← België

M. contra B.S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.6 Rolnummer: F.19.0013.N Zaak: M. contra B.S. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 486 - laatst gezien 2026-06-28 07:50 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200213.1N.6 Fiche Opdat een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld, volstaat het dat een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen tot de tekortkoming door de vennootschap aan haar verplichting tot het betalen van de belasting; daartoe is niet vereist dat de vennootschap haar schuld nog volledig kon betalen op het ogenblik dat die bestuurder de hem verweten fout beging

(1).
(1)Zie concl OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Niet-betaling - Vennootschap - Bestuurder - Hoofdelijke aansprakelijkheid - vaststelling van de mogelijkheid om de schuld nog volledig te betalen op het ogenblik van de beheersfout - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 93undecies C - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0013.N H. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen
  1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3,
  2. K. M.,
  3. M.-F. B. D'H., verweerders, minstens opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 mei
  4. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 december 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de hoedanigheid van bestuurder impliceert dat men zich minstens informeert over de financiële toestand van de vennootschap en dat men ingrijpt of reageert wanneer de toestand ernstig wordt, zelfs als men zich niet bezighoudt met het dagelijks bestuur van de vennootschap; - als men aanvaardt om bestuurder te worden van een vennootschap, men geen onwetendheid kan voorwenden en zich evenmin kan verschuilen achter het argument dat men enkel bestuurder was op papier; - uit de stukken blijkt dat de vennootschap gedurende de jaren 2007, 2008 en 2009 aanzienlijke aankopen heeft gedaan en werken heeft laten uitvoeren in de villa, die voor 80 pct. voor privédoeleinden werd gebruikt door de tweede en derde verweerders; - de btw op die werken ten onrechte en bewust in aftrek werd gebracht; - gelet op de omvang van de verrichtingen en de duurtijd ervan, redelijkerwijze niet kan worden aangenomen dat de onrechtmatige aftrek, die uit elke maandelijkse aangifte bleek, aan de aandacht van een normaal voorzichtig bedrijfsleider kan zijn ontsnapt; - ondanks het feit dat in augustus 2010 door het ondertekenen van de correctieopgave werd bevestigd dat de teveel afgetrokken btw diende te worden terugbetaald, geen enkele betaling werd verricht. Aldus verwerpen en beantwoorden de appelrechters elk van de door de eiser in het onderdeel ingeroepen concrete elementen, met name dat hij een onbezoldigd mandaat uitoefende, dat hij geen contact had met de boekhouder en dat het ging om een voor hem verborgen btw-schuld. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  6. De vaststelling van een fout in hoofde van de eiser blijft naar recht verantwoord op de motieven weergegeven in het antwoord op het eerste onderdeel, ongeacht of de appelrechters ook in hoofde van de eiser een bewust foutief optreden aannemen. Het subonderdeel kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede subonderdeel
  7. De vaststelling van een fout in hoofde van de eiser blijft naar recht verantwoord op grond van de motieven weergegeven in het antwoord op het eerste onderdeel. Het subonderdeel dat opkomt tegen het oordeel van de appelrechters over het bestaan van een bijkomende fout, met name het ontbreken van een gepaste reactie op de betrokken mail, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  8. Krachtens artikel 93undeciesC, § 1, eerste lid, Btw-wetboek is de bestuurder belast met de dagelijkse leiding hoofdelijk aansprakelijk voor de tekortkoming door de vennootschap aan haar verplichting tot het betalen van de belasting, intresten en bijkomende kosten, indien die tekortkoming te wijten is aan een bij het besturen van de vennootschap begane fout in de zin van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. Krachtens artikel 93undeciesC, § 1, tweede lid, Btw-wetboek kan die hoofdelijke aansprakelijkheid worden uitgebreid naar de andere bestuurders van de vennootschap indien in hunnen hoofde een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen tot de in het eerste lid bedoelde tekortkoming.
  9. Opdat een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld, volstaat het dat een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen tot de tekortkoming door de vennootschap aan haar verplichting tot het betalen van de belasting. Daartoe is niet vereist dat de vennootschap haar schuld nog volledig kon betalen op het ogenblik dat die bestuurder de hem verweten fout beging. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 974,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200213.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200213.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.