← België

BELGISCHE STAAT contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.1 Rolnummer: F.18.0028.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 461 - laatst gezien 2026-06-28 07:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche De door het Europees Octrooibureau betaalde partiële compensatie, die strekt tot verhoging van het pensioen van het voormalig personeelslid en tot verzorging bij ouderdom, is een pensioen en geen emolument bij het salaris in de zin van artikel 16.1 van het Protocol; uit het voorgaande volgt dat inkomstenbelasting kan geheven worden op pensioenbetalingen, met inbegrip van betaling van de partiële compensatie, aan een voormalige werknemer van het Europees Octrooibureau die zijn woonplaats in België heeft. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen Vrije woorden: Partiële compensatie toegekend aan voormalig personeelslid Europees octrooibureau - Kwalificatie - Belastbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 05-10-1973 - Art. 16 - 31 Link Justel databank 19731005-31 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0028.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, tegen 1. D. D. L., 2. G. D. C., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 oktober 2017. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 oktober 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel 1. Krachtens artikel 33, tweede lid, van het Europees Octrooiverdrag van 5 oktober 1973, goedgekeurd bij wet van 8 juli 1977, is de Raad van Bestuur van het Europees Octrooibureau overeenkomstig dit verdrag bevoegd tot vaststelling en wijziging van:

  1. a)het Financieel Reglement;
  2. b)het Ambtenarenreglement en de arbeidsvoorwaarden voor ander personeel van het Europees Octrooibureau, hun salarisschaal alsmede de aard en de toewijzingsbepalingen van bijkomstige voorzieningen;
  3. c)het Pensioenreglement en iedere verhoging van de bestaande pensioenen overeenkomstig de salarisverhogingen;
  4. d)het Reglement betreffende de verschuldigde taksen;
  5. e)zijn Reglement van Orde. Artikel 16 van het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten bij het Europees Octrooiverdrag van 5 oktober 1973 luidt als volgt: "1.Onder de voorwaarden en op de wijze zoals die worden vastgesteld door de Raad van Bestuur binnen een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag, zijn de in de artikelen 13 en 14 bedoelde personen onderworpen aan een belasting ten gunste van de Organisatie op de door de Organisatie betaalde salarissen en emolumenten. Van de datum waarop deze belasting ingaat af zijn deze salarissen en emolumenten vrij van nationale inkomstenbelasting. De Verdragsluitende Staten kunnen evenwel met deze salarissen en emolumenten wel rekening houden bij de berekening van de belasting die verschuldigd is over inkomsten uit andere bronnen. 2. Het vorige lid is niet van toepassing op de pensioenen en lijfrenten die door de Organisatie worden betaald aan voormalige personeelsleden van het Europees Octrooibureau." Krachtens artikel 17 van hetzelfde Protocol bepaalt de Raad van Bestuur op welke categorieën personeelsleden het bepaalde in artikel 14, geheel of gedeeltelijk, en in artikel 16 van toepassing is, alsmede op welke categorieën deskundigen het bepaalde in artikel 15 van toepassing is. De namen, titels en adressen van de personeelsleden en deskundigen van die categorieën worden op gezette tijden ter kennis gebracht van de Verdragsluitende Staten. Krachtens artikel 164.1 van het Europees Octrooiverdrag van 5 oktober 1973 vormen het Uitvoeringsreglement, het Protocol inzake de erkenning, het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten, het Protocol inzake centralisatie en het Protocol inzake de uitleg van artikel 69 een wezenlijk bestanddeel van dit verdrag. 2. Uit de samenhang tussen artikel 33, tweede lid, onder b en c van het Verdrag en de artikelen 16 en 17 van het Protocol volgt dat de Raad van Bestuur bevoegd is tot het vaststellen van een intern belastingreglement dat van toepassing is op de werknemers van het Europees Octrooibureau zonder dat evenwel kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 16.2 van het Protocol. Uit de samenhang van die verdragsbepalingen volgt tevens dat gepensioneerde personeelsleden van het Europees Octrooibureau niet kunnen worden aangemerkt als personeelsleden van deze internationale instelling in de zin van artikel 16.1 van het Protocol. 