordt niet, mutatis mutandis, wordt toegepast wanneer het zou gaan om een relatieve nietigheid bij de opzegging in de Ziekenhuiswet. De paralellen tussen beide situaties zijn groot genoeg om dit te doen. In het arbeidsrecht, wanneer het gaat om artikel 37 van de arbeidsovereenkomstenwet, kan een wederrechtelijke handeling, al naar gelang het geval, gesanctioneerd worden met een absolute dan wel een relatieve nietigheid
(2). Daar uit Uw rechtspraak naar voor komt dat, de niet-naleving van de bepalingen van de Ziekenhuiswet een relatieve nietigheid betreft, zal enkel dit aspect van het arbeidsrecht nader bekeken worden. De eerste stap is natuurlijk de vraag of de nietigheid van de opzegging enige invloed heeft op de geldigheid van het ontslag. In het arbeidsrecht heeft Uw Hof bij herhaling geoordeeld dat dit geen invloed heeft
(3). Voor de afzetting van een ziekenhuisgeneesheer geldt hetzelfde. Inderdaad de nietigheid van de opzegging zal geen invloed hebben op het gegeven dat de ziekenhuisgeneesheer is afgezet. De beslissing die ter kennis werd gebracht van eiseres, inzake de afzetting, is dus onherroepbaar. Een ander aspect betreft echter de opzegging. Zo het ontslag gepaard zou gaan met een nietige opzegging dan is er eenvoudigweg geen opzegging. Er is immers geen geldige tijdsbepaling voor het einde van de overeenkomst en de overeenkomst is onmiddellijk beëindigd
(4). Bij de afzetting van een ziekenhuisgeneesheer dient tevens weerhouden te worden dat er, in dat geval, sprake is van een onmiddellijke beëindiging. Eigen aan een relatieve nietigheid is echter dat hieraan verzaakt kan worden. Immers enkel de beschermde partij kan ze inroepen maar ook dekken
(5). De verzaking kan expliciet maar ook impliciet gebeuren
(6). Deze impliciete verzaking kan bijvoorbeeld blijken uit de houding die beide partijen aannemen na de kennisgeving van de ongeldige opzegging. Uw Hof heeft, in het kader van het arbeidsrecht, betreffende deze problematiek het volgende standpunt ingenomen
(7): "Dat evenwel, in geval zowel de werkgever als de werknemer zich na de kennisgeving van de ongeldige opzegging verder hebben gedragen alsof er geen onmiddellijk ontslag heeft plaatsgevonden, de partijen na een redelijke termijn door de rechter kunnen beschouwd worden afstand te hebben gedaan van het recht het onmiddellijk ontslag in te roepen; Dat uit deze omstandigheden alleen geen afstand van het inroepen van de nietigheid van de opzegging kan worden afgeleid en de arbeidsovereenkomst gewoon blijft voortduren totdat ze op een andere wijze wordt beëindigd;" Uit de verdere uitoefening van de overeenkomst, niettegenstaande er een ongeldige kennisgeving is geweest en dus een onmiddellijke beëindiging, kan de rechter afleiden dat er afstand is gedaan van het recht om de onmiddellijke beëindiging in te roepen. Dit heeft evenwel geen invloed op de nietigheid van de opzegging. Dus de houding van de partijen, en in het bijzonder de beschermde persoon, kan als het ware tot gevolg hebben dat het ontslag in onderling akkoord ongedaan is gemaakt. De arbeidsovereenkomst eindigt dus niet op het einde van de in de nietige opzegging vermelde datum, maar blijft dus bestaan tot er op een andere wijze een einde aan wordt gesteld
(8). Indien we deze principes, mutatis mutandis, toepassen op de situatie van de onregelmatige afzetting van een ziekenhuisgeneesheer in het kader van de Ziekenhuiswet 1987 dan dient besloten te worden dat de appelrechters hun beslissing, om de vordering van eiseres tot betaling van een opzeggingsvergoeding af te wijzen, niet naar recht verantwoorden. De appelrechters laten inderdaad na vast te stellen dat eiseres de nietigheid van de opzegging gedekt heeft, en ook niet dat zij verzaakt zou hebben aan de naleving van de afzettingsprocedure. Het onderdeel is gegrond. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. 4. Conclusie: cassatie op het eerste onderdeel. _______________________
(1)Cass. 9 februari 2009, AR C.07.0348.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090209.7, AC 2009, nr. 103.
(2)W. van Eeckhoutte, Sociaal Compendium '18-'19 - Arbeidsrecht, Mechelen, Kluwer, 2019, p. 2337 e.v.
(3)Cass. 28 januari 2008, AR S.07.0097.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080128.1, AC 2008 nr. 67; Cass. 25 april 2005, AR S.03.0101.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050425.3, AC 2005, nr. 241 en J. Clesse en F. Kéfer, Manuel du droit du travail, Brussel, Larcier, 2018, p. 434
(4)Cass. 28 januari 2008, AR S.07.0097.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080128.1, o.c.; Cass. 25 april 2005, AR S.03.0101.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050425.3, o.c..
(5)J. Clesse en F. Kéfer, o.c., p. 435 en W. van Eeckhoutte, o.c., p. 2337.
(6)J. Clesse en F. Kéfer, o.c., p. 435 en W. van Eeckhoutte, o.c., p. 2338 en 2339.
(7)Cass. 25 april 2005, AR S.03.0101.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050425.3, o.c.
(8)W. van Eeckhoutte, o.c., p. 2343 en 2345. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190401.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190401.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050425.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080128.1 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090209.7 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div