← België

D. contra DSV SOLUTIONS N.V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200116.1N.4 Rolnummer: C.19.0298.N Zaak: D. contra DSV SOLUTIONS N.V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2020-02-11 Raadplegingen: 697 - laatst gezien 2026-06-28 11:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het retentierecht dat aan de schuldeiser het recht verleent om de teruggave van een goed dat hem door zijn schuldenaar werd overhandigd of bestemd is voor zijn schuldenaar, op te schorten zolang zijn schuldvordering die verband houdt met dat goed niet is voldaan, is tegenwerpelijk aan de samenlopende schuldeisers na het faillissement van de schuldenaar en is niet afhankelijk van de aangifte van de schuldvordering in het faillissement

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Schuldeiser - Retentierecht - Toepassingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Artt. 62 en 72, eerste en derde lid - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Fiche 2 Indien de schuldeiser en de curator, die wanneer hij optreedt namens de boedel de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uitoefent, overeenkomen om het goed waarop het retentierecht rust te verkopen kan de schuldeiser zijn rechten op de prijs uitoefenen overeenkomstig de afspraken gemaakt met de curator
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Schuldeiser - Goed waarop retentierecht rust - Verkoop in akkoord met de curator - Gevolg Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Artt. 62 en 72, eerste en derde lid - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Annotaties Publicaties: RCJB-Revue critique de jurisprudence belge - 2022, n° 1, p. 93-
  1. - DURIAU, Alexandre; Note'Droit de rétention et faillite: rien à déclarer?' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0298.N
  2. Geneviève DEDOBBELEER, advocaat, met kantoor te 1400 Nijvel, rue de Charleroi 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0878.811.783, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van Sablon Distribution nv, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.345.328,
  3. Bernard VANHAM, advocaat, met kantoor te 1400 Nijvel, rue de Charleroi 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0878.811.783, in zijn hoeda-nigheid van curator van het faillissement van Sablon Distribution nv, inge-schreven bij de KBO onder het nummer 0400.345.328, eisers, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, tegen DSV SOLUTIONS nv, met zetel te 9042 Sint-Kruis-Winkel, Eddastraat 21, in-geschreven bij de KBO onder het nummer 0406.758.414, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  4. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 14 februari
  5. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 10 december 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voert in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Volgens artikel 62 Faillissementswet, zoals van toepassing, is een schuldeiser, om in aanmerking te komen voor een uitdeling alsmede om enig recht van voorrang te kunnen uitoefenen, gehouden aangifte te doen van zijn schuldvorderingen die samen met de titels, ter griffie van de rechtbank van koophandel dient te worden neergelegd uiterlijk op de door het vonnis van fail-lietverklaring bepaalde dag. Schuldeisers die in gebreke blijven hun schuldvorderingen aan te geven, komen krachtens artikel 72, eerste lid, niet in aanmerking voor enige uitdeling uit de boedel. Krachtens artikel 72, derde lid, verjaart het recht de opname te vorderen in het faillissement, in beginsel, na verloop van één jaar te rekenen van het faillisse-mentsvonnis.
  7. Het retentierecht verleent aan de schuldeiser het recht om de teruggave van een goed dat hem door zijn schuldenaar werd overhandigd of bestemd is voor zijn schuldenaar, op te schorten zolang zijn schuldvordering die verband houdt met dat goed niet is voldaan. Het retentierecht is tegenwerpelijk aan andere schuldeisers van de schuldenaar en meer bepaald aan de samenlopende schuldeisers na het faillissement van de schuldenaar. De uitoefening van het retentierecht na faillissement is niet afhan-kelijk van de aangifte van de schuldvordering in het faillissement.
  8. Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeen-schappelijke rechten van de schuldeisers uit. Indien aldus de curator en de schuldeiser overeenkomen om het goed waarop het retentierecht rust te verko-pen, dan kan de schuldeiser zijn rechten op de prijs uitoefenen overeenkomstig de met de curator gemaakte afspraken.
  9. De appelrechters stellen vast dat: - de verweerster haar retentierecht uitoefende op goederen die zij krachtens een overeenkomst met Sablon nv onder zich hield voor onbetaalde facturen; - Sablon nv failliet werd verklaard; - tussen de verweerster en de curatoren, de eisers, werd overeengekomen om de goederen te verkopen, uit de koopsom het onbetwist gedeelte van de schuld-vordering van de verweerster te betalen en het betwist gedeelte te storten op een geblokkeerde rekening in afwachting van de beslechting van de betwis-ting; - de eerste rechter de vordering van de verweerster gegrond verklaarde en oor-deelde dat het retentierecht rechtmatig werd uitgeoefend; - de curatoren zich verzetten tegen de vrijgave van de geblokkeerde gelden om-dat de verweerster naliet aangifte te doen van haar schuldvordering in het fail-lissement zodat haar vordering is verjaard.
  10. De appelrechters die oordelen dat “de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het uitgeoefende retentierecht niet afhankelijk is van de aangifte van de schuldvordering in het passief van het faillissement door de schuldeiser die zich op het retentierecht beroept” en dienvolgens de vrijgave bevelen van de geblok-keerde gelden aan de verweerster, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 713,95 euro en op de som van 650,00 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bij-stand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200116.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200116.7 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250428.3F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.