id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.11 Rolnummer: C.17.0455.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 307 - laatst gezien 2026-06-28 06:43 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.11 Fiches 1 - 2 De clausule in een huwelijkscontract, aangegaan onder het stelsel van scheiding van goederen, dat "bij gebrek aan geschreven rekeningen de echtgenoten vermoed worden de rekeningen die zij wederzijds verschuldigd zijn dag voor dag te hebben vereffend" stelt een vermoeden van verrekening in maar bepaalt niet uitdrukkelijk dat het vermoeden slechts door middel van een geschrift kan worden weerlegd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: Stelsel van scheiding van goederen - Huwelijkscontract - Clausule inzake verrekening - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1468 en 1469 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Stelsel van scheiding van goederen - Huwelijkscontract - Clausule inzake verrekening - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1468 en 1469 Tekst van de conclusie C.17.0445.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier
- Feiten en procedure Uit de stukken waarop mag acht worden geslagen blijkt dat eiser en verweerster gehuwd waren onder het stelsel van scheiding van goederen. Eiser was exclusief eigenaar van een woning waarvoor beiden tijdens het huwelijk een hypothecair krediet aangingen. Het wordt niet betwist dat verweerster tijdens het huwelijk afbetalingen van dit krediet heeft verricht. Nadat de echtscheiding werd uitgesproken vorderde verweerster in het kader van de vereffening-verdeling de teruggave van deze bedragen. De notaris-vereffenaar aanvaardde deze schuldvordering en nam deze op in de staat van vereffening-verdeling. Eiser betwistte evenwel deze schuldvordering. De rechtbank van eerste aanleg verwierp de zwarigheden en homologeerde de staat van vereffening. Het hoger beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Eiser had voor de appelrechters aangevoerd dat in het huwelijkscontract een afwijking was opgenomen op het principieel regresrecht van de niet-belanghebbende hoofdelijke ontlener/debiteur, en de aanspraak van verweerster in strijd was met de artikelen 2 en 6 van het huwelijkscontract die voorzien in een vermoeden van verrekening van dag tot dag van de rekeningen die zij wederzijds zijn verschuldigd. De appelrechters verwierpen het standpunt van eiser. Zij oordelen dat het vermoeden van verrekening van dag tot dag slechts weerlegbaar is bedongen en dergelijk beding geen bewijs uitsluit van het bestaan van een schuldvordering van de ene echtgenoot op de andere. Geldtransfers vanuit de eigen rekening van verweerster kunnen als bewijs worden gehanteerd voor de vordering van verweerster. Tegen dit arrest van 22 maart 2017 van het hof van beroep te Antwerpen voert eiser één middel aan waarin hij stelt dat het oordeel dat loutere geldtransfers vanuit de eigen rekening van verweerster als bewijs kunnen dienen strijdig is met de inhoud van artikel 6 van het huwelijkscontract dat vereist dat dit bewijs geleverd wordt door geschriften tussen echtgenoten zodat het oordeel van de appelrechters de bindende kracht van het huwelijkscontract miskent evenals de bewijskracht ervan.
- Bespreking 2.
- Uit de stukken waarop mag acht geslagen worden blijkt dat in het huwelijkscontract van partijen een "Artikel 6: REKENINGEN TUSSEN ECHTGENOTEN" werd ingelast waarin werd bepaald: "De echtgenoten zullen onderling om het even welke rekening kunnen opmaken of [contract] sluiten, behalve de beperkingen door de wet voorzien. De echtgenoten zullen onderling gewone of bijzonder geregelde onverdeeldheden kunnen tot stand brengen. De regeling van de onverdeeldheid en de bestemming ervan tot een bepaald doel zullen schriftelijk moeten worden opgemaakt. Indien de echtgenoten onderling onverdeeldheden tot stand hebben gebracht, zullen zij er vrij een einde aan kunnen stellen en uit onverdeeldheid treden bij verdelingsakte, met of zonder opleg. Bij gebrek van geschreven rekeningen zullen de echtgenoten vermoed worden de rekeningen, die zij wederzijds verschuldigd zijn dag voor dag te hebben vereffend, met inbegrip van die rekeningen die betrekking hebben op de vergoeding voor het familiaal, het huishoudelijk of het sociaal werk van ieder van hen. De verdeling van de gedurende het huwelijk verwezenlijkte besparingen evenals de vaststelling van de rechten van iedere echtgenoot bij een verwerving in onverdeeldheid, zullen vermoed worden gedaan te zijn in vereffening van de rekeningen die de echtgenoten wederzijds verschuldigd zijn." 2.
