id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.18 Rolnummer: P.20.0180.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-02-21 Raadplegingen: 574 - laatst gezien 2026-06-29 04:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De kamer van inbeschuldigingstelling kan in elk stadium van de rechtspleging, de kwalificatie wijzigen van de feiten vermeld in het bevel tot aanhouding als zij deze kwalificatie niet passend acht, na de partijen de gelegenheid te hebben geboden hun standpunt daarover toe te lichten. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Aanvulling van de kwalificatie vermeld in het aanhoudingsbevel - Mogelijkheid tot tegenspraak - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 23, 3°, en 30, § 3, laatste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Aanvulling van de kwalificatie vermeld in het aanhoudingsbevel - Mogelijkheid tot tegenspraak - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 23, 3°, en 30, § 3, laatste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.20.0180.N K. M. B. D. M., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 10quater, § 1, 2°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 23, eerste lid, 3° en 4°, en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet: de appelrechters herkwalificeren de feiten voorwerp van de telastlegging B als een misdrijf zoals omschreven in artikel 250 Strafwetboek zonder de eiseres te hebben gehoord over deze herkwalificatie.
- Artikel 30, § 3°, laatste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat op de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling de bij artikel 23, 1° tot 4°, bepaalde regels van toepassing zijn.
- Artikel 23, 3°, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de raadkamer in elk stadium van de rechtspleging, indien zij de kwalificatie van de in het bevel tot aanhouding bedoelde feiten niet passend acht, en na de partijen de gelegenheid te hebben geboden hun standpunt daarover mee te delen, de kwalificatie kan wijzigen.
- De kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt dat wat betreft de feiten onder de telastlegging B die niet enkel als een inbreuk op artikel 246 Strafwetboek moeten worden omschreven, maar ook als een inbreuk op artikel 250 Strafwetboek. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres de gelegenheid heeft gehad daarover standpunt in te nemen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsverplichting: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd door, enerzijds, de motivering van de door het openbaar ministerie neergelegde conclusie over te nemen, waarbij het territorialiteitsbeginsel en de ubiquiteitstheorie enkel voor de telastleggingen A en D worden aangewend, en, anderzijds, te stellen dat de onderzoeksrechter en de onderzoeksgerechten bevoegd zijn inzake de telastleggingen A, C en D op grond van datzelfde territorialiteitsbeginsel en de ubiquiteitsleer.
- Een motivering is enkel tegenstrijdig wanneer zij bestaat uit redenen die elkaar tenietdoen en bijgevolg opheffen. Dit is niet het geval voor een motivering die bestaat uit redenen die weliswaar niet overeenstemmen, maar die elkaar niet opheffen of waarvan de ene reden in de plaats van de andere wordt gesteld.
- De motieven van de conclusie van het openbaar ministerie met betrekking tot de rechtsmacht van de onderzoeksrechter en de onderzoeksgerechten, eensdeels, en de redenen van het arrest met betrekking tot deze rechtsmacht, anderdeels, zijn niet van aard om elkaar teniet te doen of mekaar op te heffen. De aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat aldus niet. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 210bis Strafwetboek, alsook miskenning van de ubiquiteitsleer: het arrest oordeelt ten onrechte gelet op het aflopend karakter van het misdrijf van valsheid in informaticagegevens dat er constitutieve bestanddelen van dit misdrijf kunnen worden gesitueerd op Belgisch grondgebied; dit oordeel vormt de basis om te besluiten tot de rechtsmacht van de Belgische onderzoeksrechter en onderzoeksgerechten.
- Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of constitutieve bestanddelen van een misdrijf op het Belgisch grondgebied kunnen worden gesitueerd. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Het arrest oordeelt wat betreft de feiten voorwerp van de telastleggingen A, C en D dat constitutieve bestanddelen te situeren zijn op het Belgisch grondgebied gelet op het inbrengen van gegevens in een digitaal netwerk actief op het Belgisch grondgebied door middel van in België gesitueerde servers, aangezien de bewerkingen van de lokale servers werden gerepliceerd op de servers van Visanet in België. Op grond van die vaststellingen kon het arrest wettig tot dat besluit komen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: het arrest miskent de bewijskracht van het navolgend proces-verbaal met nummer 500333/2020 van 9 januari 2020 dat stelt dat de invoering van de gegevens eerst wordt opgeslagen op een lokale server, door te beweren dat de gegevens werden ingebracht in een digitaal netwerk dat verbonden is met servers op het Belgisch grondgebied.
- Het arrest geeft geen uitlegging van het in het onderdeel vermelde proces-verbaal, maar beoordeelt enkel de bewijswaarde ervan. Het kan bijgevolg de bewijskracht ervan niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het beslist tot de handhaving van de voorlopige hechtenis wat betreft de feiten omschreven onder de telastlegging B. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseres tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 178,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 18 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240903.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div