id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.3 Rolnummer: F.18.0136.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 313 - laatst gezien 2026-06-28 07:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de artikelen 305, 307, 308, §§ 1 en 3 WIB92 volgt dat de belastingplichtige die aan de belasting van de niet-inwoners is onderworpen, in het geval dat hij geen aangifteformulier in de belasting van de niet-inwoners heeft ontvangen, uiterlijk op 1 juni van het betrokken aanslagjaar dit aangifteformulier dient aan te vragen, ongeacht of het aangifteformulier voor het betrokken aanslagjaar door de Koning is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Vrije woorden: Belasting van niet-inwoners - Belastingformulier - geen ontvangst - Verplichting tot aanvraag Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 305, 307 en 308, §§ 1 en 3 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Uit de artikelen 305, 307, 308, §§1 en 3 WIB92 volgt dat de belastingplichtige die aan de belasting van de niet-inwoners is onderworpen, in het geval dat hij geen aangifteformulier in de belasting van de niet-inwoners heeft ontvangen, uiterlijk op 1 juni van het betrokken aanslagjaar dit aangifteformulier dient aan te vragen, ongeacht of het aangifteformulier voor het betrokken aanslagjaar door de Koning is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - NIET-VERBLIJFHOUDERS Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 305, 307 en 308, §§ 1 en 3 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0136.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het Centrum Buitenland, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 B3412, eiser, tegen Y. D., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 december 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 305 WIB92, zoals toepasselijk op het aanslagjaar 2000, zijn de belastingplichtigen die aan de personenbelasting, aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, zomede belastingplichtigen die ingevolge de artikelen 232 tot 234, aan de belasting van de niet-inwoners zijn onderworpen, gehouden ieder jaar aan de administratie der directe belastingen een aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijn omschreven in de artikelen 307 tot
- Krachtens artikel 307 WIB92, zoals toepasselijk op het aanslagjaar 2000, wordt de aangifte gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld en dat wordt uitgereikt door de dienst die daartoe door de directeur-generaal van de directe belastingen werd aangewezen, moet de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting het bestaan vermelden van rekeningen van elke aard waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenoot, alsmede de kinderen waarvan, overeenkomstig artikel 126, tweede lid, de inkomsten bij die van de ouders worden gevoegd, op enigerlei ogenblik tijdens het belastbaar tijdperk, titularis zijn geweest bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling en het land of de landen waar die rekening geopend zijn geweest, bevat het formulier van aangifte in de personenbelasting de daartoe voorziene rubrieken (§ 1) en wordt het formulier ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen (§ 2). Krachtens artikel 308, § 1, WIB92, zoals toepasselijk op het aanslagjaar 2000, moeten de belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden van belastbaarheid, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 aanwezig zijn, hun aangifte aan de betrokken dienst doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan. Krachtens artikel 308, § 3, WIB92, zoals toepasselijk op het aanslagjaar 2000, moeten de in § 1 bedoelde belastingplichtigen die niet overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld en die geen aangifteformulier hebben ontvangen, bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aanslagformulier/aangifteformulier aanvragen en, zo zulks nodig is, de termijn vermelden waarop zij in voorkomend geval, dit is in geval van overlijden van de belastingplichtige, ingevolge § 2 aanspraak kunnen maken.
- Uit deze bepalingen volgt dat de belastingplichtige die aan de belasting van de niet-inwoners is onderworpen, in het geval dat hij geen aangifteformulier in de belasting van de niet-inwoners heeft ontvangen, uiterlijk op 1 juni van het betrokken aanslagjaar dit aangifteformulier dient aan te vragen, ongeacht of het aangifteformulier voor het betrokken aanslagjaar door de Koning is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerder, voor het aanslagjaar 2000, bij gebrek aan ontvangst van het aangifteformulier, een zogenaamde vrije aangifte indiende, dit is zonder gebruik te maken van het aangifteformulier; - het administratief dossier de aangifte in de belasting der niet-inwoners voor het aanslagjaar 2000 bevat, gedateerd op 25 juni 2000; - de aangifte de handgeschreven vermelding "ontvangen per fax op 11/10/2000" bevat en de verweerder niet aantoont dat de aangifte vroeger dan op 11 oktober 2000 bij de administratie is toegekomen; - het koninklijk besluit van 22 september 2000 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting der niet-inwoners (natuurlijke personen) voor het aanslagjaar 2000 bekend werd gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 oktober 2000, en de eiser niet staande houdt dat na deze bekendmaking de administratie het formulier vooralsnog naar de verweerder verzond; - artikel 308 WIB92 niets bepaalt voor het geval dat het aangifteformulier op 1 juni van het aanslagjaar nog niet werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad; - in de gegeven omstandigheden de litigieuze aangifte, die voor het overige alle gegevens bevat die toelaten de belasting te vestigen, zelfs indien geen codes worden vermeld, als een geldige aangifte moet worden beschouwd, zodat de procedure van aanslag van ambtswege voor het aanslagjaar 2000 ten onrechte werd toegepast.
- Met die redenen verantwoorden de appelrechters niet naar recht hun beslissing dat de vrije aangifte van de verweerder in dit geval als een geldige aangifte moet worden beschouwd voor het betrokken aanslagjaar en de aanslag van ambtswege onterecht werd gevestigd. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div