id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200121.2N.11 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200121.1 Rolnummer: P.19.0528.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-28 Raadplegingen: 550 - laatst gezien 2026-06-28 07:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onder grondgebied waar het voertuig gewoonlijk is gestald moet worden verstaan het grondgebied van de staat waarvan het voertuig een kenteken plaat draagt, ongeacht of het een permanente of een tijdelijke kentekenplaat betreft. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Grondgebied waar het voertuig gewoonlijk is gestald - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 2, in de versie van toepassing in 2017 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 KB 13 februari 1991 houdende de inwerkingtreding en uitvoering van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 13-02-1991 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1991011032 Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de ... - 16-09-2009 - Art. 1.4 Fiche 2 Krachtens artikel 2§1, KB Technische Eisen Voertuigen zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing op de auto's die rijden onder dekking van een Belgische inschrijvingsplaat en op de erdoor getrokken Belgische aanhangwagens; dat reglement is aldus niet van toepassing op een voertuig dat zich op de openbare weg bevindt onder dekking van een buitenlandse inschrijvingsplaat; het enkele feit dat een voertuig gewoonlijk gestald is in België en ook gewoonlijk wordt gebruikt in België heeft niet tot gevolg dat dit voertuig in België is geregistreerd of ingeschreven. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - INSCHRIJVING VAN VOERTUIGEN Vrije woorden: Grondgebied waar het voertuig gewoonlijk is gestald - Uitwerking Wettelijke bepalingen: KB 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen - 15-03-1968 - Artt. 2, §§ 1 en 4, en 24, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1968031501 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0528.N A. W. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Pieters, advocaat bij de balie Dendermonde, met kantoor te 9200 Dendermonde, Sint-Gillislaan 6 bus 7-8, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 15 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 288, derde lid, VEU; - artikel 1.4, eerste streepje, Richtlijn 2009/103/EG van 16 september 2009 van het Eu-ropees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aanspra-kelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (hierna Richtlijn 2009/103/EG).
- Krachtens artikel 1.4, eerste streepje, Richtlijn 72/166/EEG van 24 april 1972 van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-staten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, zoals gewijzigd door artikel 1.1 Richtlijn 2005/14/EG van 11 mei 2005 van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, moet in de zin van deze richtlijn worden verstaan onder "grond-gebied waar het voertuig gewoonlijk is gestald", het grondgebied van de staat waarvan het voertuig een kentekenplaat draagt, ongeacht of het een permanente of een tijdelijke kentekenplaat betreft.
- Deze definitie werd onveranderd overgenomen in artikel 1.4, eerste streep-je, Richtlijn 2009/103/EG.
- Krachtens artikel 29 Richtlijn 2009/103/EG worden de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 90/232/EEG, 2000/26/EG en 2005/14/EG, zoals gewij-zigd bij de in bijlage I, deel A, genoemde richtlijnen, ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen.
- Krachtens bijlage I, deel B was de omzettingstermijn voor Richtlijn 2005/14/EG 11 juni
- De eiser heeft in zijn appelconclusie melding gemaakt van Richtlijn 2009/103/EG.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - op 13 mei 2017 om 15.30 uur een agent van de lokale politie van Aalst de eiser staande hield in de Kuipersstraat te 9300 Aalst als bestuurder van zijn personenauto Volkswagen Passat met Poolse kentekenplaat RPZ72EV; - de politieman proces-verbaal opstelde over zijn vaststellingen en optekende dat het motorvoertuig in België niet was ingeschreven, niet was gekeurd en niet was verzekerd; - uit de raadpleging van het rijksregister door de gemeente Sint-Gillis op 30 juni 2017 en op 16 januari 2018 blijkt dat de eiser sinds 4 oktober 2010 in België was ingeschreven op het adres R... te 1190 Brussel en sinds 29 april 2016 op het adres F. B. .. te 1060 Brussel, zijn huidig adres, zoals ook de verbali-sant optekende in het aanvankelijk proces-verbaal. De afdruk van de gegevens vermeldde tevens: "afgeschreven naar het buitenland" op 16 maart 2011 en "afvoering - verlies van recht op verblijf van 25 augustus 2016 gesupprimeerd op 15 november 2016"; - het voertuig Volkswagen Passat het voertuig betrof dat de eiser - die al enige tijd in België was ingeschreven en tewerkgesteld - gebruikte voor zijn verplaatsingen; - er geen enkele reden is om de fictie - dat een motorvoertuig gewoonlijk is ge-stald in de lidstaat waar het "permanent" is ingeschreven - te verkiezen boven de werkelijkheid - dat een in een andere lidstaat ingeschreven motorvoertuig gewoonlijk is gestald in België en ook gewoonlijk wordt gebruikt in België.
