← België

ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190621.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190621.2 Rolnummer: C.16.0373.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-07-16 Raadplegingen: 352 - laatst gezien 2026-06-18 16:55 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.2 Fiche 1 De vordering tot herziening van de overeenkomst, overeenkomstig artikel 16, B, van het ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, strekt niet tot uitvoering door betaling van een gelijkwaardig bedrag of van compensatoire schadevergoeding wegens niet-uitvoering, maar tot de rechtstreekse uitvoering van een contractuele verbintenis; de prijsaanpassingsvergoeding die ingevolge de vordering tot herziening van de overeenkomst wordt verkregen, is krachtens artikel 26 Btw-wetboek onderworpen aan de BTW

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) Vrije woorden: Artikel 16, B, ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken - Prijsaanpassingsvergoeding - Btw - Onderworpenheid Wettelijke bepalingen: Ministerieel Besluit - 14-10-1964 - Art. 16, B - 30 Link Justel databank 19641014-30 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 26 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Fiche 2 Artikel 1331 Burgerlijk Wetboek staat niet eraan in de weg dat de rechter een huiselijk register of papier, in het licht van aan deze documenten externe elementen die de inhoud ervan geloofwaardig maken, aanvaardt als een feitelijk vermoeden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Huiselijke registers en papieren - Feitelijk vermoeden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1331 Tekst van de conclusie C.16.0373.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (...)
  1. Bespreking van het tweede middel 3.
  2. De appelrechters beslissen dat de prijsaanpassingsvergoeding, toegekend op grond van artikel 16 M.B. van 14 oktober 1964, aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, (hierna AAV), een schadevergoeding is. Ze vullen die vaststelling aan met het volgende: "Hierop is - anders dan voorgehouden door [eiseres] - geen BTW verschuldigd. [Eiseres] slaagt er niet in het bewijs te leveren dat op deze vergoeding (voor geleden schade ingevolge hogere loonkosten) thans, bijna 36 jaar na de oplevering der werken, BTW verschuldigd is, laat staan interesten op de gevorderde BTW. Anders dan bij andere schadevergoedingen het geval kan zijn maakt de BTW in casu geen schadepost uit in hoofde van [eiseres]". 3.
  3. Eiseres voert in het tweede middel m.i. met reden aan dat de appelrechters ten onrechte beslissen dat de prijsaanpassingsvergoeding een schadevergoeding uitmaakt waarop geen BTW van toepassing is. Krachtens artikel 16, A, AAV, kan de aannemer zich beroepen op feiten die hij aan het bestuur of zijn personeel ten laste legt en die voor hem een oorzaak zouden zijn van een vertraging en (of) een nadeel met het oog op het verkrijgen desgevallend van de verlenging van de uitvoeringstermijn, herziening of verbreking van de overeenkomst en (of) schadeloosstelling. Artikel 16, B, AAV, kent aan de aannemer die een belangrijk nadeel heeft geleden, het recht toe om herziening van de overeenkomst te vragen, indien hij omstandigheden kan doen gelden die hij redelijkerwijs niet kon voorzien bij het indienen van de inschrijving of het sluiten van de overeenkomst, die hij niet kon ontwijken en waarvan hij de gevolgen niet kon verhelpen alhoewel hij al het nodige hiervoor heeft gedaan. Uw Hof oordeelde dat die bepaling aan de aannemer een contractueel recht toekent dat overeenstemt met de verbintenis voor het bestuur, niet om het door de aannemer geleden nadeel te vergoeden, maar wel om de overeenkomst te herzien naar gelang van de gevolgen van die omstandigheden op het verloop en de kosten van de aanneming
(1). 3.
  1. De appelrechters stellen vast op p. 9 dat eiseres terecht kan "beroep doen op de mogelijkheden van art. 16 van het MB van 14.10.1964 om een herziening van de prijsherzieningsformule te vragen", wat inhoudt dat de oorspronkelijk afgesproken aannemingsprijs kan worden herzien. Het lijkt mij dat de appelrechters, zonder dit te specificeren, uitspraak hebben gedaan over de toepassing van artikel 16, lid B, AAV. Die bepaling vormde ook de basis van de vordering van eiseres zoals blijkt uit haar synthesebesluiten na cassatie p. 11 , eerste zin en het antwoord daarop van verweerster in haar synthesebesluiten na cassatie p. 14-
  2. Bovendien gaan zij na of eiseres een "geleden ernstig nadeel in haar hoofde" aantoont. Enkel artikel 16, lid B vereist een geleden ernstig nadeel. Voorts spreken de appelrechters zich uit over de kapitalisatie (gevorderd op grond van artikel 1154 B.W.) en de moratoire interest uit artikel 15, D, AAV (of artikel 1153 B.W.) terwijl de artikelen 1154 B.W. en 15, D, AAV niet spelen bij een schadevergoeding in de zin van artikel 16, lid A, AAV
(2). Uw Hof oordeelde reeds eerder dat de vordering tot herziening van de overeenkomst na onvoorziene omstandigheden "niet strekt tot uitvoering door betaling van een gelijkwaardig bedrag of van compensatoire schadevergoeding wegens niet-uitvoering, maar tot de rechtstreekse uitvoering van een contractuele verbintenis (...)"
