id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191010.9 Rolnummer: C.18.0384.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-11-14 Raadplegingen: 520 - laatst gezien 2026-06-18 22:58 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191010.9 Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 186 en 187 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, de artikelen 1 en 3 van het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden volgt dat het enige toelaatbare bewijs van de bekendmaking van een gemeenteverordening of -reglement bestaat uit de aantekening ervan in het register dat de gemeentesecretaris speciaal daartoe in de wettelijk voorgeschreven vormen houdt; de handtekening van de gemeentesecretaris op de aantekening van de bekendmaking is eveneens vereist opdat de bekendmaking regelmatig zou zijn en het belastingreglement tegenstelbaar
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Gemeentelijk belastingreglement - Bekendmaking - Wettelijk bewijs - Register - Aantekening - Gebrek aan handtekening van de gemeentesecretaris - Tegenstelbaarheid van het belastingreglement - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Artt. 186 en 187 Koninklijk Besluit - 14-10-1991 - Artt. 1 en 3 - 38 ELI link Pub nr 1991000555 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WETTIGHEID VAN BESLUITEN EN VERORDENINGEN Vrije woorden: Gemeentelijk belastingreglement - Bekendmaking - Wettelijk bewijs - Register - Aantekening - Gebrek aan handtekening van de gemeentesecretaris - Tegenstelbaarheid van het belastingreglement - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Artt. 186 en 187 Koninklijk Besluit - 14-10-1991 - Artt. 1 en 3 - 38 ELI link Pub nr 1991000555 Tekst van de conclusie C.18.0384.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (...)
- Bespreking van het vierde middel 2.
- Eiseres voert in het vierde middel aan dat de appelrechters, door te oordelen dat de aantekening in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden enkel door de burgemeester moest worden ondertekend, de volgende artikelen schenden: de artikelen 1 en 3 van het Koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden; de artikelen 186 en 187 van het Gemeentedecreet, versie als gevolg van publicatie op 31 augustus 2005; en voor zoveel als nodig: de artikelen 112 en 114 [Vlaams Gewest] van de Nieuwe Gemeentewet, versie als gevolg van de publicatie op 27 april
- 2.
- Artikel 186 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, in de versie vóór zijn wijziging bij decreet van 29 juni 2012 (hierna: Gemeentedecreet), bepaalt in verband met de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester dat deze reglementaire akten door laatstgenoemde worden bekendgemaakt door middel van een aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij het reglement of de verordening werd aangenomen, de plaats of plaatsen waar de tekst van het reglement of de verordening ter inzage ligt van het publiek en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. Krachtens artikel 187, eerste lid, Gemeentedecreet treden de reglementen en verordeningen, bedoeld in artikel 186, in werking de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is. Artikel 187, tweede lid, Gemeentedecreet bepaalt dat de bekendmaking en de datum van bekendmaking van deze reglementen en verordeningen moeten blijken uit de aantekening in een speciaal register dat bijgehouden wordt op de wijze bepaald door de Vlaamse regering. Artikel 1 van het Koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden
(1), bepaalt dat de bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen en verordeningen bedoeld in artikel 112 van de nieuwe gemeentewet moeten blijken uit de aantekening in een speciaal door de gemeentesecretaris daartoe gehouden register. Artikel 2 van het Koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden bepaalt dat de aantekening in het register geschiedt op de eerste dag van de bekendmaking van het reglement of van de verordening en dat de aantekeningen worden genummerd in de volgorde van de opeenvolgende bekendmakingen. Artikel 3 van het Koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden bepaalt: "De gedateerde en door de burgemeester en de gemeentesecretaris ondertekende aantekening wordt op de volgende wijze vastgesteld: "Nr... De burgemeester van de gemeente (of van de stad)..., provincie..., bevestigt dat het reglement (of de verordening) van de gemeenteraad (of van het college van burgemeester en schepenen) (of van de burgemeester), gedateerd..., met als onderwerp..., bekendgemaakt werd, overeenkomstig artikel 112 van de nieuwe gemeentewet, op... Te ..., ... (datum) De Secretaris, De Burgemeester," 2.3. De vraag die zich stelt is of de aantekening in het register voor de bekendmaking die enkel de burgemeester ondertekent, toch bewijs van de bekendmaking van een reglement kan opleveren, niettegenstaande haar strijdigheid met artikel 3 van het KB van 14 oktober 1991 dat vereist dat de aantekening door zowel burgemeester als gemeentesecretaris is ondertekend. De Raad van State lijkt deze vraag milder te beantwoorden dan de meerderheid van de feitenrechters en auteurs en meent dat "de omstandigheid dat bij de aantekening in het register de voorgeschreven vormvereisten eventueel niet strikt zijn nageleefd, niet tot gevolg [heeft] dat de aantekening van de weeromstuit alle bewijskracht verliest"
(2). De feitenrechters oordelen veelal dat de aantekening een dubbele handtekening vereist, wil ze niet "ongeldig" zijn
(3)of "als voor onbestaande worden gehouden"
(4). Dit standpunt van de feitenrechters vindt grondslag en gehoor bij auteurs. Het standpunt gaat er voornamelijk van uit dat de handtekening van de gemeentesecretaris de aktes van de gemeente authenticeert
(5). De gemeentesecretaris waakt erover dat de reglementair voorgeschreven vermeldingen in die aktes zijn opgenomen. "Il est donc le garant de la légalité des actes communaux. La signature du registre des publications par le sécretaire communal constitue donc une formalité essentielle dont l'absence prive l'extrait de publication de toute force probante", schrijven Magremanne en Scheyvaerts
(6). Bijkomende argumenten worden getrokken uit het feit dat artikel 1 van het KB van 14 oktober 1991 stelt dat de gemeentesecretaris het register houdt en het feit dat de gemeentesecretaris volgens artikel 182, §1, Gemeentedecreet de tegentekenaar is van alle officiële stukken die van de gemeente emaneren. Verder bepaalt artikel 3 van het voormelde KB uitdrukkelijk dat de burgemeester en de gemeentesecretaris de aantekening ondertekenen, waarbij ook het sjabloon van de aantekening duidelijk de beide gemeentefunctionarissen vermeldt
(7). Uw Hof lijkt mij in eerdere arresten meer aan te sluiten bij de visie van de feitenrechters, dan bij de visie van de Raad van State. Op 3 april 2014 besliste Uw Hof dat de gemeentesecretaris de aanplakbrief niet hoeft te ondertekenen omdat enkel de burgemeester wettelijk verantwoordelijk is voor de bekendmaking
(8). Zijdelings kunnen m.i. uit dit arrest lessen worden getrokken over de aantekening van de bekendmaking in het speciaal daartoe gehouden register. Uw Hof lijkt mij immers verstaan te geven dat artikel 109 van de Nieuwe Gemeentewet enkel betrekking heeft op de aktes van de gemeente, ondanks het feit dat het artikel ook "bekendmakingen" vermeldt.
