id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190621.3 Rolnummer: F.14.0131.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-07-16 Raadplegingen: 287 - laatst gezien 2026-06-16 03:49 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.3 Fiche 1 Artikel 35undecies Oppervlaktewaterenwet bevat een volledig uitgewerkte eigen regeling voor de rechtzetting van de aangifte; de rechtzettingsprocedure wordt bijgevolg uitsluitend beheerst door artikel 35undecies Oppervlaktewaterenwet zodat artikel 346 WIB92 niet mutatis mutandis kan worden toegepast
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: Vlaamse Gewest - Heffing op de waterverontreiniging - Aangifte - Rechtzettingsprocedure - Toepasselijke wetgeving Wettelijke bepalingen: Wet - 26-03-1971 - Art. 35undecies - 30 ELI link Pub nr 1971A32613 Fiche 2 Bij gebrek aan definitie in de wet, dient de term groenteconservenbedrijven in zijn gebruikelijke betekenis te worden verstaan; uit de vaststelling dat conserveringsmaatregelen worden genomen die moeten toelaten dat aardappelen voldoende lang kunnen worden bewaard om met uitstel te kunnen worden geconsumeerd, mag worden besloten tot de toepassing van de omzettingscoëfficiënten van sector 19
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie ook het arrest dd. 21 juni 2019 inzake F.14.0132.N. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: Vlaamse Gewest - Heffing op de waterverontreiniging - Grondslag - Berekening - Omzettingscoëfficiënten - Groenteconservenbedrijven - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet - 26-03-1971 - Art. 35septies en nr. 19 van de tabel in bijlage - 30 ELI link Pub nr 1971A32613 Tekst van de conclusie F.14.0131.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen:
- Situering Het geschil betreft de heffing op waterverontreiniging, voorzien in de artikelen 35bis e.v. van de Oppervlaktewaterenwet van 26 maart 1971, voor het heffingsjaar 2008, door verweerster gevestigd lastens eisers. Eisers exploiteren samen een groot gemengd landbouwbedrijf, bestaande uit gespecialiseerde veehouderij (120 stuks) en akkerbouw (149 ha). Op het bedrijf wordt tevens witloof geteeld en verpakt. Daarnaast hebben ze ook een installatie voor het schillen en versnijden van aardappelen geteeld op het eigen bedrijf. Op 15 mei 2009 vestigde verweerster de betwiste heffing lastens eisers, voor een totaal bedrag van 48.198,56 EUR, berekend op basis van de forfaitaire berekeningsmethode met omzettingscoëfficiënten, waarbij rekening werd gehouden met de activiteit "rundvee" (sector 28 "land- en tuinbouwbedrijven"), waarvoor 3,85 vervuilingseenheden in rekening werden gebracht, en de activiteit "aardappelschilbedrijf" (sector 19 "groenteconservenbedrijf"), waarvoor 1.117,68 vervuilingseenheden in rekening werden gebracht (berekend in functie van een waterverbruik van 818m3, en een productie van 634 ton). Eisers betwisten de heffing in essentie om reden dat zij menen dat hun bedrijfsactiviteit niet kwalificeert onder sector 19 "groenteconservenbedrijf". Het hof van beroep te Gent deelt de mening van eisers evenwel niet in zijn arrest dd. 11 maart 2014 waarin het oordeelde dat verweerster terecht de omzettingscoëfficiënten van sector 19 heeft toegepast. (...)
- Bespreking van het eerste middel 2.
