id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.17 Rolnummer: P.19.1335.N Zaak: Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2020-01-16 Raadplegingen: 358 - laatst gezien 2026-06-28 17:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Noch artikel 6 EVRM noch het recht van verdediging vereisen dat het uitvoeren van een botscan om de leeftijd van een inverdenkinggestelde te bepalen, slechts mag gebeuren met de bijstand van een raadsman; het betreft immers een deskundigenonderzoek van materiële lichaamsgegevens, die bestaan onafhankelijk van de wil van de inverdenkinggestelde; het feit dat zijn raadsman daardoor geen eigen vaststellingen kan doen of vragen kan stellen aan de deskundige, doet daaraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Allerlei Vrije woorden: Leeftijdsbepaling verdachte - Botscan - Bijstand van een advocaat - Grenzen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Leeftijdsbepaling verdachte - Botscan - Draagwijdte Annotaties Publicaties: De Juristenkrant [Juristenkrant] - 2020, nr. 403, p.
- - VASSEUR, Roeland; Noot'Geen recht op bijstand van een advocaat bij botscan' Tekst van de beslissing Nr. P.19.1335.N Z. Z. inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jean Marie De Meester, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 december
- De eiser voer in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 13 Grondwet, van de Jeugdbeschermingswet en van het Vlaams decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht: de onderzoeksrechter en de onderzoeksgerechten zijn onbevoegd om te oordelen over de zaak van de eiser omdat hij, geboren op 7 november 2002, minderjarig is; op het einde van eisers verhoor door de politie heeft zijn raadsman zich verzet tegen het uitvoeren van een botscan op de eiser en verzocht om minstens een driedimensionale test te laten uitvoeren voor het bepalen van eisers leeftijd; desondanks is enkel een botscan uitgevoerd op grond waarvan de eiser wordt geacht meerderjarig te zijn, zonder dat daarbij is vermeld welke de mogelijke afwijking kan zijn.
- In zoverre het middel schending aanvoert van de Jeugdbeschermingswet en van het Vlaams decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, zonder aan te duiden welke bepalingen van die wet of dat decreet zijn geschonden, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het evenmin ontvankelijk.
- In zoverre het middel voor het overige niet vermeldt hoe en waarom het arrest artikel 13 Grondwet schendt, is het eveneens onduidelijk en bijgevolg eveneens niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het recht van verdediging: de botscan werd uitgevoerd zonder bijstand van een raadsman en dus zonder dat eisers raadsman de mogelijkheid had tegensprekelijke vaststellingen te doen of de expert aanvullende vragen te stellen; aldus werd eisers recht van verdediging miskend, te meer daar de eiser minderjarig is en zijn raadsman zich had verzet tegen die botscan en een ander onderzoek had gevraagd.
- Noch artikel 6 EVRM noch het recht van verdediging vereisen dat het uitvoeren van een botscan om de leeftijd van een inverdenkinggestelde te bepalen, slechts mag gebeuren met de bijstand van een raadsman. Het betreft immers een deskundigenonderzoek van materiële lichaamsgegevens, die bestaan onafhankelijk van de wil van de inverdenkinggestelde. Het feit dat zijn raadsman daardoor geen eigen vaststellingen kan doen of vragen kan stellen aan de deskundige, doet daaraan geen afbreuk. De partijen kunnen immers tijdens het verdere verloop van het proces vrij de methodiek en het resultaat van het onderzoek betwisten en de rechter beoordeelt onaantastbaar de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de bewijswaarde ervan. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert aan dat het arrest niet of dubbelzinnig is gemotiveerd: het arrest oordeelt dubbelzinnig dat de eiser bij de onderzoeksrechter een verzoekschrift overeenkomstig artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering kan neerleggen om aanvullend onderzoek te vragen in verband met het bepalen van zijn leeftijd; eisers raadsman heeft dat echter al gevraagd en het is onwaarschijnlijk dat de onderzoeksrechter van gedacht zal veranderen; hetzelfde geldt in hoger beroep voor de kamer van inbeschuldigingstelling; het arrest beantwoordt niet eisers op wetenschappelijke gronden gesteunde verweer dat een botscan niet betrouwbaar is; evenmin beantwoordt het eisers aanvoering over de deloyale houding van het openbaar ministerie dat ondanks het verzoek daartoe heeft geweigerd een driedimensionale test te laten uitvoeren.
- In zoverre het middel dubbelzinnigheid in de motivering aanvoert zonder te preciseren in welke lezing het arrest wettig en in welke andere lezing het onwettig is, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Het arrest, dat zich uitspreekt over de eerste handhaving van eisers voorlopige hechtenis, oordeelt: “De resultaten van de botscan, uitgevoerd volgens de Greulich en Pyle-methode door dr. Winnock de Grave op 9 december 2019, en de fysieke verschijning van [de eiser] ter terechtzitting van dit hof [van beroep], vormen indiciën van de meerderjarigheid van [de eiser]. Er liggen geen stukken voor die het tegendeel aantonen. Niets belet overigens [de eiser] om gebruik te maken van de rechten hem toegekend bij artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering en de onderzoeksrechter op de in de wet voorziene wijze te verzoeken verder onderzoek te verrichten via aanvullend medisch onderzoek, desgevallend via sleutelbeen- en driedimensionaal gebitsonderzoek.”
- Die redenen houden in dat het verweer van de eiser dat hij minderjarig is niet kan worden aangenomen op grond van de bestaande vaststellingen, maar dat hij tijdens het verdere verloop van het gerechtelijk onderzoek zijn desbetreffende verweer wel aannemelijk kan maken door het vragen van aanvullend medisch onderzoek. Daarmee beantwoordt het arrest eisers verweer zowel over de wetenschappelijke betrouwbaarheid van de botscan als over de deloyale houding van het openbaar ministerie. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 7 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div