id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200109.1N.5 Rolnummer: C.18.0437.N Zaak: V. contra F. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-01-31 Raadplegingen: 625 - laatst gezien 2026-06-28 11:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een cassatieberoep in burgerlijke zaken kan, al zijn de partijen dezelfde en de aangevoerde middelen aanverwant, niet worden ingesteld met één enkel verzoekschrift tegen verschillende beslissingen die gewezen zijn in afzonderlijke zaken die de rechter niet heeft gevoegd
(1).
(1)Cass. 2 maart 2017, AR F.14.0025.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170302.3-F.14.0159.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170302.3, AC 2017, nr. 150; Cass. 26 november 2004, AR C.03.0011.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.7, AC 2004, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Algemeen Vrije woorden: Verschillende bestreden beslissingen die niet werden gevoegd - Eén verzoekschrift in cassatie - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1079, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0437.N
- W. V. B.,
- R. D. B., wonende te 9120 Beveren, Kruisstraat 24, eisers, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, tegen
- E. F.,
- J. F.,
- A. V. B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 november 2012 en het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 februari
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 25 oktober 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerders werpen een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op: het cassatieberoep, dat gericht is tegen twee arresten gewezen in afzonderlijke zaken, die niet werden gevoegd door het hof van beroep, werd in strijd met het bepaalde in artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek ingesteld met een enkel verzoekschrift.
- Krachtens artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het cassatieberoep ingesteld door op de griffie van het Hof een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht.
- Uit die bepaling, die strikt moet worden uitgelegd, volgt dat een cassatieberoep in burgerlijke zaken, al zijn de partijen dezelfde en de aangevoerde middelen aanverwant, niet kan worden ingesteld tegen verschillende beslissingen die gewezen zijn in afzonderlijke zaken die de rechter niet heeft gevoegd.
- De eisers hebben middels één enkel verzoekschrift cassatieberoep ingesteld tegen de arresten die door het hof van beroep te Gent zijn gewezen op 8 november 2012 in de zaak die op de algemene rol van dat gerecht is ingeschreven onder het nummer 2010/AR/485 en op 22 februari 2018 in de gevoegde zaken die op die rol zijn ingeschreven onder de nummers 2015/AR/2805 en 2017/AR/
- Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is gegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.335,93 euro en voor de verweerder op 255,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2020 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200109.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170302.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div