id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13 Rolnummer: C.19.0048.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 348 - laatst gezien 2026-06-28 21:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13 Fiches 1 - 2 Wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst in de mogelijkheid hebben voorzien om tegen de arbitrale uitspraak hoger beroep in te stellen, kunnen zij geen vordering tot vernietiging instellen zolang de beroepstermijn niet is verstreken of zolang het hoger beroep nog hangende is voor de arbiters; hieruit volgt ook dat zij het recht op hoger beroep moeten aanwenden vooraleer een vordering tot nietigheid te kunnen instellen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Hoger beroep tegen de arbitrale uitspraak - Vordering tot vernietiging - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1716, en 1717, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Hoger beroep tegen de arbitrale uitspraak - Vordering tot vernietiging - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1716, en 1717, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek dat de openbare orde raakt, strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen; dit verbod strekt zich uit tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd; zulks is het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan de vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Beding tot uitsluiting van elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1718 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Verbod tot het ontnemen van de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1718 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - 2020, n° 21, p. 440-
- - HERINCKX, Yves; Note'L'arbitrage, son coût et le droit d'accès au juge' Tekst van de conclusie C.19.0048.N Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem: I. SITUERING
- Naar aanleiding van een geschil tussen partijen werd ten verzeke van eiseres een arbitrageprocedure ingesteld.
- Tegen de beslissing van het scheidsgerecht werd door verweerster hoger beroep ingesteld bij het Europees RUCIP-Comité, dat om betaling van een voorschot verzoekt, bij gebreke waaraan het verzoekschrift zou worden geacht te zijn ingetrokken.
- Verweerster betaalde dit bedrag niet, maar dagvaardde eiseres voor de rechtbank van eerste aanleg teneinde de arbitrale uitspraak nietig te laten verklaren.
- De bestreden beslissing verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond, en vernietigt de arbitrale uitspraak.
- Tegen deze beslissing voert eiseres een enig middel tot cassatie aan. II. BESPREKING VAN HET MIDDEL.
- Eiseres verwijt de bestreden beslissing de artikelen 1716 en 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden.
- Luidens artikel 1716 Gerechtelijk Wetboek kan tegen een arbitrale uitspraak alleen hoger beroep worden ingesteld, indien de partijen deze mogelijkheid hebben voorzien in de arbitrageovereenkomst. Tenzij anders werd bedongen, is de termijn om hoger beroep in te stellen een maand vanaf de mededeling van de arbitrale uitspraak overeenkomstig artikel 1678 Gerechtelijk Wetboek.
- Krachtens artikel 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek is een vordering tot vernietiging enkel ontvankelijk wanneer de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten.
- Uit de tekst van deze, in hun onderlinge samenhang gelezen, artikelen volgt volgens eiseres dat wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst in de mogelijkheid hebben voorzien om hoger beroep in te stellen tegen een arbitrale uitspraak, er geen ontvankelijke vordering tot vernietiging kan worden ingesteld tegen de in eerste aanleg gewezen arbitrale uitspraak, maar enkel tegen de arbitrale uitspraak gewezen door het scheidsgerecht zetelend in hoger beroep en in laatste aanleg. Een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak is volgens haar immers enkel mogelijk nadat partijen het arbitraal hoger beroep hebben uitgeput en de arbitrale uitspraak aldus niet meer voor de andere arbiters kan worden aangevochten.
- Waar krachtens artikel 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek een vordering tot vernietiging slechts ontvankelijk is wanneer de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten, rijst in deze dan ook de vraag vanaf wanneer dit het geval is.
- Voor zover als uitgangspunt geldt dat tegen een arbitrale uitspraak alleen hoger beroep kan worden ingesteld indien de partijen deze mogelijkheid hebben voorzien in de arbitrageovereenkomst (artikel 1716 Gerechtelijk Wetboek), kan - wanneer de partijen die mogelijkheid niet hebben voorzien - de uitspraak niet meer voor de arbiters worden aangevochten en kan aldus in principe een vordering tot vernietiging worden ingesteld.
