id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.5 Rolnummer: P.19.1041.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-01-30 Raadplegingen: 314 - laatst gezien 2026-06-28 07:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 29, §2, eerste lid, Wegverkeerswet en artikel 41bis, §1 Strafwetboek volgt dat voor overtredingen als bedoeld in voornoemd artikel 29, §2, eerste lid, Wegverkeerswet, de maximumgeldboete de aan een rechtspersoon kan worden opgelegd, 250,00 euro bedraagt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Uitzonderlijke voertuigen - Rechtspersoon - Geldboete - Grenzen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 41bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet - 16-03-1968 - Art. 29, § 2, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 02-06-2010 - Art. 10 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1041.N
- S W P, beklaagde,
- AERTSSEN TRANSPORT nv, met zetel te 2940 Stabroek, Laageind 91, beklaagde en burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eisers, met als raadsman mr. Mathias Dendievel, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 20 september
- De eisers voeren geen grieven aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres 2
- Overeenkomstig artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet de partij die het cassatieberoep instelt, dit laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres 2, die als burgerrechtelijk aansprakelijke partij geen vervolgde partij is in de zin van artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht. In zoverre gericht tegen de beslissing die de eiseres 2 burgerrechtelijk aansprakelijk verklaart voor de kosten van de strafvordering die ten laste van de eiser 1 zijn gelegd, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - Artikel 41bis, § 1, Strafwetboek - Artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet.
- De eiseres 2 wordt schuldig verklaard aan een inbreuk op artikel 10, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen. Die inbreuk is strafbaar overeenkomstig artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet. Krachtens artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet zijn overtredingen van de reglementen, uitgevaardigd op grond van deze wet die door het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wegverkeerswet niet zijn aangewezen als overtredingen van de tweede, derde en vierde graad, overtredingen van de eerste graad die worden gestraft met een geldboete van 10,00 tot 250,00 euro. Artikel 41bis, § 1, Strafwetboek bepaalt dat wanneer de wet op het feit enkel een geldboete stelt de geldboete voor de rechtspersoon voor dit misdrijf gelijk is aan het minimum en maximum als door de wet op het feit gesteld. Uit die bepalingen volgt dat voor overtredingen als bedoeld door artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet de maximumgeldboete die aan een rechtspersoon kan worden opgelegd 250,00 euro bedraagt.
- Het bestreden vonnis dat de eiseres 2 veroordeelt tot een geldboete van 500,00 euro, verantwoordt deze beslissing niet naar recht. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de aan de eiseres 2 opgelegde bestraffing met inbegrip van de veroordeling tot de bijdragen laat haar schuldigverklaring onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres 2 veroordeelt tot straf en tot de bijdragen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser 1 tot de helft van de kosten van de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseres 2 tot een vierde van de kosten van de cassatieberoepen. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 95,43 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 28 januari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div