- In het eerste onderdeel voeren eisers aan dat de beslissing van het appelgerecht niet naar recht verantwoord is, nu ze artikel 346, eerste lid WIB92 jo. artikel 35septiesdecies, §1 van de Oppervlaktewaterenwet schendt, door te oordelen dat verweerster de motiveringsplicht van artikel 346, eerste lid WIB92 heeft nageleefd door in haar bericht van wijziging van 23 oktober 2008 te melden dat was nagelaten de activiteit als aardappelschilbedrijf aan te geven, en dat die activiteit onder sector 19 valt en dat het niet nodig was om een nieuwe berekening van de heffing mee te delen bij gebrek aan de nodige gegevens, terwijl de motiveringsplicht van artikel 346, eerste lid WIB92 vereist dat niet enkel de redenen van wijziging worden opgegeven in het bericht van wijziging, maar ook de inkomsten of andere gegevens die in de plaats worden gesteld en die desgevallend eerst dienen te worden verkregen door het stellen van een vraag om inlichtingen alvorens over te gaan tot het versturen van het bericht van wijziging. Volgens het tweede onderdeel schendt het appelgerecht artikel 346, vijfde lid WIB92 jo. artikel 35septiesdecies, §1 Oppervlaktewaterenwet door te oordelen dat het voor de motivering van de kennisgeving tot taxatie volstond dat verweerster bij haar stelling bleef dat het schillen van aardappelen onder sector 19 viel, terwijl verweerster noch in het bericht van wijziging, noch in de kennisgeving tot taxatie een antwoord geeft op het door eisers in hun antwoord op het bericht van wijziging opgeworpen verweer dat zij, ondanks het schillen van aardappelen, niet kwalificeren als een groenteconservenbedrijf. 2.
- In de versie vóór de wijziging bij decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001, bepaalde art. 35septiesdecies, §1, Oppervlaktewaterenwet: "In zoverre dit hoofdstuk en de besluiten genomen ter uitvoering ervan niet afwijken zijn de regels betreffende de invordering, de verwijls- en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek, de verjaring alsmede de vestiging inzake rijksinkomstenbelastingen mutatis mutandis van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde heffingen en administratieve geldboeten". De woorden "alsmede de vestiging inzake rijksinkomstenbelastingen" werden toegevoegd bij decreet van 25 juni 1992
(1). In zijn conclusie in de zaak F.07.0040.N (inzake een leegstandsheffing)
(2)verwijst advocaat-generaal D. THIJS naar de voorbereiding van het decreet van 6 juli 1994 waarin de Vlaamse Regering uitvoerig op deze bepaling ingaat: "Volgens de Vlaamse regering was het de bedoeling van het voornoemde artikel 35septiesdecies, §1, conform hetgeen in de memorie van toelichting gespecificeerd was in verband met de behandeling van de bezwaarschriften, onder meer dat titel VII (Vestiging en invordering van de belasting) van het WIB92 van toepassing zou zijn op de heffing op de waterverontreiniging, behoudens in zoverre het decreet zelf in een afwijkende regeling voorzag (Gedr. St., Vlaamse Raad, 1993-94, nr. 549/1, 5; Zie echter VAN ORSHOVEN, P., "Vlaamse milieuheffingen op de waterverontreiniging - Procedure - Bezwaar - Beroep", De Fiscale Koerier, 1993, 319-321 die wijst op het bevoegdheidsoverschrijdend karakter van een dergelijke uitlegging). Het voorgaande toont aan dat de decreetgever met een dergelijke onhandige verwijzing wel degelijk de bedoeling had om geheel titel VII van het W.I.B. (en dus ook de regels met betrekking tot de behandeling van fiscale geschillen inzake inkomstenbelastingen) van overeenkomstige toepassing te verklaren. (...)". Artikel 13 van het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001 heeft artikel 35septiesdecies vervangen. Overeenkomstig de nieuwe versie zijn, in zoverre dit hoofdstuk en de besluiten genomen ter uitvoering ervan er niet van afwijken, de regels betreffende de vestiging, invordering, de geschillen, de verwijl- en moratoire interesten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek, en de verjaring inzake rijksinkomstenbelastingen, mutatis mutandis van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde heffingen, geldboeten en heffingsverhogingen. Met het decreet van 22 december 2000 beoogde de decreetgever onder meer de afstemming van de geschillenprocedure van de afvalwaterheffing met de gewijzigde federale procedure: "De tweede hoofddoelstelling van de wijziging is de afstemming van de geschillenprocedure van de afvalwaterheffing op de gewijzigde federale procedure. Een uniforme regeling met het Wetboek Inkomstenbelastingen is om twee redenen noodzakelijk. Vanaf het heffingsjaar 2000 zijn de grond- en afvalwaterheffing geïntegreerd. De Vlaamse Milieumaatschappij is nu zowel belast met de vestiging, inning en invordering van de afvalwaterheffing als van de grondwaterheffing. Hierbij stelt zich het probleem dat de grondwaterheffingsprocedure volledig aansluit bij de federale regeling, terwijl de afvalwaterheffing daarvan afwijkt. Zowel de bezwaartermijn, de termijn waarbinnen een beslissing moet worden genomen, als de jurisdictionele geschillenregeling verschillen van elkaar. Het decreet maakt de bestaande bezwaarprocedure volledig eenvormig met de bepalingen uit het Wetboek Inkomstenbelastingen en laat de jurisdictionele geschillenregeling uit de wet weg, waardoor de federale procedure automatisch van toepassing wordt."