- Quid echter wanneer, zoals hier, de partijen wel de mogelijkheid hebben voorzien om hoger beroep in te stellen?
- Wanneer in dat geval volgens eiseres de partijen slechts een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak kunnen instellen nadat zij het arbitraal hoger beroep hebben uitgeput en nadat er aldus een arbitrale uitspraak in laatste aanleg werd gewezen, komt het mij evenwel voor dat uit de tekst van artikel 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek niet kan worden afgeleid dat het uitputten van het arbitraal hoger beroep een vereiste zou zijn voor de ontvankelijkheid van de vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak. Immers, ook wanneer geen hoger beroep meer kan worden ingesteld omdat de beroepstermijn verstreken is, kan de uitspraak "niet meer voor de arbiters worden aangevochten".
- In het raam van de wetsevolutie kan ter zake worden opgemerkt dat artikel 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek (oud artikel 1706 Gerechtelijk Wetboek) artikel 27.2 van de eenvormige wet inzake arbitrage overneemt
(1). 10. Uit het toelichtend verslag van deze eenvormige wet inzake arbitrage kan naar mijn oordeel niet worden afgeleid, zoals door eiseres vooropgesteld, dat de partijen slechts een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak kunnen instellen nadat zij het arbitraal hoger beroep hebben uitgeput en nadat er aldus een uitspraak in hoger beroep werd gewezen. De ratio van artikel 27.2 van de eenvormige wet inzake arbitrage bestaat er volgens het verslag in de bezwaren uit te schakelen die verbonden zijn aan gelijklopende vorderingen, de ene voor een scheidsrechterlijke instantie in hoger beroep en de andere met het oog op nietigverklaring voor een gerechtelijke instantie. De arbitrale uitspraak kan niet worden vernietigd zolang nog hoger beroep tegen die uitspraak kan worden ingesteld of zolang het ingestelde hoger beroep nog hangende is
(2). 11. Uit de zin, in paragraaf 2 van dat artikel 27, dat een vordering tot nietigverklaring trouwens alleen verantwoord is indien het gaat om een einduitspraak (a final award/une sentence définitive) kan m.i. evenmin worden afgeleid dat er een uitspraak in hoger beroep moet zijn om een vordering tot vernietiging te kunnen instellen. De term "final award" "sentence définitive" vinden wij immers ook terug in artikel 20 van de eenvormige wet inzake arbitrage dat bepaalt dat behoudens anders beding, het scheidsgerecht definitief uitspraak doet door middel van een of meerdere beslissingen. Uit het toelichtend verslag blijkt dat het woord definitief (final/définitivement) erop wijst dat de arbiters niet meer op de omstreden punten waarover zij beslist hebben kunnen terugkomen
(3). Onder "final award" "sentence défintive" dient men hier aldus te verstaan: een eindbeslissing. 12. De woorden dat een uitspraak niet langer kan bestreden worden voor de arbiters (en gezag van gewijsde geniet) vinden wij ook terug in artikel 24 van de eenvormige wet. Dat de arbitrale uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten, veronderstelt volgens de toelichting hiervan in het verslag dat tegen de uitspraak geen hoger beroep meer kan worden ingesteld
(4). 13. Zowel uit de tekst zelf als uit het toelichtend verslag volgt m.i. dan ook dat een vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak slechts ontvankelijk is wanneer tegen die uitspraak geen hoger beroep meer kan worden ingesteld of nadat er uitspraak in hoger beroep werd gewezen
(5). 14. Hoewel een meerderheid van de doctrine (zonder meer) de opvatting verdedigt dat wanneer de partijen een arbitraal hoger beroep hebben voorzien, zij dat eerst moeten uitputten alvorens zij een vordering tot vernietiging kunnen instellen
(6), lijkt deze opvatting mij aldus evenwel in strijd te zijn met de tekst van de wet zelf, alsook met het toelichtend verslag. 15. Een dergelijke opvatting kan eventueel verdedigd worden in het licht van artikel 1717, §6, Gerechtelijk Wetboek op grond waarvan de rechtbank van eerste aanleg, wanneer zij een vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak krijgt, desgevallend, op vordering van een partij, de vernietigingsprocedure kan opschorten gedurende een door haar bepaalde termijn om aan het scheidsgerecht de mogelijkheid te geven de arbitrageprocedure te hervatten of iedere andere maatregel te nemen die het van aard acht om de gronden van vernietiging weg te werken. Deze paragraaf werd ingevoegd bij (artikel 51 van de) wet van 24 juni 2013 (BS 28 juni 2013; inwerkingtreding 1 september 2013) en herneemt de tekst van artikel 34, §4, van de UNCITRAL Modelwet inzake arbitrage. Volgens de memorie van toelichting is deze paragraaf ingegeven door een bezorgdheid voor de doeltreffendheid: de vernietiging van de arbitrale uitspraak moet het laatste middel blijven om een eventuele onregelmatigheid te verhelpen. Zodra deze kan gecorrigeerd worden door een nieuwe tussenkomst van het scheidsgerecht, is het verkieslijk deze weg te volgen
(7).
