id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191121.1N.8 Rolnummer: C.18.0613.N Zaak: ORANGE BELGIUM nv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 606 - laatst gezien 2026-06-28 20:15 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191121.1N.8 Fiches 1 - 2 Het wegens onwettigheid buiten toepassing verklaren van een vergunning in een geding brengt met zich mee dat deze vergunning tussen de partijen in die zaak buiten beschouwing wordt gelaten, waardoor deze geen gevolgen meer sorteert en de rechter er in rechte noch in feite rekening mee mag houden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 159 Vrije woorden: Het buiten toepassing verklaren van een vergunning wegens onwettigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WETTIGHEID VAN BESLUITEN EN VERORDENINGEN Vrije woorden: Het buiten toepassing verklaren van een vergunning wegens onwettigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiche 3 De appelrechters die vaststellen dat de eiseres een gsm-mast heeft geplaatst zonder daartoe over een wettige vergunning te beschikken, dienen, bij ontstentenis van een daartoe strekkende conclusie, niet vast te stellen dat deze onregelmatigheid ook aan de eiseres toerekenbaar is; uit de enkele omstandigheid dat de appelrechters dit niet uitdrukkelijk hebben vastgesteld, blijkt niet dat zij dit niet hebben onderzocht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Vrije woorden: Toerekenbaarheid van de vastgestelde onregelmatigheid - Beoordeling door de rechter - Gevolg Tekst van de conclusie C.18.0613.N Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem: I. SITUERING
- Aan de (rechtsvoorgangster van) eiseres werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor de bouw van een GSM-pyloon.
- Verweerder vocht deze vergunning aan, die ingevolge het door hem daartegen ingestelde vernietigingsberoep door de Raad van State werd vernietigd.
- Hangende de procedure voor de Raad van State vroeg eiseres een nieuwe stedenbouwkundige regularisatievergunning aan, dewelke werd verleend.
- In het raam van de voormelde procedure dagvaardde verweerder eiseres en de tot gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. Zijn vordering strekte ertoe de regularisatievergunning in toepassing van artikel 159 van de Grondwet buiten beschouwing te horen verklaren, eiseres te horen veroordelen tot afbraak van de GSM-mast, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per dag vertraging, en haar en de tot gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, solidair, in solidum dan wel de ene bij gebreke van de andere, te horen veroordelen tot betaling van een schadevergoeding.
- Ingevolge het hoger beroep van verweerder tegen het vonnis van de eerste rechter, die diens vordering ongegrond verklaarde, deed het hof van beroep bij tussenarrest de beslissing a quo teniet, en stelde het, opnieuw recht doende, vast dat de stedenbouwkundige regularisatievergunning t.a.v. de verweerder buiten toepassing moet worden gelaten. Alvorens recht te doen werden de debatten heropend om verweerder toe te laten de rechtsgrond van zijn vordering te verduidelijken.
- Bij eindarrest werd eiseres, op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, tot betaling van een schadevergoeding aan verweerder veroordeeld, evenals tot betaling van de gerechtskosten van verweerder.
- De vordering van verweerder opzichtens de thans in gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij werd ongegrond verklaard, en verweerder werd veroordeeld tot de betaling van de gerechtskosten aan de zijde van deze partij.
- Tegen deze beide arresten voert eiseres vier middelen tot cassatie aan. II. BESPREKING VAN DE MIDDELEN. (...)
- Het derde middel betreft het oordeel in het eindarrest dat eiseres een fout heeft gepleegd in de zin van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. 3.
- Volgens het eerste onderdeel schendt het bestreden arrest artikel 159 Grondwet door te oordelen dat eiseres een fout heeft begaan door de GSM-mast te plaatsen zonder daartoe over een wettige vergunning te beschikken, ervan uitgaande dat de regularisatievergunning bij tussenarrest op 12 januari 2017 in toepassing van artikel 159 Grondwet met terugwerkende kracht vernietigd werd. Het onderdeel verwijt het arrest in dit verband ook een gebrek aan antwoord op conclusie (beweerde schending van artikel 149 Grondwet). 3.1.
- Krachtens artikel 159 Grondwet passen de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. 3.1.
