← België

ROMI LAUNDRY SERVICES nv c. RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 09 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191209.3N.7 Rolnummer: S.19.0017.N Zaak: ROMI LAUNDRY SERVICES nv c. RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZE Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2020-01-06 Raadplegingen: 212 - laatst gezien 2026-06-28 06:48 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191209.3N.7 Fiche Uit de samenhang tussen de artikelen, 335, eerste lid, 353bis Programmawet (I) van 24 december 2002; het in deze toepasselijke artikel 28/1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen; artikel 1, § 1, 4° en 8°, van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen, volgt dat opdat een werkgever als een nieuwe werkgever in de zin van artikel 28/1, tweede lid, 2°, KB 16 mei 2003 kan worden aangezien, hij niet alleen een andere juridische entiteit moet zijn, maar tevens dat de door deze werkgever geëxploiteerde onderneming niet kan worden beschouwd als dezelfde technische bedrijfseenheid als de onderneming in herstructurering of de failliet verklaarde onderneming

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Werkgevers - Bijdragevermindering - Doelgroepvermindering - Herstructureringen - Nieuwe werkgever - Begrip - Gevolg Tekst van de conclusie S.19.0017.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
  1. Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof Brussel gewezen op 20 december
  2. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  3. Het middel. a. Probleemstelling Het geschil betreft een procedure inzake de toepassing van de doelgroepvermindering "herstructureringen" op grond van artikel 353bis, tweede lid, van de Programmawet (I) van 24 december
  4. Het probleem dat aan de orde is, betreft de invulling van het begrip "nieuwe werkgever" waarvan sprake in artikel 28/1 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, zoals in deze van toepassing. b. Beoordeling. De relevante passage van het voormelde artikel 28/1, betreft het tweede lid, 2° en luidt als volgt: "hij is een nieuwe werkgever in de zin van artikel 1, §1, 8°, van het voormeld koninklijk besluit van 9 maart 2006." Dit laatste besluit is het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen. Dit artikel 1, §1, 8° geeft de volgende definitie: "nieuwe werkgever: iedere werkgever andere dan de werkgever van de betrokken onderneming in herstructurering." Daar waar het standpunt van partijen verschillen is de vraag of in het kader van de definitie van "nieuwe werkgever" het artikel 1, §1, 8° samen moet gelezen worden met §1, 4° van hetzelfde artikel. Dit laatste bepaalt wat onder het begrip onderneming begrepen moet worden: "de onderneming: de technische bedrijfseenheid zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en in de uitvoeringsbesluiten van die wet." De appelrechters oordeelden dat het artikel 1, §1, 8° samen gelezen diende te worden met §1, 4° wanneer het gaat over de definitie van het woord "onderneming". Zij oordeelden verder dat het om dezelfde technische bedrijfseenheid gaat zodat de beslissing van verweerder, dat er geen gerechtigdheid was op een doelgroepvermindering "herstructureringen", terecht was. Eiseres tot cassatie meent dat niet vereist is dat de nieuwe werkgever en de gefailleerde onderneming behoren tot een verschillende technische bedrijfseenheid. Het standpunt dat ingenomen werd door de appelrechters dient onderschreven te worden. Om te bepalen of er al dan niet sprake is van een "nieuwe werkgever" verwijst het koninklijk besluit van 2002 naar artikel 1, §1, 8° van het besluit van
  5. De definitie van het begrip werkgever dat aldaar gegeven wordt, is echter niet op zichzelf staand. In §1, 8° wordt immers gesproken over "onderneming in herstructurering". Het begrip "onderneming" wordt evenwel in het koninklijk besluit van 2006 ook gedefinieerd. Dat heeft plaats in hetzelfde artikel onder 4°. Dienvolgens moet om te weten of er sprake is van een "nieuwe werkgever" de bepaling van 8° samen gelezen te worden met 4°. Immers, de strekking van §1, 8° kan enkel begrepen worden indien men tevens de draagwijdte van het begrip "onderneming" kent. De appelrechters doen dan ook een correcte toepassing van de desbetreffende regelgeving door bij hun oordeel rekening te houden met het aspect technische bedrijfseenheid om uit te maken of er sprake is van een nieuwe werkgever. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. Met de overwegingen betreffende het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid tussen eiseres en de gefailleerde vennootschap verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing. Met hun oordeel dat eiseres niet gerechtigd is op de doelgroepvermindering "herstructureringen" omdat eiseres en de gefailleerde vennootschap één technische bedrijfseenheid vormden, verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing. De overige grieven richten zich tegen overwegingen ten overvloede en kunnen niet tot cassatie leiden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Conclusie: verwerping. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191209.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191209.3N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.