id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200102.1N.8 Rolnummer: F.18.0074.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-01-15 Raadplegingen: 1028 - laatst gezien 2026-06-29 00:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De inkomstenbelastingen dienen in beginsel, onder voorbehoud van toepassing van de door de wet voorziene anti-misbruikbepalingen, te worden geheven op de door de belastingplichtige werkelijk gehanteerde juridische constructie; hieruit vloeit voort dat slechts abstractie kan worden gemaakt van het bestaan van een vennootschap en van de door deze vennootschap gesloten overeenkomsten wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van simulatie. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Simulatie Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Vrije woorden: Abstractie van het bestaan van een vennootschap - Simulatie - Vereiste Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bezoldigingen Vrije woorden: Bedrijfsleidersbezoldigingen - Abstractie van het bestaan van een vennootschap - Simulatie - Vereiste Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.18.0074.N
- A. D.-V.,
- P. R., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal directeur van het P Centrum Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwart-zustersvest 24, bus 20, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 november
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 8 november 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De inkomstenbelastingen dienen in beginsel, onder voorbehoud van toepassing van de door de wet voorziene anti-misbruikbepalingen, te worden geheven op de door de belastingplichtige werkelijk gehanteerde juridische constructie. Hieruit vloeit voort dat slechts abstractie kan worden gemaakt van het bestaan van een vennootschap en van de door deze vennootschap gesloten overeenkomsten wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van simulatie.
- De appelrechters oordelen dat: - de eerste eiseres na haar eervol ontslag als statutair zaakvoerder van bvba 32, in het kader van een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen bvba 32 en bvba R&C° werkzaam was voor de bvba 32 binnen de bvba R&C°; - de eisers in het kader van die overeenkomst diensten dienden te verrichten, zoals het tot een goed einde brengen van een bepaalde collectie, het verlenen van supervisie aan het nieuwe team van ontwerpers van bvba 32 bij het ontwerpen van nieuwe collecties, het aanwezig zijn tijdens défilés in Parijs en persvoorstellingen en het waken over het imago "A. D."; - in artikel 4.1 van de overeenkomst uitdrukkelijk wordt bepaald dat bvba R&C° zich ertoe verbindt om voor de uitvoering van de diensten een beroep te doen op de eisers; - in artikel 4.2 van de overeenkomst verder wordt bepaald dat de eisers de diensten op een volledig zelfstandige basis leveren en op geen enkel ogenblik zullen worden beschouwd als of zich zullen gedragen als werknemers van de bvba 32; - uit dit alles, alsook uit de door verweerder overgelegde persberichten, blijkt dat de eerste eiseres via bvba R&C° in bvba 32 een leidinggevende functie heeft van commerciële en technische aard, en dit buiten een arbeidsovereenkomst.
- Door aldus, zonder vast te stellen dat er sprake is van simulatie, te oordelen dat de eerste eiseres moet worden beschouwd als een bezoldigd bedrijfsleider van de bvba 32 terwijl zij vaststellen dat de eerste eiseres de diensten verricht in uitvoering van een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen de bvba R&C° en de bvba 32, miskennen de appelrechters de eigen rechtspersoonlijkheid van de bvba R&C° en het bestaan van de dienstverleningsovereenkomst. Zij verantwoorden hun beslissing aldus niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200102.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250425.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div