← België

V. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.1 Rolnummer: P.19.1006.N Zaak: V. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-02-06 Raadplegingen: 216 - laatst gezien 2026-06-28 07:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1006.N

  1. P J A V, beklaagde,
  2. DOUBLE D nv, met zetel te 2390 Malle, Eekhoorndreef 7, beklaagde, eisers, beiden met als raadsman mr. David Verreckt, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
  3. M D P, burgerlijke partij, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie Brussel,
  4. A D P, burgerlijke partij,
  5. EURESA LIFE sa, met zetel te 1445 Strassen (Groothertogdom Luxemburg), rue Thomas Edison 5, burgerlijke partij,
  6. J D R, burgerlijke partij,
  7. W C, burgerlijke partij,
  8. M T, burgerlijke partij,
  9. J T, burgerlijke partij,
  10. L C, burgerlijke partij,
  11. M V, burgerlijke partij,
  12. J V, burgerlijke partij,
  13. H V L, burgerlijke partij,
  14. B V L, burgerlijke partij,
  15. C S, burgerlijke partij,
  16. V J, burgerlijke partij,
  17. L V R, burgerlijke partij,
  18. J S, burgerlijke partij,
  19. G M, burgerlijke partij,
  20. C W, burgerlijke partij,
  21. G V A, burgerlijke partij,
  22. F S, burgerlijke partij,
  23. L S, burgerlijke partij,
  24. S P, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 september
  25. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De verweerder 1 doet afstand van zijn burgerlijke rechtsvordering tegen de eisers op grond van de telastlegging A.
  26. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  27. De verweerder 1 vraagt het Hof hem akte te verlenen van de afstand van zijn burgerlijke rechtsvordering tegen de eisers voor de morele schade en voor zover als nodig de materiële schade die hij heeft geleden ingevolge het misdrijf vervat onder de telastlegging A.
  28. Op grond van die afstand verzoekt de verweerder 1 het Hof om het arrest te vernietigen zonder verwijzing.
  29. Het Hof is niet bevoegd om de gegrondheid van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder te beoordelen en bijgevolg evenmin om hem akte te verlenen van de afstand van die rechtsvordering.
  30. Het uit de onterechte afstand afgeleide verzoek is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  31. Krachtens artikel 427, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering moet de beklaagde zijn cassatieberoep betekenen aan de burgerlijke partij en moet het exploot van betekening binnen de termijnen voorzien in artikel 429 worden neergelegd bij de griffie van het Hof.
  32. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de cassatieberoepen zijn betekend aan andere verweerders dan de verweerder
  33. In zoverre gericht tegen de beslissingen over de burgerlijke rechtsvorderingen van die andere verweerders, zijn de cassatieberoepen niet ontvankelijk. Middel
  34. Het middel voert schending aan van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel, beschikkingsbeginsel genaamd: het arrest veroordeelt de eisers hoofdelijk tot het betalen aan de verweerder 1 van een schadevergoeding van 30.000 euro, meer vergoedende en gerechtelijke interesten, wegens materiële schade ingevolge het feit van de telastlegging A.14; de verweerder 1 heeft dat echter niet gevorderd.
  35. Artikel 1138 Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "Er staat geen herroeping van het gewijsde open maar enkel, tegen de beslissingen in laatste aanleg, voorziening in cassatie wegens overtreding van de wet : 2° indien er uitspraak gedaan is over niet gevorderde zaken of er meer werd toegekend dan er gevraagd was".
  36. In zijn beroepsconclusie heeft de verweerder 1 aangevoerd dat het beroepen vonnis moest worden vernietigd in zoverre het de eisers hoofdelijk heeft veroordeeld om hem een schadevergoeding van 30.000 euro te betalen wegens materiële schade ingevolge het feit van de telastlegging A.14 omdat hij voor de eerste rechter afstand had gedaan van zijn desbetreffende vordering. Het arrest dat daarop geen acht slaat en de eisers opnieuw veroordeelt tot die schadevergoeding aan die verweerder, miskent het beschikkingsbeginsel en schendt zodoende artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek
  37. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eisers hoofdelijk veroordeelt tot het betalen aan de verweerder 1 van een schadevergoeding van 30.000 euro, meer vergoedende en gerechtelijke interesten, wegens materiële schade ingevolge het feit van de telastlegging A.14, alsook in zoverre het de eisers hoofdelijk veroordeelt tot de kosten op burgerlijk gebied ten aanzien van die verweerder. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot vier vijfden van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 1.1.32,88 euro waarvan 816,48 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 4 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.