id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200123.1N.9 Rolnummer: F.18.0103.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra BDO BEDRIJFSREVISOREN CVBA Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-03-04 Raadplegingen: 867 - laatst gezien 2026-06-29 02:17 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200123.1N.9 Fiche De belastingelementen bedoeld in artikel 356, eerste lid, WIB92 zijn de positieve en negatieve materiële elementen die tot de vaststelling van de belastbare grondslag bijdragen; een subsidiaire aanslag kan niet worden gevestigd op een hogere belastbare basis dan die van de initiële aanslag
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Vrije woorden: Nietig verklaarde aanslag - Subsidiaire aanslag - Toepassingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 356, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0103.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directie AABBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 5, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, tegen
- BDO BEDRIJFSREVISOREN - BDO REVISEURS D'ENTREPRISES cvba, met zetel te 1935 Zaventem, Da Vincilaan 9, bus E 6, Elsinore Building - Corporate Village, als vereffenaar van PHILIP MORRIS BELGIUM HOLDINGS bvba, waarvan de vereffening op 18 december 2009 werd gesloten, destijds met zetel te 2600 Berchem (Antwerpen), Berchemstadionstraat 72,
- PHILIP MORRIS INVESTMENTS bv, met zetel te 4622 RD Bergen op Zoom (Nederland), Marconilaan 20, in haar hoedanigheid van rechtsopvolger van PHILIP MORRIS BELGIUM HOLDINGS bvba, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 april
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 december 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- In zoverre het onderdeel de schending van artikel 26 WIB92 aanvoert zonder aan te duiden hoe en waardoor deze bepaling zou zijn geschonden, is het niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 356, eerste lid, WIB92 blijft de zaak, wanneer tegen een beslissing van, voorheen, de directeur van de belastingen, en thans van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelasting, of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. De belastingelementen bedoeld in deze wetsbepaling zijn de positieve en negatieve materiële elementen die tot de vaststelling van de belastbare grondslag bijdragen. Een subsidiaire aanslag kan niet worden gevestigd op een hogere belastbare basis dan die van de initiële aanslag. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, berust in zoverre op een andere rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel dat aanvoert dat de aangenomen willekeur geen verband hield met het bestaan zelf van de belastbare materie maar met de wijze waarop de belastbare grondslag was vastgesteld zodat de vernietiging van de initiële aanslag nog toeliet dat een subsidiaire aanslag werd gevestigd, kan, gelet op het antwoord op het eerste onderdeel, niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 375,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Filip Van Volsem, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 23 januari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200123.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200123.1N.9 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260327.1F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div