(3)Uit dezelfde parlementaire stukken blijkt dat de decreetgever daarnaast tevens "een duidelijke decretale regeling inzake heffingsverhogingen en administratieve boetes" beoogde. De wijziging doorgevoerd bij decreet van 22 december 2000 heeft m.i. bijgevolg geen invloed gehad wat betreft de (principiële) toepasselijkheid van de volledige Titel VII (en dus ook art. 346) van het WIB92, zoals die voorheen reeds in artikel 35septiesdecies, Oppervlaktewaterenwet was opgenomen 2.
- Naar het eerste middel dient ter beoordeling van de omvang van de motiveringsplicht in het kader van de procedure van rechtzetting, overeenkomstig artikel 35septiesdecies, §1, Oppervlaktewaterenwet, mutatis mutandis, toepassing te worden gemaakt van artikel 346, eerste en vijfde lid, WIB
- Met reden wijst verweerster in de memorie van antwoord echter op de regeling die werd openomen in artikel 35undecies, Oppervlaktewaterenwet. Luidens artikel 35undecies, §1, Oppervlaktewaterenwet brengt de Maatschappij, wanneer zij meent de aangifte of melding te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is ingediend binnen de in artikel 35octies, §1 en §2, bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, hem de rechtzetting die zij voorstelt per aangetekend schrijven ter kennis, met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen. Het bericht van rechtzetting vermeldt de modaliteiten die de heffingsplichtige moet eerbiedigen om het te beantwoorden. Luidens artikel 35undecies, §2, eerste lid, Oppervlaktewaterenwet kan de heffingsplichtige zijn eventuele opmerkingen schriftelijk inbrengen binnen een termijn van één maand. Deze termijn kan wegens wettige redenen worden verlengd. Luidens artikel 35undecies, §2, tweede lid, Oppervlaktewaterenwet mag de heffing niet voor het verstrijken van die, eventueel verlengde, termijn worden gevestigd, behalve indien de rechten van de gewestelijke thesaurie wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de heffingstermijn in gevaar verkeren of indien de heffingsplichtige schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven met het bericht van de rechtzetting. Artikel 35undecies Oppervlaktewaterenwet lijkt mij aldus een volledig uitgewerkte eigen regeling te bevatten voor de rechtzetting/wijziging van de aangifte. Deze regeling is zonder twijfel geïnspireerd op de regeling in het WIB92, maar wijkt er anderzijds ook duidelijk van af. De eigen regeling in de Oppervlaktewaterenwet voorziet de noodzakelijke vermeldingen van het bericht van rechtzetting, m.n. vermelding van de redenen die de rechtzetting rechtvaardigen, terwijl het WIB92 de vermelding vereist van de redenen die de wijziging rechtvaardigen én de inkomsten en andere gegevens die de administratie voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven. De eigen rechtzettingsprocedure in de Oppervlaktewaterenwet voorziet niet in een gemotiveerde kennisgeving van taxatie zoals deze voorzien in artikel 346, vijfde lid WIB
- De bij artikel 35septiesdecies, §1, Oppervlaktewaterenwet voorziene "mutatis mutandis" toepassing geldt m.i. derhalve niet wat betreft de rechtzettingsprocedure inzake de heffing op waterverontreiniging, nu de Oppervlaktewaterenwet terzake een eigen van het artikel 346 WIB92 afwijkende regeling bevat. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt m.i. naar recht.