- De clausule dat de echtgenoten "bij gebrek aan geschreven rekeningen" worden vermoed "de rekeningen die zij elkaar wederzijds verschuldigd zijn" dag aan dag te hebben vereffend wordt vaak als type-clausule opgenomen in huwelijkscontracten van scheiding van goederen hoewel hierop ook sterke kritiek wordt geuit. Volgens bepaalde rechtsleer en rechtspraak
(1)houdt dergelijke clausule weliswaar een weerlegbaar vermoeden in dat de echtgenoten de eventuele verschuivingen tussen hun vermogens onderling hebben geregeld maar dat dit vermoeden slechts kan worden weerlegd indien de echtgenoten kunnen bogen op een geschrift, meer bepaald een door beide partijen ondertekend geschrift. De echtgenoten zullen bij de vereffening - verdeling dus slechts vergoeding kunnen vorderen indien een door beide partijen ondertekend geschrift voorligt en niet indien slechts een unilateraal stuk zoals een bankuittreksel voorhanden is. Hoewel de rechtspraak die in deze zin oordeelt ook aanvaardt dat de toepassing van die clausule in bepaalde gevallen als zeer onbillijk kan worden aangevoeld wordt er op gewezen dat de echtgenoten er zelf voor gekozen hebben deze modaliteit van bewijsvoering in het contract op te nemen zodat het "dura lex sed lex"
(2)principe geldt en deze modaliteit moet geëerbiedigd worden. Deze strikte en strenge lezing is ongetwijfeld wel de meest voor de hand liggende lezing van een clausule die bedoeld is om discussies bij de vereffening en verdeling over allerlei beweerde vergoedingsrechten zoveel mogelijk uit te sluiten en de echtgenoten ertoe aan te zetten om zich een bewijs te verschaffen van dergelijke vergoedingsrechten. Zij impliceert evenwel dat, bij gebrek aan geschrift, geen enkele vordering tot vergoeding wegens vermogensverschuivingen nog mogelijk is, wat tot eigenaardige situaties kan leiden zoals de echtgenoot die de onverdeelde gezinswoning alleen heeft gefinancierd, bijvoorbeeld middels gelden afkomstig van zijn ouders, bij gebrek aan geschrift geen aanspraak zal kunnen maken op enige vergoeding. 2.3. Gezaghebbende rechtsleer
(3)is om die reden dan ook, mijns inziens terecht, gekant tegen de systematische opname van voormelde type- clausule in het huwelijkscontract en de te enge interpretatie die er nadien wordt aan gegeven. De clausule wordt wel verantwoord geacht vanuit de doelstelling om bij de ontbinding van het stelsel de bewijsvoering tussen echtgenoten te vereenvoudigen, en voor zover die betrekking heeft op de dagelijkse bijdrage in de lasten van het huwelijk, maar niet voor eenmalige operaties die de lasten van het huwelijk te buiten gaan. In deze clausule de vereiste lezen om een document te kunnen voorleggen waaruit een afrekening blijkt die door beide echtgenote werd goedgekeurd en ondertekend, wordt als te beperkend aanzien. De vermelding dat, wanneer geen geschreven rekeningen kunnen worden voorgebracht, de rekeningen die de echtgenoten elkaar wederkerig verschuldigd zijn vermoed worden vereffend te zijn, betreft een vermoeden juris tantum dat weerlegbaar is. Dat dit enkel weerlegbaar zou zijn aan de hand van geschreven rekeningen, een geschreven akte, staat niet met zoveel woorden in de clausule. De termen van de clausule wijzen eerder op het beginsel dat bij het ontbreken van geschreven rekeningen dit vermoeden van toepassing wordt en vervolgens met alle middelen van recht