(3). Het is aldus geen schadevergoeding
(4). 3.
  1. Krachtens artikel 26 WBTW wordt de belasting voor de leveringen van goederen en de diensten berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verricht. Gezien het in casu niet gaat om een vorm van schadeloosstelling, maar wel om een supplement aan de prijs die door eiseres wordt verkregen of moet worden verkregen als tegenprestatie voor de geleverde goederen en diensten, behoort de prijsaanpassingsvergoeding t.b.v. 797.653 BEF m.i. tot de maatstaf van heffing inzake BTW. Het middel lijkt mij gegrond. (...)
  2. Bespreking van het vijfde middel (...) TWEEDE ONDERDEEL 6.
  3. Het tweede onderdeel voert aan dat het bestreden arrest, door te beslissen dat voor de intrestberekening gerekend mag worden met de in de indicateur weergegeven inschrijvingsdata van de desbetreffende stukken als overeenstemmend met de werkelijke ontvangstdatum van dat stuk, onwettig bewijswaarde verleent aan die indicateur die dat huishoudelijk register of papier niet heeft (Schending van artikel 1331 B.W.) en daarmee de regels inzake de bewijslast in burgerlijke zaken miskent door uitsluitend eigen beweringen van verweerster voor waar aan te nemen (Schending van de regels inzake de bewijslast in burgerlijke zaken, de artikelen 1315 en 1331 B.W en 870 Ger. W.). 6.
  4. Dat volgens artikel 1331 B.W. huiselijke registers en papieren geen bewijs opleveren ten voordele van degene die ze geschreven heeft, neemt m.i. niet weg dat die registers en papieren ten voordele van hun opsteller een feitelijk vermoeden kunnen uitmaken, mits er de nodige andere stukken en elementen voorhanden zijn die de in de huiselijke registers of papieren vermelde elementen geloofwaardig maken. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: * verweerster in tegenstelling tot in andere zaken tussen dezelfde partijen (waar het bestuur enkel haar eigen wettigingstabel bijbracht ten bewijze van de beweerde datum van ontvangst) thans uittreksels bijbrengt van de indicateur waarin destijds alle inkomende post werd genoteerd; * deze uittreksels wel degelijk een feitelijk (maar weerlegbaar) vermoeden vormen van de correcte datum van ontvangst van de schuldvordering van eiseres; * eiseres dit feitelijk vermoeden niet weerlegt; * de data van de door eiseres neergelegde schuldvorderingen overeenstemmen met de vermeldingen in de uittreksels uit de indicateur van het bestuur; * op basis van de weinige neergelegde stukken de neergelegde uittreksels van de indicateur op geen enkele onjuistheid kunnen betrapt worden, terwijl bewezen is dat de door eiseres in Bijlage B/1 weerhouden data niet kunnen overeenstemmen met de werkelijkheid. Door op die gronden de vermeldingen in de indicateur te aanvaarden als een feitelijk vermoeden van de datum van ontvangst van de schuldvordering van eiseres, wordt artikel 1331 B.W. naar mijn mening niet geschonden door de appelrechters. In zoverre kan het onderdeel m.i. niet worden aangenomen. Voor het overige lijkt het onderdeel mij volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 1331 B.W. (...)
  5. Besluit: Vernietiging (...) ____________________
(1)Cass. 8 maart 1991, ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910308.7.
(2)Artikel 1154 B.W. is niet van toepassing op een schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie: Cass. 22 december 2006, AR C.05.0210.N, AC 2006, nr. 670, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061222.3, RW 2006-07, 1439, noot A. VAN OEVELEN, TBO 2007, 40, noot. Artikel 15 AAV is niet van toepassing op een schadevergoeding: C. DE KONINCK en P. FLAMEY, De uitvoering van overheidsopdrachten, Mechelen, Kluwer, 2014, 37 (omtrent recentere versies van de AAV die evenwel de regel van artikel 15 AAV overnemen); J. PETIT, Interest in APR, Gent, Story, 1995, 116.
(3)Cass. 28 september 1989, ECLI:BE:CASS:1989:ARR.19890928.10, Arr.Cass. 1989-90, 126, JLMB 1989, 1376, noot A. DELVAUX, Pas. 1990, I, 113, RW 1989-90, 816, T.Aann. 1990, 1223, noot A. DELVAUX.
(4)Omtrent de herziening van de overeenkomst omwille van aan de aanbestedende overheid toegerekende feiten: Y. CABUY en G. DEREAU, "L'exécution des marchés publics" in Y. CABUY, G. DEREAU, V. DOR, P. THIEL en M. VASTMANS, Le nouveau droit des marchés publics en Belgique, Brussel, Larcier, 2013,
  1. Omtrent de onvoorziene omstandigheden in de AAV: Y. CABUY en G. DEREAU, "L'exécution des marchés publics" in Y. CABUY, G. DEREAU, V. DOR, P. THIEL en M. VASTMANS, Le nouveau droit des marchés publics en Belgique, Brussel, Larcier, 2013,
  2. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190621.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.2 citeert: ECLI:BE:CASS:1989:ARR.19890928.10 ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910308.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061222.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.