← België

ETHIAS nv contra TVM VERZEKERINGEN nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200210.3N.7 Rolnummer: C.19.0372.N Zaak: ETHIAS nv contra TVM VERZEKERINGEN nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2020-03-09 Raadplegingen: 677 - laatst gezien 2026-06-28 12:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bestuurder, in de zin van artikel 29bis WAM, is de persoon die het motorrijtuig bestuurt op het ogenblik van het ongeval, dat wil zeggen de persoon die, op dat ogenblik, het meesterschap over dat motorrijtuig heeft via mechanische middelen waardoor hij het voertuig in een bepaalde richting kan sturen en die zodoende het vermogen van de motor beheerst; hij verliest deze hoedanigheid van zodra hij geen controle meer heeft over het motorrijtuig. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Artikel 29bis - Niet beschermde persoon - Vergoeding - Uitsluiting - Bestuurder van het motorrijtuig - Begrip Tekst van de beslissing Nr. C.19.0372.N ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen TVM VERZEKERINGEN nv, met zetel te 7901 AW Hoogeveen (Nederland), Van Limburg Stirumstraat 250, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0841.164.105, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 14 februari

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 17 december 2019 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM wordt, bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. Artikel 29bis, § 2, WAM bepaalt dat de bestuurder van een voertuig en zijn rechthebbenden zich niet kunnen beroepen op de bepalingen van dit artikel, tenzij de bestuurder optreedt als rechthebbende van een slachtoffer dat geen bestuurder was en op voorwaarde dat hij de schade niet opzettelijk heeft veroorzaakt. De bestuurder, in de zin van voormeld artikel 29bis, is de persoon die het motorrijtuig bestuurt op het ogenblik van het ongeval, dat wil zeggen de persoon die, op dat ogenblik, het meesterschap over dat motorrijtuig heeft via mechanische middelen waardoor hij het voertuig in een bepaalde richting kan sturen en die zodoende het vermogen van de motor beheerst. Hij verliest deze hoedanigheid van zodra hij geen controle meer heeft over het motorrijtuig.
  3. De rechter stelt vast dat: - de eiseres voorhoudt dat de aangestelde van haar verzekerde op 25 januari 2016 het slachtoffer was van een ongeval toen hij uit zijn trekker stapte om de lading van zijn vrachtwagen te lossen en hierbij zijn voet verstuikte; - de deelname aan het verkeer slechts als voltooid kan beschouwd worden van zodra het uitstappen uit het betrokken motorrijtuig voleindigd is; - de aangestelde van de verzekerde van de eiseres het voertuig nog onder controle had, wat niet beperkt is tot op het ogenblik dat hij nog op de bestuurszetel zit, en dit slechts een definitief einde neemt nadat hij is uitgestapt en een voetganger geworden is.
  4. Door op deze gronden te oordelen dat de aangestelde van de verzekerde van de eiseres dient aangezien te worden als een bestuurder die op grond van artikel 29bis WAM niet vergoedingsgerechtigd is, verantwoordt de rechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de politierechtbank Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 10 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200210.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240920.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.