- Vanuit deze gedachte zou aldus kunnen verdedigd worden dat wanneer de partijen een arbitraal hoger beroep hebben voorzien, zij dat eerst moeten uitputten alvorens een vordering tot vernietiging te kunnen instellen. De vernietiging moet immers het laatste middel blijven.
- Daarentegen verplicht de wetgever de partijen niet om eerst arbitraal hoger beroep in te stellen alvorens een vordering tot vernietiging kan worden ingesteld. De partijen kunnen wel zelf in de mogelijkheid voorzien om hoger beroep in te stellen, maar het gaat ook hier niet om een verplichting
(8). Als zij ervoor kiezen om geen arbitraal hoger beroep in te stellen, mag dat m.i. niet tot gevolg hebben dat zij zich daardoor het recht ontnemen om naar een rechter te stappen en vernietiging van de arbitrale uitspraak te vragen. De rechter kan conform artikel 1717, §6, Gerechtelijk Wetboek de zaak alsnog terugverwijzen naar het scheidsgerecht om de arbitrageprocedure te hervatten of iedere andere maatregel te nemen die het van aard acht om de gronden van vernietiging weg te werken.
- Bovendien bepaalt artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek dat de partijen door een uitdrukkelijke verklaring in de arbitrageovereenkomst of door een latere overeenkomst, elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak kunnen uitsluiten, wanneer geen van hen een natuurlijke persoon met de Belgische nationaliteit, of met woonplaats of gewone verblijfplaats in België, is of een rechtspersoon die zijn statutaire zetel, voornaamste vestiging of bijkantoor in België heeft.
- Volgens de memorie van toelichting inzake
(9)leidt het voorstel tot de uitsluiting van de gerechtelijke controle op de scheidsrechterlijke uitspraken waarmee ons land volstrekt niets te maken heeft en die tegenwoordig vaak worden aangewend louter om de procedure te vertragen, aangezien de tenuitvoerlegging van de uitspraak in het buitenland gebeurt. Daarentegen moeten de mogelijkheden tot nietigverklaring van een uitspraak volledig blijven bestaan zodra de Belgische belangen op een of andere manier erbij betrokken zijn, zelfs al gaat het om een natuurlijke of rechtspersoon die de Belgische nationaliteit niet bezit maar die door zijn verblijf of dankzij een bedrijfszetel met ons land een band heeft.
- Deze mogelijkheid tot contractuele uitsluiting bestaat aldus niet voor partijen die een band hebben met België. In de mate dat zij geen afstand kunnen doen van hun recht tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kan het niet instellen van hoger beroep, wanneer die mogelijkheid contractueel is bedongen, dan ook niet gezien worden als een afstand van het recht om de vernietiging van de arbitrale uitspraak te vorderen.
