id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200206.1N.2 Rolnummer: C.19.0240.N Zaak: REDERIJ DERBY BVBA contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2020-03-04 Raadplegingen: 303 - laatst gezien 2026-06-28 07:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een werkende vennoot-bedrijfsleider kan vijf jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf of als zeevisser aantonen met alle middelen van recht. Thesaurus CAS: VISSERIJ - ZEEVISSERIJ Vrije woorden: Steun aan investeringen - Voorwaarden - Werkende vennoot-bedrijfsleider - Ervaring - Inkomen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse regering 7 juli betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en aquicultuursector - 07-07-1998 - Art. 4, eerste lid - 48 ELI link Pub nr 1998036099 MB 14 juli 1998 betreffende de steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en de aquicultuursector - 14-07-1998 - Art. 3 - 62 ELI link Pub nr 1998036306 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0240.N REDERIJ DERBY bvba, met zetel te 8400 Oostende, Maritiem Plein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0811.564.257, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 januari 2019. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 27 november 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 1998 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en aquicultuursector, is de rechtspersoon, reder of viskweker in hoofdberoep de rechtspersoon waarvan het maatschappelijk doel bestaat in de uitbating van een visserijbedrijf of een viskweekbedrijf, die hoofdzakelijk de door het bedrijf voortgebrachte producten verhandelt, en die opgericht is onder een der vormen bedoeld bij het Wetboek van koophandel, boek I, titel IX, sectie I, artikel 2, en de volgende voorwaarden vervult:
- a)opgericht zijn voor onbepaalde duur of voor een duur van ten minste 20 jaar;
- b)de aandelen of de deelbewijzen van de vennootschap moeten op naam zijn;
- c)de zaakvoerders, de bestuurders of de afgevaardigde bestuurders moeten onder de fysische personen-vennoten worden aangewezen;
- d)één van de zaakvoerders, bestuurders of afgevaardigde bestuurders van de vennootschap moet ten minste 50 pct. van zijn tijd besteden aan visserij- en/of viskweekwerkzaamheden in de vennootschap en ten minste 50 pct. van zijn globaal inkomen uit die activiteiten halen; die zaakvoerder, bestuurder of afgevaardigde bestuurder wordt de “werkende vennoot-bedrijfsleider” genoemd;
- e)de aandelen of de deelbewijzen van de vennootschap moeten voor een minimumpercentage toebehoren aan de werkende vennoten-bedrijfsleiders. Krachtens artikel 4, eerste lid, van het genoemde Besluit van de Vlaamse Regering moet de natuurlijke persoon, reder of viskweker of één van de werkende vennoten-bedrijfsleiders van een rechtspersoon, reder of viskweker, om voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking te komen, over voldoende vakbekwaamheid beschikken, hetgeen wordt aangetoond door een studiegetuigschrift en/of door voldoende beroepservaring. Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van het genoemde Besluit van de Vlaamse Regering bepaalt de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw de studiegetuigschriften en de criteria van voldoende beroepservaring. 2. Krachtens artikel 3 van het Ministerieel besluit van 14 juli 1998 betreffende de steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en de aquicultuursector wordt de minimale beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 4 van het genoemde Besluit van de Vlaamse regering, voor investeringsverrichtingen in de zeevisserij aangetoond door: - de diploma’s en de gehomologeerde of door een examencommissie van de Staat uitgereikte getuigschriften van hoger secundair onderwijs, evenals de kwalificatie-getuigschriften van het vierde leerjaar secundair onderwijs, in een afdeling visserij, aangevuld door het door het ministerie van Verkeer en Infrastructuur uitgereikt brevet van schipper of van motorist, of een studiebewijs met een van de voorgaande titels gelijkwaardig, en voor zover de drager ervan de leeftijd van 25 jaar bereikt heeft en zich heeft toegelegd op de zeevisserij als schipper en/of motorist gedurende ten minste 800 zeedagen bij overname of investering in een vaartuig > 221 kW en ten minste 400 zeedagen bij overname of investering in een vaartuig ofwel - 5 jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf en/of zich gedurende 5 jaar hebben toegelegd op de zeevisserij. 3. Uit de voormelde bepalingen en hun onderlinge samenhang volgt dat een rechtspersoon in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming indien: - de rechtspersoon voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van het genoemde Besluit van de Vlaamse Regering; inzonderheid moet één van de zaakvoerders, bestuurders of afgevaardigde bestuurders, de zogenaamde werkende vennoot-bedrijfsleider, ten minste 50 pct. van zijn tijd besteden aan visserij- en/of viskweekwerkzaamheden in de vennootschap en ten minste 50 pct. van zijn globaal inkomen uit die activiteiten halen; - de werkende vennoot-bedrijfsleider hetzij voldoende relevante studiegetuigschriften kan voorleggen, hetzij beschikt over vijf jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf of als zeevisser. Het inkomen van de werkende vennoot-bedrijfsleider is bijgevolg enkel relevant voor de beoordeling van de eerste voorwaarde, doch is niet determinerend voor de beoordeling van de tweede voorwaarde. Een werkende vennoot-bedrijfsleider kan vijf jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf of als zeevisser aantonen met alle middelen van het recht. Hij dient daarbij niet aan te tonen dat hij vijf jaar lang ten minste 50 pct. van zijn globaal inkomen uit visserij- en/of viskweekwerkzaamheden haalde. 4. De appelrechter oordeelt dat “opdat H. V. zou kunnen beschouwd worden als vakbekwaam uit hoofde van haar beroepservaring als bedrijfsleider, [de eiseres] dient aan te tonen dat H. V. voldoet zowel aan de voorwaarden van 50 % tijdsbesteding/inkomen als aan de voorwaarde van 5 jaar ervaring/toelegging” en dat “niet [is] aangetoond dat H. V. voldoet aan de voorwaarden van vakbewaamheid als bedrijfsleider”, aangezien uit de stukken niet blijkt “welk het inkomen was van H. V. in de jaren waarop die stukken betrekking hebben en welk eventueel aandeel van dit inkomen toe te wijzen is aan activiteit binnen een vennootschap die een visserijbedrijf uitbaat”. Aldus oordeelt de appelrechter dat de voorwaarde van vijf jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf dient te worden beoordeeld aan de hand van het inkomen, derwijze dat het bewijs van vijf jaar ervaring als bedrijfsleider in een visserijbedrijf slechts kan worden geleverd door aan te tonen dat men gedurende vijf jaar een bepaald aandeel van zijn inkomen, met name 50 pct., uit visserij- en/of viskweekwerkzaamheden heeft gehaald. Door aldus te oordelen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2020 uitgesproken door raadsheer Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200206.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div