weerlegd zou kunnen worden. Indien aan de regelen van bewijsvoering modaliteiten toegevoegd worden, mogen die evenwel niet tot gevolg hebben dat de basisbeginselen van het huwelijkscontract de facto ontkracht worden. Het scheppen van een vermoeden dat alleen weerlegbaar is op basis van een geschreven bewijsvoering kan immers de normale toepassing van een actio de in rem verso verhinderen. Een scheiding van goederen impliceert noodzakelijk een afrekening tussen de beide vermogens. Een algemeen verbod is om die reden onwettig en hoewel de clausule geen algemeen verbod inhoudt komt dit er de facto toch op neer, gezien echtgenoten maar zelden "geschriften" opstellen in verband met hun onderlinge rekeningen. In het werkelijke leven zijn de echtgenoten zich quasi nooit bewust zijn van de draagwijdte van deze clausule en de draconische gevolgen die zij kan hebben en men mag van hen niet vragen dat zij steeds paraat staan met papier en pen om hun vermogensverschuivingen te noteren en voor akkoord te ondertekenen
(4). 3. De appelrechters die oordelen dat een beding met de strekking als artikel 6 van het huwelijkscontract geen bewijs uitsluiten van het bestaan van een schuldvordering van de ene echtgenoot op de andere zodat geldtransfers van de eigen rekening van verweerster, die als zodanig ook niet betwist worden door eiser en waarvan eiser ook niet voorhoudt dat hij deze bedragen heeft terugbetaald aan verweerster, als bewijs kunnen worden gehanteerd voor de vordering van verweerster, oordelen dus dat artikel 6 bij gebrek aan geschreven rekeningen een vermoeden van verrekening instelt maar dat deze clausule niet uitdrukkelijk bepaalt dat het vermoeden slechts door een geschrift dat door beide partijen ondertekend werd kan worden weerlegd. Zij geven met dit oordeel aan deze clausule een uitleg die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. De aanvoering dat dit oordeel de bewijskracht van het huwelijkscontract miskent mist feitelijke grondslag. De appelrechters schenden met dit oordeel evenmin artikel 1134 BW. Conclusie: verwerping. _____________________
(1)Gent, 25 februari 2016, RW 2017-2018, 1142; Bergen, 8 juni 2010, Rev.not.b. 2011, 352 met goedkeurende noten van F. DEGUEL, "Les clauses relatives aux comptes entre ex-époux séparés de biens et l'enrichissement sans cause", Rev.n.bel. 2011, 356; N. BAUGNIET, "Le renversement de la présomption de ‘compte au jour le jour' entre époux séparés de biens", Rev. Trim. Dr. Fam., 2011, 751 e.v.; Antwerpen, 22 december 1997, T.Not. 1999, 390.
(2)Gent, 25 februari 2016, RW 2017-2018, 1143.
(3)Zie onder meer in die zin: C. DE WULF, Rechtsherstel voor verschuivingen van vermogen bij het einde van een huwelijk en bij het einde van een samenwoning, Die Keure, 2017, 162-170; Y.-H. LELEU, "La présomption de règlement de comptes à défaut de comptes écrits" in Le contrat de séparation de biens. Risques actuels et perspectives nouvelles, Limal, Antémis, 2012, 89-125; P. DE PAGE, "La séparation de biens - Comptes et créances entre époux - Aspects notariaux et judiciaires", Rev. Trim.dr.fam. 1998, 359.
(4)C. DE WULF, Rechtsherstel voor verschuivingen van vermogen bij het einde van een huwelijk en bij het einde van een samenwoning, Die Keure, 2017, 162-170, 169. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.11 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div