id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200130.1N.6 Rolnummer: D.19.0007.N Zaak: P. contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2020-03-04 Raadplegingen: 411 - laatst gezien 2026-06-28 07:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche De natuurlijke persoon die de mondelinge proef heeft afgelegd kan bij de Kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars beroep instellen tegen de beslissing van de Uitvoerende Kamer dat hij of zij voor die proef niet slaagt. Thesaurus CAS: MAKELAAR Vrije woorden: Vastgoedmakelaar - Inschrijving op het tableau - Praktische bekwaamheidstest - Mondelinge proef - beslissing van niet slagen van de Uitvoerende Kamer - Hoger beroep bij de Kamer van beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 03-08-2007 - Art. 9, § 6 - 56 ELI link Pub nr 2007A11412 Koninklijk Besluit - 30-08-2013 - Art. 6, § 1, 3° - 11 ELI link Pub nr 2013011437 Algemeen reglement - 27-06-2013 - Artt. 1, eerste lid, 5°, 23, § 2, en 26, tweede lid - 22 Link Justel databank 20130627-22 Koninklijk Besluit - 23-07-2013 - goedgekeurd bij - 12 ELI link Pub nr 2013011430 Tekst van de beslissing Nr. D.19.0007.N E. P., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars van 13 februari
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 23 oktober 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel aan: de aangevoerde miskenning van de bewijskracht van de beroepsakte van de eiseres vertoont geen belang aangezien het beroep van de eiseres ook indien het niet enkel tegen de kennisgeving van haar examenresultaten, maar ook tegen die resultaten zelf was ingesteld, onontvankelijk is. De beslissing van de uitvoerende kamer over het examenresultaat enerzijds en de beslissing van de uitvoerende kamer tot ambtshalve schrapping wegens het niet-geslaagd zijn in het examen anderzijds dienen te worden onderscheiden. Enkel die laatste beslissing moet met redenen zijn omkleed en enkel tegen die laatste beslissing staat beroep open.
- Krachtens artikel 6, § 1, 3°, van het koninklijk besluit van 30 augustus 2013 betreffende de toegang tot het beroep van vastgoedmakelaar is de inschrijving van natuurlijke personen op het tableau afhankelijk van het geslaagd zijn in een praktische bekwaamheidstest georganiseerd of erkend door het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. Krachtens artikel 23, § 2, van het stagereglement van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 23 juli 2013, hierna het stagereglement, omvat de praktische bekwaamheidstest een schriftelijke en een mondelinge proef. Krachtens artikel 26, tweede lid, samen gelezen met artikel 1, eerste lid, 5°, van het stagereglement, wordt de mondelinge proef afgelegd voor de bevoegde Uitvoerende Kamer. Krachtens artikel 9, § 6, van de kaderwet van 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen doen de Kamers van beroep uitspraak over de beroepen ingesteld tegen de door de Uitvoerende kamers met hun voertaal genomen beslissingen.
- Uit deze bepalingen volgt dat de natuurlijke persoon die de mondelinge proef heeft afgelegd bij de Kamer van beroep, beroep kan instellen tegen de beslissing van de Uitvoerende kamer dat hij of zij voor die proef niet slaagt. De grond van niet-ontvankelijkheid die van een andere rechtsopvatting uitgaat, moet worden verworpen. Gegrondheid
- Bij aangetekende brief van 25 oktober 2018 stelde de eiseres beroep in tegen de beslissing van de Uitvoerende Kamer "met betrekking tot het mondelinge gedeelte van de praktische bekwaamheidsproef" en vorderde zij dat "de beslissing met betrekking tot het examenresultaat" voor het mondelinge gedeelte van de praktische bekwaamheidsproef wordt vernietigd en dat wordt bevolen dat zij een nieuwe kans krijgt om het mondelinge gedeelte van de praktische bekwaamheidstest opnieuw af te leggen.
- De appelrechters oordelen dat de kennisgeving van 1 oktober 2018 van de resultaten van de praktische bekwaamheidstest door de Uitvoerende Kamer geen beslissing van de Uitvoerende Kamer betreft overeenkomstig artikel 48 van het koninklijk besluit van 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, zodat deze kennisgeving niet vatbaar is voor beroep.
- Door aldus te oordelen dat het beroep van de eiseres niet gericht was tegen de beslissing van de Uitvoerende Kamer met betrekking tot het examenresultaat, maar tegen de kennisgeving van die beslissing, geven de appelrechters van de aangetekende brief van de eiseres van 25 oktober 2018 een uitleg die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar is en miskennen zij mitsdien de bewijskracht ervan. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 312,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Verwijst de zaak naar de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars met het Nederlands als voertaal, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200130.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210304.1F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div