← België

P.G. HOF VAN CASSATIE contra DISTRIPAINTS nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200109.1N.7 Rolnummer: C.19.0489.N Zaak: P.G. HOF VAN CASSATIE contra DISTRIPAINTS nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-31 Raadplegingen: 798 - laatst gezien 2026-06-29 07:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De aanwijzing in een cassatiearrest van de rechter naar wie de zaak wordt verwezen is een daad van gerechtelijke administratie die het Hof ofwel op vordering van de Procureur-generaal, ofwel op verzoek van de partijen of van een van hen te alle tijde kan verbeteren of wijzigen als die op een vergissing berust, ongeacht de aard ervan of ongeacht of het belang van partijen dit gebiedt

(1).
(1)Zie Cass. 28 oktober 2011, AR C.11.0593.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111028.1, AC 2011, nr. 580; Cass. 9 december 2005, AR C.05.0516.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.9, AC 2005, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Vrije woorden: Arrest - Cassatie met verwijzing - Aanwijzing van de rechter naar wie de zaak verwezen wordt - Aard - Vergissing - Vordering tot verbetering - Bevoegdheid Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Hof van Cassatie - Arrest - Cassatie met verwijzing - Aanwijzing van de rechter naar wie de zaak verwezen wordt - Aard - Vergissing - Vordering tot verbetering - Bevoegdheid - Vordering van de procureur-generaal - Toepassing Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0489.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, eiser tot verbetering van het arrest in de zaak C.18.0250.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.1 gewezen tussen:
  2. DISTRIPAINTS nv, met zetel te 2550 Kontich, Kartuizersweg 4,
  3. NOVELTA nv, met zetel te 2550 Kontich, Kartuizersweg 4, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
  4. BELGISCHE MEDEDINGINGSAUTORITEIT, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 52,
  5. MINISTER VAN WERK, ECONOMIE EN CONSUMENTEN, met kabinet te 1000 Brussel, Hertogstraat 61, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/
  6. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek strekt tot verbetering van het arrest gewezen door de eerste kamer van het Hof op 12 september 2019 in de zaak gekend onder het rolnummer C.18.0250.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.
  7. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. VORDERING VAN HET OPENBAAR MINISTERIE De vordering van de procureur-generaal is in de volgende bewoordingen gesteld: "Ondergetekende procureur-generaal heeft de eer u hierbij het volgende uiteen te zetten: Het Hof, eerste kamer, heeft bij arrest C.18.0250.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.1 van 12 september 2019 uitspraak gedaan op de voorziening van Distripaints nv en Novelta nv tegen de Belgische Mededingingsautoriteit en de Minister van werk, economie en consumenten. De voorziening was gericht tegen de arresten van 26 november 2014 en 13 december 2017 van het hof van beroep te Brussel. Het arrest van 26 november 2014 werd geveld door het hof van beroep te Brussel dat op grond van artikel 75 van de gecoördineerde wet van 15 september 2006 tot bescherming van de economische mededinging, exclusief bevoegd was om kennis te nemen van het hoger beroep gericht tegen beslissingen van de Raad voor de Mededinging en van de voorzitter. Bij wet van 25 december 2016 werd met ingang van 9 januari 2017 in het hof van beroep te Brussel een sectie Marktenhof opgericht die krachtens Boek IV artikel 79, § 1, van het WER uitsluitend bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen beslissingen van het Mededingingscollege of de auditeur. Het eindarrest van 13 december 2017 werd om die reden geveld door het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof. Uw Hof heeft bij voormeld arrest van 12 september 2019 het arrest van 13 december 2017 gedeeltelijk vernietigd en de aldus beperkte zaak verwezen naar het hof van beroep te Antwerpen. Gelet op de exclusieve bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, om van deze zaak kennis te nemen, berust de aanwijzing van het rechtscollege waarnaar de zaak verwezen werd op een vergissing. Er bestaat aanleiding om die vergissing te verbeteren." III. BESLISSING VAN HET HOF
  8. De aanwijzing, in een cassatiearrest, van de rechter naar wie de zaak verwezen wordt, is een daad van gerechtelijke administratie die het Hof ofwel op vordering van de procureur-generaal, ofwel op verzoek van de partijen of van een van hen te allen tijde kan verbeteren of wijzigen als die op een vergissing berust, ongeacht de aard ervan of ongeacht of het belang van de partijen dit gebiedt.
  9. Het arrest van het Hof nr. C.18.0250.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.1 van 12 september 2019 vernietigt gedeeltelijk het bestreden arrest gewezen door het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, en verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
  10. Om de in de vordering uiteengezette redenen berust die aanwijzing op een vergissing die moet worden verbeterd. Dictum Het Hof, Verbetert het dictum van het arrest C.18.0250.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.1 van 12 september 2019 in zoverre dit het hof van beroep te Antwerpen aanwijst als het gerecht waarnaar de zaak verwezen wordt. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, anders samengesteld. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het arrest van 12 september
  11. Laat de kosten ten laste van de Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2020 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200109.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051209.9 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111028.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.