(9)Als de bekendmaking geen akte van de gemeente is, behoeft de gemeentesecretaris deze bekendmaking ook niet te authenticeren door middel van zijn handtekening. Anders is het dan vanzelfsprekend voor de aantekening in het register, die uitdrukkelijk als een akte wordt beschouwd. Bovendien zou een dubbele handtekening op de aanplakbrief weinig zinvol zijn, aangezien die aanplakbrief niet als bewijselement door de gemeente is bij te houden. Enkel de aantekening in het register is als bewijsmiddel toegelaten, zodat voor die aantekening dan ook de dubbele handtekeningsvereiste past
(10). Met de arresten van 21 mei 2015 en 12 januari 2018 houdt Uw Hof strikt aan de datumvereiste uit het KB van 14 oktober 1991. Als de aantekening niet blijkt te zijn gedateerd conform dit KB, dan is er geen regelmatige aantekening en dus geen bewijs van de bekendmaking
(11). Het standpunt van uw Hof betreffende de datum van de aantekening lijkt mij a fortiori te kunnen gelden voor de handtekeningsvereiste van de aantekening. De appelrechters die vaststellen dat de handtekening van de gemeentesecretaris ontbreekt op de aantekening van de bekendmaking van het belastingreglement van 26 februari 2007 over de gemeentebelasting bij het ontbreken van parkeerplaatsen bij nieuwbouw of verbouwing in het speciaal door de gemeentesecretaris daartoe gehouden register, maar niettemin oordelen dat de verweerster de regelmatige bekendmaking van het reglement bewijst, lijken mij hun beslissing dat dit reglement aan eiseres tegenstelbaar is niet naar recht te verantwoorden. Het middel komt mij gegrond voor. 3. Besluit: Vernietiging. ____________________
(1)Van toepassing tot 8 februari 2008, gelet op artikel 4 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 18 januari 2008.
(2)RvS (I2e k.) nr. 204.999, 10 juni 2010, FJF 2011, afl. 5,488, T.Gem. 2011, afl. 1, 49, noot P. DE SOMERE.
(3)Rb. Gent 31 oktober 2002, FJF 2003, afl. 5, 548 (waarnaar verwezen bij MAGREMANNE, J.-P., "La publication du règlement-taxe provincial et communal", RFRL 2015/2, 91, voetnoot 60); Rb. Gent 31 december 2002, TFR 2003, n° 236; Rb. Luik 6 november 2013, RGCF 2013, afl. 5-6, 437 (omtrent de gelijkluidende artikelen in de "Code de la démocratie locale et de la decentralisation" en de artikelen uit het KB van 14 oktober 1991). Zie impliciet in die zin: Rb. Namen 25 april 2012, RGCF 2012, afl. 4,315 ("La demanderesse réplique encore que le simple fait que le certificat produit soit signé par le bourgmestre (mais non par le secrétaire communal!) ne suffit pas à lui donner une force probante").
(4)Rb. Brugge 16 maart 2011, LRB 2011, afl. 4, 53.
(5)Zie in het algemeen in deze zin: LOMBAERT, B., en NIHOUL, M., "Tous les moyens sont-ils bons pour s'exonérer d'une taxe en matière d'immeubles abandonnés? Politique fiscale, proportionnalité du taux, preuve de la publication d'un règlement et force majeure exonératoire" (noot onder Rb. Brussel 16 januari 2003), Rev.dr.commun., 2003/3, 48.
(6)MAGREMANNE, J.-P., en SCHEYVAERTS, A., "La publication d'un règlement-taxe communal", RGCF 2010, 10.
(7)Zie in die zin MAGREMANNE, J.-P., o.c., p. 91.
(8)Cass. 3 april 2014, AR F.13.0078.N, AC 2014, nr. 265, ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140403.14.
(9)DEOM, D., en THIEBAUT, C., "Le point sur la publication des règlements communaux", Rev.dr.commun., 2015/4, p. 7.
(10)Zie in deze zin MAGREMANNE, J.-P., o.c., p. 87.
(11)Cass. 12 januari 2018, AR F.16.0087.F, AC 2018, nr. 27, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180112.3; Cass. 21 mei 2015, AR F.14.0098.F, AC 2015, nr. 330, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150521.15; PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191010.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191010.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140403.14 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150521.15 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180112.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231109.1N.3 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231109.1N.5 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.058 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div