- De appelrechters die, niettegenstaande hun vaststelling dat het voertuig een Poolse kentekenplaat droeg en derhalve overeenkomstig artikel 1.4, eerste streepje, Richtlijn 2009/103/EG gewoonlijk in Polen is gestald, oordelen dat "het voertuig Volkswagen Passat van [de eiser] op 13 mei 2017 geen ‘gewoonlijk in het buitenland gestald motorrijtuig' [was]" en dat "de door de rechtbank gege-ven interpretatie compatibel is met de Europese regelgeving, door de eiser aan-gehaald", waaronder dus Richtlijn 2009/103/EG, verantwoorden eisers schuldigverklaring aan de feiten van de telastlegging A niet naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2, § 1, van het koninklijk be-sluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen: de appelrech-ters verklaren de eiser ten onrechte schuldig aan het in het verkeer brengen van een voertuig dat niet is ingeschreven en veroordelen hem voor de vermengde fei-ten van de telastleggingen A, B en C; in voorkomend geval maakt de eiser zich enkel schuldig aan een inbreuk op artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli
- De appelrechters stellen vast dat hun saisine zich niet uitstrekt tot de schuldigverklaring aan de telastlegging B, zodat zij zich niet uitspreken over eisers schuld aan deze telastlegging. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Derde middel Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2, § 1, en § 4, en 24, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veilig-heidstoebehoren moeten voldoen (hierna KB Technische Eisen Voertuigen): het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan de overtreding van artikel 24 KB Technische Eisen Voertuigen, terwijl deze bepaling niet van toepassing is op in het buitenland ingeschreven voertuigen; de appelrechters stellen vast dat het kwestieuze voertuig van de eiser reed onder dekking van een Poolse inschrij-vingsplaat; een in Polen ingeschreven voertuig is niet onderworpen aan de Belgi-sche keuringsverplichtingen.
- Krachtens artikel 2, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen zijn de bepa-lingen van dit reglement van toepassing op de auto's die rijden onder dekking van een Belgische inschrijvingsplaat en op de erdoor getrokken Belgische aanhangwagens. Dat reglement is aldus niet van toepassing op een voertuig dat zich op de openbare weg bevindt onder dekking van een buitenlandse inschrijvingsplaat.
- Het enkele feit dat een voertuig gewoonlijk gestald is in België en ook gewoonlijk wordt gebruikt in België heeft niet tot gevolg dat dit voertuig in België is geregistreerd of ingeschreven.
- Het legaliteitsbeginsel in strafzaken verzet zich ertegen dat het toepassingsgebied van artikel 24 KB Technische Eisen Voertuigen en artikel 4 Wet Technische Eisen Voertuigen wordt uitgebreid tot die gevallen waarin het voertuig niet in België is ingeschreven, maar dit wel had moeten zijn.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat eisers voertuig gewoonlijk is gestald in België, maar enkel in Polen is ingeschreven. Het oordeelt dat dit voertuig in Bel-gië moest zijn ingeschreven, onder dekking van een Belgische inschrijvingsplaat moest rijden en bijgevolg ook moest zijn voorzien van een geldig Belgisch technisch keuringsbewijs. Met die redenen verantwoordt het bestreden vonnis eisers schuldigverklaring aan de telastlegging C niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van eisers schuldigverklaring aan de telastleggingen A en C brengt de vernietiging mee van de aan hem opgelegde bestraffing voor de telastleggingen A tot en met C en zijn veroordeling tot de bijdragen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens voor wat betreft de beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de eiser en de saisine van het appelgerecht. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot één vijfde van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die beslissing over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdende in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 240,13 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200121.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div