3. Het begrip "emolumenten" in de zin van artikel 16.1 van het Protocol slaat op werkgerelateerde beloningen die buiten het normale loon vallen van een personeelslid in dienst van het Europees Octrooibureau. Het begrip "pensioenen" in de zin van artikel 16.2 van het Protocol moet worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het verdrag in hun context en in het licht van het voorwerp en het doel van het verdrag, zonder dat de rechter gehouden is door de kwalificatie die de Raad van Bestuur van het Europees Octrooibureau geeft aan een vergoeding voor voormalige personeelsleden. 4. Hieruit volgt dat een uitkering die een personeelslid van het Europees Octrooibureau na ontslag uit het ambt ontvangt en die strekt tot verzorging bij ouderdom, moet worden aangemerkt als een pensioen in de zin van artikel 16.2 van het Protocol. De door het Europees Octrooibureau betaalde partiële compensatie, die strekt tot verhoging van het pensioen van het voormalig personeelslid en tot verzorging bij ouderdom, is een pensioen en geen emolument bij het salaris in de zin van artikel 16.1 van het Protocol. Uit het voorgaande volgt dat inkomstenbelasting kan geheven worden op pensioenbetalingen, met inbegrip van betaling van de partiële compensatie, aan een voormalige werknemer van het Europees Octrooibureau die zijn woonplaats in België heeft. 5. De appelrechters stellen vast dat: - de betwisting een aanslag in de personenbelasting betreft voor het aanslagjaar 2010 en meer bepaald betrekking heeft op de vraag of de zogenaamde partiële compensatie die de verweerder heeft ontvangen als voormalig personeelslid van het Europees Octrooibureau belastbaar is als pensioen in de zin van artikel 34, § 1, 1°, WIB92; - de Raad van Bestuur bij beslissing CA/D 13/77 een reglement heeft uitgewerkt betreffende de interne belasting ten gunste van de organisatie; - artikel 3 van dit reglement bepaalt dat de belasting zal verschuldigd zijn, rekening houdend met de totale vergoeding, emolumenten, winsten, toekenningen, inclusief ongeschiktheidsuitkeringen, en partiële compensatie, ontvangen van het Bureau, door hen die onderworpen zijn aan de belasting; - de Raad van Bestuur in verband met de partiële compensatie een beslissing CA/D 14/08 aannam en dat dit reglement gold voor hen die een pensioen ontvingen als gevolg van functies opgenomen voor 1 januari 2009; - ingevolge dit reglement de voornoemde categorie van personen recht heeft op een vergoeding als partiële compensatie voor de nationale belasting, geheven op dergelijke pensioenen in de lidstaten van de Organisatie volgens de aldaar geldende nationale wetgeving; - als de basisregel voor de partiële compensatie overeenkomstig artikel 1.2 van het Reglement geldt dat de compensatie, na aftrek van de interne belasting gelijk zal zijn aan 50 procent van het bedrag waarmee het pensioen theoretisch zou moeten worden verhoogd om de fiscale druk van de lidstaten op de pensioenen te nivelleren. Zij oordelen dat: - "het aan de organisatie toekomt om het fiscaal regime te bepalen van de vergoedingen die aan de (voormalige) personeelsleden worden toegekend"; - het feit dat een partiële compensatie enkel wordt toegekend aan voormalige personeelsleden die in een lidstaat van de Organisatie verblijven, evenmin impliceert dat die compensatie een pensioen betreft; - de partiële compensatie terecht als een emolument in de zin van artikel 16.1 van het Protocol wordt beschouwd; - de partiële compensatie niet kan onderworpen worden aan de nationale inkomstenbelasting, doch enkel aan de interne belasting van de Organisatie. 6. De appelrechters die aldus te kennen geven dat de beslissing van de raad van bestuur CA/D 14/08 waarin de partiële compensatie die de voormalige werknemers van het Europees Octrooibureau toekomt, wordt gekwalificeerd als een emolument in de zin van artikel 16.1 van het Protocol, bindend is voor de nationale rechter, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.