- Vanuit voormelde benadering en visie komt het mij dan ook voor dat uit de artikelen 1716 en 1717, §1, Gerechtelijk Wetboek - en hun wetsgeschiedenis - blijkt dat wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst de mogelijkheid hebben voorzien om tegen de arbitrale uitspraak hoger beroep in te stellen, zij geen vordering tot vernietiging bij de rechtbank van eerste aanleg kunnen instellen zolang de beroepstermijn niet is verstreken of het hoger beroep nog hangende is voor de arbiters.
- Nu de appelrechter in deze, op grond van de door hem weerhouden vaststellingen, oordeelt dat de arbitrale uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten, aangezien het hoger beroep werd geacht te zijn ingetrokken, en de beroepstermijn inmiddels is verstreken, ben ik derhalve van oordeel dat hij zijn beslissing naar recht verantwoordt, en dat het middel aldus niet kan worden aangenomen. III. CONCLUSIE: VERWERPING. ______________________
(1)Memorie van Toelichting tot goedkeuring van de Europese overeenkomst houdende eenvormige wet inzake arbitrage, ondertekend op 20 januari 1966, en tot invoering in het Gerechtelijk Wetboek van een zesde deel betreffende de arbitrage, Parl. St. Kamer 1970-71, nr. 988/1, 27-28.
(2)Zie de commentaar bij artikel 27 in het toelichtend verslag bij de Europese overeenkomst houdende een eenvormige wet inzake arbitrage, ondertekend te Straatsburg op 20 januari 1966, ETS/STE - n° 56.
(3)Zie commentaar bij artikel 20 in het toelichtend verslag.
(4)Zie commentaar bij artikel 24 in het toelichtend verslag.
(5)Vgl. C. VERBRUGGEN, Recourse against Arbitral Award: Articles 1716 to 1718, in N. BASSIRI en M. DRAYE (eds.), Arbitration in Belgium. A practitioner's Guide, Mechelen, Kluwer, 2016, 463; vgl. ook D. DE MEULEMEESTER en M. PIERS, De nieuwe Belgische Arbitragewet, in J. LEYSEN (ed.), Alternatieve geschillenbeslechting, Larcier, 2015,
(85), 102.
(6)H. VERBIST, De vernietiging van de arbitrale uitspraak na de hervorming van het Belgisch arbitragerecht door de wet van 19 mei 1998, TPR 1999,
(1755), 1770; M.L. STORME en M. VOORDECKERS, Arbitrage (1989-2005). Overzicht van rechtspraak, TPR 2005,
(1243), 1285; H. VERBIST, De vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak na de hervorming van het Belgisch arbitragerecht door de wet van 24 juni 2013, in M. PIERS (ed.), De nieuwe arbitragewet 2013: essentiële bepalingen en hun praktische werking, Antwerpen, Intersentia, 2013,
(105), 111; M. PIERS en M.L. STORME, Arbitrage (2006-2014). Overzicht van rechtspraak, TPR 2014,
(859), 882; L. DEMEYERE en H. VERBIST, De nieuwe Belgische arbitragewet van 24 juni 2013, RW 2014-15,
(83), 99; I. CLAEYS en T. TANGHE, Annulment of arbitral awards before Belgian courts, in B. DEN TANDT (ed.), Annulment of arbitral awards before Belgian courts, Brugge, Die Keure, 2015,
(119), 122; G-A DAL en G. KEUTGEN, L'arbitrage en droit belge et international, Brussel, Bruylant, 2015, 552, nr. 692; G. DE BUYZER, Art. 1717 Gerechtelijk Wetboek, in Comm. Ger. 2018, afl. 109,5.
(7)MvT bij Wetsontwerp tot wijziging van het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage, Parl. St. Kamer 2012-2013, nr. 2473/001, 41-42.
(8)MvT bij Wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage, Parl. St. Kamer 1997-98, nr. 1374/1, 9-10.
(9)MvT bij Wetsvoorstel betreffende de nietigverklaring van scheidsrechterlijke uitspraken, Parl. St. Senaat 1982-83, nr. 813/1, 2. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241108.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div