← België

LMV CONSTRUCT bvba contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200116.1N.8 Rolnummer: C.18.0422.N Zaak: LMV CONSTRUCT bvba contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-02-11 Raadplegingen: 577 - laatst gezien 2026-06-29 00:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rekenfout die de verbetering van een rechterlijke beslissing mogelijk maakt is die welke betrekking heeft op het resultaat van een rekenkundige bewerking en waarvan de berekeningsbasis blijkt uit de intrinsieke bestanddelen van die beslissing

(1).
(1)Cass. 20 februari 2002, AR P.01.0969.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020220.16 en P.01.1356.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020220.16, AC 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Verbetering - Verschrijving - Rekenkundige bewerking - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 794 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0422.N LMV CONSTRUCT bvba, met zetel te 8980 Zonnebeke, Grote Molenstraat 77, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen I. H., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Ieper, van 23 april
  2. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 794 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de vervanging ervan door artikel 34 van de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, kan de rechter de materiële verschrijvingen verbeteren in een door hem gewezen beslissing of een beslissing die naar hem verwezen is, maar mag hij zulks alleen doen als hij de in die beslissing vastgelegde rechten niet uitbreidt, inperkt of wijzigt. Uit deze bepaling vloeit voort dat een rekenfout die de verbetering van een rechterlijke beslissing mogelijk maakt, betrekking dient te hebben op het resultaat van een rekenkundige bewerking en dat de berekeningsbasis ervan dient te blijken uit de intrinsieke bestanddelen van die beslissing.
  4. Het vonnis van 3 april 2017 stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres de meerwerken dient aan te tonen om deze te kunnen aanrekenen aan de verweerder; - er evenwel tussen partijen over bepaalde posten van de meerwerken geen betwisting bestaat en deze bijgevolg vergoed dienen te worden door de verweerder; - voor wat betreft de post ‘herbruik van de bestaande dakgoten' voor een bedrag van 1.350,00 euro de verweerder terecht de in mindering gebrachte prijs door de eiseres betwist en bijgevolg de prijs daarvan niet mag worden gehalveerd; - de post ‘aftrek gordingen' voor een bedrag van 1.181,70 euro niet wordt betwist en kan worden toegekend; - voor wat betreft de post ‘hulp met verreiker en manuren' voor een bedrag van 2.000,00 euro, hoewel niet bewezen is dat de verweerder zelf 200 manuren heeft uitgevoerd, de eiseres toegeeft dat de verweerder effectief een aantal uren heeft geholpen en hiervoor bijgevolg de afrekening van de eiseres wordt overgenomen. Het oordeelt dat na optelling van al deze posten aan de eiseres een bedrag van 14.357,06 euro wordt toegekend voor wat betreft de meerwerken, evenwel zonder in rekening te brengen dat de laatste drie posten werden gekwalificeerd als aftrekposten.
  5. Hieruit blijkt dat bij de drie posten, ‘herbruik van de bestaande dakgoten', ‘aftrek gordingen' en ‘hulp met verreiker en manuren', een minteken ontbreekt en zij niet opgeteld moeten worden bij de overige posten die betrekking hebben op de ‘meerwerken', maar ervan afgetrokken. De beslissing dat na optelling van al deze posten aan de eiseres een bedrag van 14.357,06 euro moet worden toegekend, is hiermee niet verenigbaar.
  6. Het bestreden vonnis, dat vaststelt dat deze beslissing hierdoor een rekenfout bevat en deze verbetert zodat na optelling van al deze positieve en negatieve posten aan de eiseres een bedrag van 5.293,66 euro moet worden toegekend, schendt artikel 794 Gerechtelijk Wetboek niet. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 871,96 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200116.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020220.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.