id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.13 Rolnummer: P.20.0050.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-15 Raadplegingen: 376 - laatst gezien 2026-06-28 21:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter dient zelfs ambtshalve de ontvankelijkheid van een door een partij ingesteld verzet te onderzoeken en uit het enkele feit dat de rechter het debat heropent teneinde de partijen toe te laten tegenspraak te voeren over een door hem opgeworpen ambtshalve middel van niet-ontvankelijkheid van een verzet, kan geen bevoordeling van enige partij noch partijdigheid van deze rechter worden afgeleid. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Ontvankelijkheid - Ambtshalve opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid - Heropening der debatten - Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter - Strafzaken - Verzet - Ontvankelijkheid - Ambtshalve opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid - Heropening der debatten - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter - Strafzaken - Verzet - Ontvankelijkheid - Ambtshalve opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid - Heropening der debatten - Draagwijdte - Gevolg Fiche 4 Uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 187, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering blijkt dat de wetgever bij de vaststelling van het aanvangspunt van de termijn van verzet voor een veroordeelde die kennis krijgt van een tegen hem bij verstek gewezen beslissing door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel, rekening heeft willen houden met de vrijwaring van zijn grondrecht om persoonlijk aanwezig te zijn tijdens de procedure op verzet; hieruit volgt dat de verzetstermijn voor de veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een eindbeslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en kennis heeft van de betekening van het verstekvonnis door de betekening van het Europees aanhoudingsbevel alsook kennis heeft van de datum van de overlevering maar zich hieraan onttrekt, begint te lopen vanaf de datum van de voorziene overlevering
(1).
(1)Cass. 14 april 2015, AR P.14.0337.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150414.3, AC 2014, nr. 248 met concl. in substantie van advocaat-generaal M. TIMPERMAN, RW 2016-17, 623-626 en noot B. DE SMET, "Het verzet van de beklaagde die in het buitenland is aangehouden", T.Strafr. 2016, afl. 6, 393, noot J. VAN GAEVER. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Aanhoudingsbevel gesteund op een veroordeling bij verstek - Betekening van verstekvonnis niet aan persoon - Kennisname van de betekening door de betekening van het Europees aanhoudingsbevel - Verzet - Aanvangstermijn van het verzet - Onttrekking aan de overlevering - Draagwijdte - Gevolg Fiche 5 Uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 187, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering blijkt dat de wetgever bij de vaststelling van het aanvangspunt van de termijn van verzet voor een veroordeelde die kennis krijgt van een tegen hem bij verstek gewezen beslissing door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel, rekening heeft willen houden met de vrijwaring van zijn grondrecht om persoonlijk aanwezig te zijn tijdens de procedure op verzet; hieruit volgt dat de verzetstermijn voor de veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een eindbeslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en kennis heeft van de betekening van het verstekvonnis door de betekening van het Europees aanhoudingsbevel alsook kennis heeft van de datum van de overlevering maar zich hieraan onttrekt, begint te lopen vanaf de datum van de voorziene overlevering
(1).
(1)Cass. 14 april 2015, AR P.14.0337.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150414.3, AC 2014, nr. 248 met concl. in substantie van advocaat-generaal M. TIMPERMAN, RW 2016-17, 623-626 en noot B. DE SMET, "Het verzet van de beklaagde die in het buitenland is aangehouden", T.Strafr. 2016, afl. 6, 393, noot J. VAN GAEVER. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Europees aanhoudingsbevel - Aanhoudingsbevel gesteund op een veroordeling bij verstek - Betekening van verstekvonnis niet aan persoon - Kennisname van de betekening door de betekening van het Europees aanhoudingsbevel - Verzet - Aanvangstermijn van het verzet - Onttrekking aan de overlevering - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.20.0050.N P G, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, van 6 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsmede miskenning van het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter: de strafuitvoeringsrechtbank heeft partijdig geoordeeld door het debat te heropenen en aldus aan het openbaar ministerie de mogelijkheid te bieden de niet-ontvankelijkheid van het door de eiser ingesteld verzet op te werpen; dit heeft het openbaar ministerie bevoordeeld ten overstaan van de eiser.
- De rechter dient zelfs ambtshalve de ontvankelijkheid van een door een partij ingesteld verzet te onderzoeken. Uit het enkele feit dat de rechter het debat heropent teneinde de partijen toe te laten tegenspraak te voeren over een door hem opgeworpen ambtshalve middel van niet-ontvankelijkheid van een verzet, kan geen bevoordeling van enige partij noch partijdigheid van deze rechter worden afgeleid. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 187, § 1, derde lid, Wetboek van Strafvordering: het vonnis verklaart het door de eiser ingesteld verzet ten onrechte onontvankelijk; het gaat er verkeerdelijk van uit dat de verzetstermijn aanvangt op de datum waarop de overlevering van de eiser voorzien was en hij ontvlucht is; deze termijn begon echter pas te lopen op het ogenblik van zijn effectieve overlevering.
- Artikel 187, eerste, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend. Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld."
- Uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 187, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering blijkt dat de wetgever bij de vaststelling van het aanvangspunt van de termijn van verzet voor een veroordeelde die kennis krijgt van een tegen hem bij verstek gewezen beslissing door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel, rekening heeft willen houden met de vrijwaring van zijn grondrecht om persoonlijk aanwezig te zijn tijdens de procedure op verzet.
- Hieruit volgt dat de verzetstermijn voor de veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een eindbeslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en kennis heeft van de betekening van het verstekvonnis door de betekening van het Europees aanhoudingsbevel alsook kennis heeft van de datum van de overlevering maar zich hieraan onttrekt, begint te lopen vanaf de datum van de voorziene overlevering.
- Het vonnis stelt vast dat: - de eiser het voorwerp heeft uitgemaakt van een eindbeslissing over de tenuit-voerlegging van het Europees aanhoudingsbevel; - zijn strafeinde in Frankrijk op 7 september 2019 was bepaald; - hij op de voormelde datum vernam dat hij zich op 9 september 2019 moest aanbieden met het oog op zijn overlevering; - hij alsdan verkoos om te vluchten en zich aan de overlevering en de uitvoering van zijn straf te onttrekken. Het vonnis dat op deze gronden beslist dat de verzetstermijn een aanvang nam op de datum van de voorziene overlevering, met name op 9 september 2019, de eiser vanaf deze datum de mogelijkheid had om zijn rechten van verzet uit te oefenen, zijn ontvluchting niet kan leiden tot een verlenging van de termijn die bijgevolg op 24 september 2019 eindigde, en dat het op 13 november 2019 ingesteld verzet aldus laattijdig is, is naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 4 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150414.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div