- In dat kader oordeelde uw Hof
(1)dat het wegens onwettigheid buiten toepassing verklaren van een KB in een geding, met zich meebrengt dat tussen de partijen in die zaak dit besluit buiten beschouwing wordt gelaten, waardoor het geen gevolgen sorteert en de rechter er in rechte noch in feite rekening mee mag houden. 3.1.3. De niet-toepassing van een beslissing van de overheid krachtens artikel 159 Grondwet heeft niet tot gevolg dat ze voor de belanghebbenden rechten en verplichtingen doet ontstaan
(2). 3.1.4. Bovendien moet de rechter op grond van artikel 159 Grondwet nagaan of een ministerieel besluit, waarbij de minister namens de Vlaamse regering het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde administratief beroep tegen een door de bestendige deputatie verleende bouwvergunning inwilligt en de vergunning weigert, in overeenstemming is met het decreet, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en hogere rechtsnormen. De onwettigheid van een dergelijk ministerieel besluit heeft volgens uw Hof
(3)tot gevolg dat het voor de betrokkenen noch rechten noch verplichtingen oplevert en dat het bestuur het bestaan van het besluit, wegens de onwettigheid ervan, niet kan tegenwerpen aan de aanvrager van de bouwvergunning. 3.1.5. Nog volgens een arrest van uw Hof
(4)heeft de niet-toepassing van een overheidsbeslissing krachtens artikel 159 Grondwet alleen tot gevolg dat er voor de betrokkenen geen recht of verbintenis ontstaat. 3.1.6. In voormelde context
(5)komt het mij dan ook voor dat in zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de beslissing in het tussenarrest om de regularisatievergunning op grond van artikel 159 Grondwet buiten toepassing te laten, geen terugwerkende kracht heeft, zodat de eiseres de GSM-mast op basis van een geldige stedenbouwkundige vergunning heeft geplaatst, niet kan worden aangenomen. 3.1.7. Met hun oordeel dat eiseres zich t.a.v. verweerder niet op een geldige vergunning kan beroepen, vermits deze reeds bij tussenarrest buiten toepassing werd verklaard, verwerpen en beantwoorden de appelrechters m.i. bovendien het hiermee aangevoerde strijdige verweer van eiseres, en mist het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag
(6). 3.
- Naar het tweede onderdeel (van het derde middel) kon het bestreden arrest niet wettig een fout in hoofde van eiseres vaststellen, zonder te onderzoeken of de vastgestelde onregelmatigheid (het plaatsen van een GSM-mast zonder wettige vergunning) aan eiseres toerekenbaar is (beweerde schending van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, alsook van artikel 159 Grondwet, en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de onoverkomelijke dwaling een grond tot rechtvaardiging van de aangevoerde fout oplevert). Het onderdeel verwijt het arrest in dit verband ook een gebrek aan antwoord op conclusie (beweerde schending van artikel 149 Grondwet). 3.2.
- Met verwijzing naar het arrest van uw Hof van 28 maart 2012
(7)kan in voormeld kader worden gesteld dat de aanwending van een naderhand onwettig bevonden vergunning niet automatisch een fout in hoofde van de vergunninghouder uitmaakt. 3.2.2. Ter ondersteuning van deze stelling oordeelde uw Hof alsdan: "Een machtiging die door de bevoegde overheid is verleend en die regelmatig lijkt, ofschoon zij dat niet is, kan, niettegenstaande het vermoeden dat de wet gekend is, de verkeerde overtuiging doen ontstaan dat er gehandeld is in overeenstemming met de wet. De in dergelijke voorwaarden gestelde handeling is dan niet strafbaar. Artikel 159 Grondwet bepaalt dat de hoven en rechtbanken de toepassing van een onwettige verordenende of administratieve akte moeten weigeren. Het is hun daarom nog niet verboden om de handelende persoon bij wie die akte rechten heeft doen ontstaan, het voordeel van de onoverkomelijke dwaling toe te kennen. (...) Het verlenen van een vergunning nadat de raadplegingsprocedure en het stedenbouwkundig reglement zijn nageleefd, behoort tot de bevoegdheid van de administratie, zodat de houder van de vergunning niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de fouten die zij heeft begaan. Artikel 159 Grondwet heeft geen gevolgen voor het antwoord op de vraag of de dwaling die door de onwettige administratieve akte is veroorzaakt onoverkomelijk was"
(8). 3.2.3. In zoverre een overtreding van een wettelijk bepaling aldus slechts tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de overtreder leidt indien deze hem toerekenbaar is, dan wel wetens en willens is begaan
