id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200114.2N.12 Rolnummer: P.19.1026.N Zaak: V. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-24 Raadplegingen: 549 - laatst gezien 2026-06-28 07:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Ingevolge de wijziging van artikel 400, eerste lid, Strafwetboek door artikel 20 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri II-wet), werden zonder aanpassing van de toepasselijke straffen de voorwaarden voor strafbaarheid versoepeld, waardoor artikel 400, eerste lid, Strafwetboek in de thans geldende versie een strengere strafwet is; de omstandigheid dat een veroordeelde dit anders zou aanvoelen, doet daaraan geen afbreuk
(1)J. DE HERDT, "Bijzonder strafrecht en straftoemeting na de Potpourri II-wet", NC 189-192; J. DECOKER, "Van blijvende ongeschiktheid naar ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden", in J. DECOKER, L. GYSELAERS, P. HOET, J. COPPENS, F. VROMAN, M. VANDERMEERSCH, T. DECAIGNY, T. BAUWENS, G. VAN DE HEYNING, B. DE SMET, G. SCHOORENS, B. MEGANCK, H. VAN BAVEL, E. BAEYENS, I. MENNES, J. MILLEN, "De wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri II), gewikt en gewogen", T.Strafr. 2016, afl. 1, (2-158), nr. 14-18 p. 8-
- Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Werking in de tijd - Artikel 400, eerste lid, Strafwetboek - Opzettelijke slagen en verwondingen - Ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid - Wijziging door de wet van 5 februari 2016 - Versoepeling van de voorwaarden van strafbaarheid - Strengere strafwet - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: Opzettelijke slagen en verwondingen - Ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid - Wijziging door de wet van 5 februari 2016 - Versoepeling van de voorwaarden van strafbaarheid - Strengere strafwet - Draagwijdte - Gevolg Fiches 3 - 4 De omstandigheid dat de rechter vaststelt dat er geen duidelijkheid bestaat over het motief voor een opzettelijke gewelddaad of dat er geen getuige is van de feiten voorafgaand aan die opzettelijke gewelddaad, belet hem niet te oordelen dat de dader zich niet kan beroepen op wettige verdediging. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: Opzettelijke slagen en verwondingen - Rechtvaardigingsgrond - Wettige verdediging - Omstandigheden van de feiten - Beoordeling - Gevolg Thesaurus CAS: MISDRIJF - RECHTVAARDIGING EN VERSCHONING - Rechtvaardiging Vrije woorden: Wettige verdediging - Opzettelijke slagen en verwondingen - Omstandigheden van de feiten - Beoordeling - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1026.N V. V., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Dimitri de Béco, advocaat bij de balie Brussel, met kan-toor te 1000 Brussel, de Wynantsstraat 23, waar de eiser woonplaats kiest, tegen J. C., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 18 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 398 en 400 Strafwetboek, alsook miskenning van het algemeen beginsel van niet-terugwerkende kracht van de strafwet: het arrest verklaart de eiser schuldig aan het misdrijf omschreven als het toebrengen van slagen en verwondingen met een blijvende ongeschiktheid tot gevolg, wat in feite zwaarder is dan de op het ogenblik van het arrest gelden-de misdrijfomschrijving van artikel 400 Strafwetboek ingevolge de inwerking-treding van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (hierna Potpourri II-wet), met name het toebrengen van slagen en verwondingen met een onge-schiktheid van meer dan vier maanden tot gevolg; dit had ongetwijfeld gevolgen voor de strafmaat en kan ook gevolgen hebben voor de strafuitvoering.
- Artikel 400, eerste lid, Strafwetboek, zoals van toepassing op het ogenblik van de feiten, bepaalde: "De straf is gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro, indien de slagen of ver-wondingen, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende onge-schiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolg hebben." Ingevolge de wijziging bij artikel 20 Potpourri II-wet bepaalt artikel 400, eerste lid, Strafwetboek thans: "De straf is gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro, indien de slagen of verwondingen, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolg hebben."
- Ingevolge deze wetswijziging werden zonder aanpassing van de toepasse-lijke straffen de voorwaarden voor strafbaarheid versoepeld, waardoor artikel 400, eerste lid, Strafwetboek in de thans geldende versie een strengere strafwet is. De omstandigheid dat een veroordeelde dit anders zou aanvoelen, doet daar-aan geen afbreuk. Het middel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 398, 400 en 416 Strafwet-boek: aangezien wettige verdediging was ingeroepen door de medebeklaagde, kunnen de appelrechters ook wat betreft de eiser niet oordelen dat de precieze concrete aanleiding voor de opzettelijke gewelddaden van de eiser niet relevant is voor zijn schuldigverklaring; dat geldt ook voor het gegeven dat de getuige niets heeft waargenomen betreffende de voorafgaande feiten; de appelrechters laten na rekening te houden met de omstandigheden van de feiten waarbij de eer-ste beklaagde zich beriep op de wettige verdediging; deze rechtvaardigingsgrond kon niet zonder gevolg zijn voor de eiser.
- De omstandigheid dat de rechter vaststelt dat er geen duidelijkheid bestaat over het motief voor een opzettelijke gewelddaad of dat er geen getuige is van de feiten voorafgaand aan die opzettelijke gewelddaad, belet hem niet te oordelen dat de dader zich niet kan beroepen op wettige verdediging. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 113,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwen-berg, en op de openbare rechtszitting van 14 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200114.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div