← België

PROCUREUR DES KONINGS HALLE-VILVOORDE contra F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.9 Rolnummer: P.19.0963.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS HALLE-VILVOORDE contra F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-16 Raadplegingen: 767 - laatst gezien 2026-06-29 00:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter is weliswaar er principieel toe gehouden een alcoholslot op te leggen aan de overtreder die voldoet aan de voorwaarde van alcoholintoxicatie bepaald in artikel 37/1 Wegverkeerswet, zijnde een alcoholconcentratie van minstens 0.78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of van minstens 1,8 gram per liter bloed, maar in uitzonderlijke gevallen kan hij verkiezen dat niet te doen op grond van de redenen die hij uitdrukkelijk moet vermelden; deze redenen zijn door de wetgever niet gespecifieerd of beperkt tot welbepaalde gevallen zoals alcoholverslaving; aldus bepaalt de rechter vrij de redenen op grond waarvan hij de veiligheidsmaatregel van het alcoholslot niet oplegt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37/1 - Alcoholslot - Motivering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 37/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0963.N PROCUREUR DES KONINGS HALLE VILVOORDE, eiser, tegen T. L. M. F. beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Leroy Lievens, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige correctionele rechtbank Brussel van 5 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord
  2. Artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verweer-der in cassatie zijn antwoord slechts kan aanvoeren in een memorie die hij uiter-lijk acht dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof moet doen toekomen. Deze termijn van acht dagen is een volle termijn, wat inhoudt dat acht volledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van de indiening van de memo-rie van antwoord en de dag van de rechtszitting. Indien de negende of de tiende dag vóór de rechtszitting een zaterdag, zondag of feestdag is, moet de memorie ervoor zijn neergelegd. De memorie van antwoord werd ontvangen ter griffie van het Hof op maandag 30 december 2019, dit is minder dan acht vrije dagen vóór de rechtszitting van dinsdag 7 januari
  3. De memorie is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat het niet opportuun is de geldigheid van het rij-bewijs van de verweerder te beperken tot motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot; nochtans heeft de ademanalyse bij de verweerder een alcohol-concentratie gemeten van 0,79 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht, zodat hij valt onder de strafbepaling van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet; in dat geval is het opleggen van een alcoholslot verplicht; de rechter kan daarvan slechts afwijken bij uitzondering, dit is in het geval van een alcoholverslaving, en mits uitdrukkelijke motivering; het bestreden vonnis past de uitzondering en-kel toe om milder te oordelen over de verkeersinbreuk, wat in strijd is met de wil van de wetgever; bijgevolg is de beslissing niet naar recht verantwoord.
  5. Artikel 37/1, § 1, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: "In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel 36, kan de rechter, indien hij geen defi-nitief verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcohol-slot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder voldoet aan de voorwaar-den van het in artikel 61quinquies, § 3, bedoelde omkaderingsprogramma. In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldig-heid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitge-rust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te leggen, moti-veert hij dit uitdrukkelijk."
  6. Hieruit volgt dat de rechter weliswaar principieel ertoe gehouden is een al-coholslot op te leggen aan de overtreder die voldoet aan de voorwaarde van alco-holintoxicatie bepaald in artikel 37/1, tweede lid, Wegverkeerswet, maar dat hij in uitzonderlijke gevallen kan verkiezen dat niet te doen op grond van redenen die hij uitdrukkelijk moet vermelden. Die redenen zijn door de wetgever niet gespecificeerd of beperkt tot welbepaalde gevallen zoals alcoholverslaving. Aldus bepaalt de rechter vrij de redenen op grond waarvan hij de hier bedoelde veiligheidsmaatregel niet oplegt. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit die onjuiste rechtsopvatting en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet: met de redenen die het bevat, motiveert het bestreden vonnis niet regelmatig de beslissing om de geldigheid van het rij-bewijs van de verweerder niet te beperken tot motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot; het bestreden vonnis betrekt bij die motivering immers geen concrete elementen in verband met de persoon van de verweerder of de situatie waarin de feiten zich hebben afgespeeld, noch is de beslissing gesteund op cor-recte wetenschappelijke argumenten.
  9. Artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet verplicht de rechter welis-waar uitdrukkelijk te motiveren waarom hij geen alcoholslot oplegt, maar noch die bepaling noch artikel 149 Grondwet vereist dat de rechter specifieke gege-vens in zijn motivering betrekt. Het volstaat dat de rechter duidelijk en ondub-belzinnig de redenen vermeldt waarom hij verkiest geen alcoholslot op te leggen.
  10. Het bestreden vonnis oordeelt: "Rekening houdend met de concrete elementen van het strafdossier, de voorge-legde stukken en het onderzoek ter zitting, is de rechtbank in dit individuele ge-val van oordeel dat het niet opportuun is om daarnaast ook een alcoholslot op te leggen. De gemeten alcoholconcentratie was weliswaar hoog, maar [de verweerder] ver-toonde geen tekenen van alcoholopname die zouden kunnen wijzen op een dron-ken toestand, evenmin werd vastgesteld dat [de verweerder] een manifest gevaar op de weg was doordat hij geen controle meer zou gehad hebben over zijn rijbe-wegingen. De rechtbank is van oordeel dat de doelstelling van de verkeersveiligheid zoals beoogd door de wetgever bij het invoeren van het alcoholslot in dit geval kan worden bereikt met de reeds opgelegde straffen. De opgelegde sancties zullen het nodige inzicht brengen en [de verweerder] in de toekomst aanzetten tot meer voorzichtigheid en normconform gedrag. De ingrijpende en dure maatregel van het alcoholslot biedt in het voorliggend geval geen meerwaarde en de financiële nadelen ervan zouden hier buiten proportie staan met de ernst van de door [de verweerder] gepleegde feiten." Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 37/1, § 3, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat het niet opportuun is het alcoholslot op te leggen omdat deze maatregel ingrijpend en duur is en de financiële nadelen ervan buiten proportie staan met de ernst van de door de ver-weerder gepleegde feiten; de vermelde bepaling laat de rechter evenwel toe de financiële gevolgen van het alcoholslot voor de veroordeelde te verminderen.
  12. Het bestreden vonnis steunt de beslissing om geen alcoholslot op te leggen niet enkel op het financiële aspect ervan, maar ook op een geheel van andere re-denen die deze beslissing dragen en die het onderdeel niet bekritiseert. Het onderdeel dat niet gericht is tegen die zelfstandige redenen, kan niet tot cas-satie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 26,40 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 7 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.