- Bespreking van het tweede middel 3.
- Eisers voeren in het tweede middel aan dat de appelrechter artikel 35ter jo. artikel 35septies en de bijlage van de Oppervlaktewaterenwet schendt door te oordelen dat eisers vallen onder het begrip 'groenteconservenbedrijven', waarop de omzettingscoëfficiënten bepaald onder nr. 19 van de tabel opgenomen in bijlage van de Oppervlaktewaterenwet van toepassing zijn, zonder vast te stellen dat eisers, buiten het schillen, snijden en verpakken van aardappelen, handelingen stellen die gericht zijn op conserveren in zijn gebruikelijke betekenis van het woord. 3.
- Het middel kan naar mijn mening niet worden aangenomen. Uw Hof heeft zich in een arrest van 10 oktober 2008 reeds uitgesproken over de interpretatie van het begrip "Groenteconservenbedrijven" zoals opgenomen in de bijlage van de Oppervlaktewaterenwet. Uw Hof oordeelde als volgt: "De omzettingscoëfficiënten bepaald onder nr. 19 van de tabel opgenomen in bijlage van de wet van 26 maart 1971, zijn van toepassing op groenteconservenbedrijven. Bij gebrek aan definitie in de wet, dient deze term in zijn gebruikelijke betekenis te worden verstaan. De appelrechters hebben naar recht kunnen oordelen dat, waar conserveren onder meer betekent instandhouden, voor bederf bewaren, verduurzamen, de eiseres, die aardappelen verwerkt tot diepvriesproducten op basis van aardappelpuree, te beschouwen is als een groenteconservenbedrijf in de zin van de in bijlage van de wet opgenomen tabel."
(4)3.
- De appelrechter besluit tot toepassing van de omzettingscoëfficiënten van sector 19, op grond van de vaststellingen en overwegingen dat: * groenten conserveren slaat op het klaar maken van groenten om ze later te kunnen consumeren; * precies omdat de groenten niet onmiddellijk maar slechts met (enig) uitstel geconsumeerd worden, er (grotere of kleinere) bewaringsmaatregelen (d.i. conserveringsmaatregelen) moeten genomen worden; * ook bewaringsmaatregelen die slechts een kort uitstel voor gebruik toelaten, bewaringsmaatregelen zijn; * zelfs zonder dat verweerster concreet bewijst dat eisers bijvoorbeeld sulfaten aan de geschilde aardappelen toevoegen opdat ze hun kleur zouden bewaren, het onbetwist is dat eisers de aardappelen bewerken klaar voor consumptie, en op een wijze verpakken dat ze voldoende lang bewaren om met uitstel geconsumeerd te kunnen worden; * in de milieuvergunning overigens uitdrukkelijk sprake is van 'aardappelen schillen en conserveren op industriële wijze". Het lijkt mij dat de appelrechter, die derwijze tot de vaststelling komt dat eisers conserveringsmaatregelen nemen die moeten toelaten dat de aardappelen voldoende lang kunnen worden bewaard om met uitstel te kunnen worden geconsumeerd, wettig vermocht te besluiten tot de toepassing van de omzettingscoëfficiënten van sector
- (...)
- Besluit: Verwerping. _____________________
(1)B.S. 11 juli 1992.
(2)Concl. van advocaat-generaal D. Thijs, ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080912.5, bij Cass. 12 september 2008, AR F.07.0040.N AC 2008, nr. 472, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080912.5.
(3)Vlaams Parlement, zitting 2000-2001, stuk 463, nr. 12, p. 7.
(4)Cass. 10 oktober 2008, AR F.07.0064.N, AC 2008, nr. 539, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081010.4. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190621.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080912.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081010.4 ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080912.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div