(9), komt het mij in deze echter voor dat de appelrechters die vaststelden dat eiseres een GSM-mast heeft geplaatst zonder daartoe over een wettige vergunning te beschikken, bij ontstentenis van een daartoe strekkende conclusie, niet uitdrukkelijk dienden vast te stellen dat deze onregelmatigheid ook aan eiseres toerekenbaar is. Uit de enkele omstandigheid dat de appelrechters dit niet uitdrukkelijk hebben vastgesteld, blijkt immers niet dat zij dit niet hebben onderzocht
(10). 3.2.4. Waar het onderdeel in zoverre m.i. dan ook niet lijkt te kunnen aangenomen worden, verwerpen en beantwoorden de appelrechters, met hun oordeel dat de vordering t.a.v. de eiseres principieel gegrond is omdat de verweerder ingevolge de plaatsing van de mast schade heeft geleden en op heden nog steeds schade lijdt, en de eiseres de mast er geplaatst heeft en zich t.a.v. de verweerder niet op een geldige vergunning kan beroepen vermits deze reeds bij tussen arrest buiten toepassing werd verklaard, bovendien het hiermee strijdige verweer van eiseres (dat het uitvoeren van de, in toepassing van artikel 159 GW onwettig geachte, bouwvergunning niet (automatisch) als een buitencontractuele fout in hoofde van de vergunninghouder kan worden beschouwd), en mist het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag. (...) III. CONCLUSIE: VERWERPING. _____________________________
(1)Cass. 14 november 2017, AR P.17.0121.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171114.4, AC 2017, nr. 641.
(2)Cass. 1 juni 2017, AR C.15.0300.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170601.5, AC 2017, nr. 365.
(3)Cass. 10 maart 2017, AR C.14.0189.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.3, AC 2017, nr. 172, met conclusie van advocaat-generaal Vandewal.
(4)Cass. 8 juni 2011, AR P.11.0181.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110608.1, AC 2011, nr. 388; zie ook F. VAN VOLSEM, De onoverwinnelijke rechtsdwaling en de noodtoestand in het bijzonder met betrekking tot milieumisdrijven, TMR 2012,
(4), 15, nr. 81.
(5)Zie ook nog: Cass. 7 juni 2016, AR P.15.0253.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.2, AC 2016, nr. 378; Cass. 2 juni 2015, AR P.14.1532.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150602.4, AC 2015, nr. 361; Cass. 13 september 2005, AR P.05.0369.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.36, AC 2005, nr. 424.
(6)Cass. 16 januari 2012, AR C.10.0637.N; Cass. 20 april 2007, AR C.06.0444.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070420.4, AC 2007, nr. 199; Cass. 20 november 2003, AR C.01.0286.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031120.9, AC 2003, nr. 582.
(7)Cass. 28 maart 2012, AR P.11.2083.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120328.3, AC 2012, nr. 202.
(8)Zie m.b.t. dit arrest: F. KONING, Nul n'est censé ignorer la loi, mais peut valablement se fier à l'acte de l'autorité publique compétente, noot onder Cass. 28 maart 2012, JT 2012, 461; S. RONSE en G. DEWULF, De burgerlijke aansprakelijkheid van de vergunningshouder voor handelingen die worden gesteld op grond van een onwettige vergunning, noot onder Rb. Brugge 29 juni 2010 en Rb. Dendermonde 20 september 2013, TROS 2014, afl. 76, 71-78; H. STASSEN, Dwaling en stedenbouwmisdrijven, noot onder Cass. 28 maart 2012, MER 2013, 129-131; F. VAN VOLSEM, De onoverwinnelijke rechtsdwaling en de noodtoestand in het bijzonder met betrekking tot milieumisdrijven, TMR 2012, 4-24, 15, brs. 81 en 83; zie ook nog: Antwerpen 28 juni 2005, TMR 2006, 349.
(9)Cass. 9 februari 2017, AR C.13.0143.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170209.10, AC 2017, nr. 97; Cass. 22 september 1988, AR nr. 8134, AC 1988-89, nr. 47.
(10)Cass. 20 juni 2011, AR C.10.0134.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110620.4, AC 2011, nr. 412. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191121.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191121.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031120.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.36 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070420.4 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110608.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110620.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120328.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150602.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170209.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170601.5 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171114.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div