← België

PROCUREUR-GENERAAL TE ANTWERPEN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200121.2N.12 Rolnummer: P.20.0038.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL TE ANTWERPEN contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-28 Raadplegingen: 624 - laatst gezien 2026-06-29 07:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Krachtens artikel 31, § 1 en § 2, Voorlopige Hechteniswet kan een cassatieberoep enkel worden ingesteld tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat beslist tot handhaving van de voorlopige hechtenis; wanneer de raadkamer de hechtenis handhaaft en de tenuitvoerlegging hiervan onder elektronisch toezicht beveelt, het openbaar ministerie hiertegen hoger beroep aantekent en de onderzoeksrechter nadien bij toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet, beslist tot uitvoering van de hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht, is het arrest dat het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk maar, gelet op deze beschikking, zonder voorwerp verklaart zonder hierbij uitspraak te doen over de handhaving van de hechtenis van de beklaagde, geen arrest is in de zin van artikel 31, § 1, Voorlopige Hechteniswet en is derhalve het cassatieberoep niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Artikel 31, §§ 1 en 2, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis - Begrip - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Vrije woorden: Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep - Artikel 31, §§ 1 en 2, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis - Begrip - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep - Artikel 31, §§ 1 en 2, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis - Begrip - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.20.0038.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, eiser, tegen M. V. D., , inverdenkinggestelde, aangehouden, verweerder, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 januari

  1. De eiser voert in de verklaring van cassatieberoep die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Krachtens artikel 31, § 1 en § 2, Voorlopige Hechteniswet kan een cassatieberoep enkel worden ingesteld tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat beslist tot handhaving van de voorlopige hechtenis.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de raadkamer bij beschikking van 5 december 2019 verweerders hechtenis handhaaft en de tenuitvoerlegging hiervan onder elektronisch toezicht beveelt; - het openbaar ministerie tegen deze beslissing op 5 december 2019 hoger beroep aantekent; - de onderzoeksrechter bij beschikking van 6 december 2019, genomen bij toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet, beslist tot uitvoering van de hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht; - het arrest het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk maar, gelet op deze beschikking, zonder voorwerp verklaart zonder hierbij uitspraak te doen over de handhaving van de hechtenis van de verweerder.
  4. Daaruit volgt dat dit geen arrest is in de zin van artikel 31, § 1, Voorlopige Hechteniswet. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middel
  5. Het middel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Belgische Staat. Bepaalt de kosten op 9,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200121.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221221.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.