id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.3 Rolnummer: P.19.1117.N Zaak: G. contra G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-02-21 Raadplegingen: 983 - laatst gezien 2026-06-29 07:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Weerspannigheid veronderstelt een aanval of verzet met geweld of bedreiging tegen de in artikel 269 Strafwetboek bedoelde beschermde personen, die handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen; wanneer de weerspannigheid wordt gepleegd door meerdere personen, moeten elk van die constitutieve bestanddelen ten aanzien van elk van hen worden aangetoond voor iedere daad van weerspannigheid, indien het groepsoptreden geen gevolg is van een voorafgaande afspraak
(1).
(1)A. DE NAUW en F. KUTY, Manuel de droit pénal spécial, Mechelen, Kluwer, 2014, 147 ; J.P. COLLIN, « La rébellion », in Droit pénal et de procédure pénale, Mechelen, Kluwer, 2015, 18. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Bewijs in hoofde van elke beklaagde - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WEERSPANNIGHEID Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Bewijs in hoofde van elke beklaagde - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Alleen een positieve daad die aan de uitvoering van het misdrijf voorafgaat of ermee samengaat kan deelneming, dit is als mededader of medeplichtige, aan een misdaad of wanbedrijf opleveren. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: Positieve daad van deelneming - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66 en 67 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 5 Het verzuim om te handelen kan een positieve daad van deelneming zijn wanneer, wegens de ermee gepaard gaande omstandigheden, het bewuste en opzettelijke verzuim om te handelen ondubbelzinnig een aansporing betekent tot het plegen van het misdrijf op één van de wijzen bepaald in de artikelen 66 en 67 Strafwetboek; dat is het geval wanneer het passief bijwonen van de uitvoering van een misdaad of wanbedrijf de uiting is van het opzet om aan de uitvoering ervan rechtstreeks mee te werken door bij te dragen tot het mogelijk maken of vergemakkelijken van dat misdrijf
(1); de enkele al dan niet toevallige aanwezigheid van een persoon in de omgeving van of de plaats van het delict betekent niet dat hij daardoor een positieve daad van deelneming stelt.
(1)In die zin Cass. 15 september 2015, AR P.14.1189.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150915.3, AC 2015, nr. 513 met concl. van advocaat-generaal A. WINANTS; Cass. 2 september 2009, AR P.09.0391.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090902.4; AC 2009, nr.
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Passief bijwonen van de uitvoering van het misdrijf - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 67, 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WEERSPANNIGHEID Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Enkele aanwezigheid van verdachte in de omgeving plaats delict - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 67, 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1117.N I
- M. G., burgerlijke partij,
- R. T., burgerlijke partij,
- H. V., burgerlijke partij,
- J. G., burgerlijke partij,
- G. G., burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, II ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman Steven Hooyberghs, advocaat bij de balie Antwerpen, alle cassatieberoepen gericht tegen
- I. G., minderjarige,
- M. G., vader van de minderjarige en burgerrechtelijk aansprakelijke partij,
- M. B. K., moeder van de minderjarige en burgerrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders, de verweerders 2 en 3 vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerders 2 en 3 woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 17 oktober
- De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- In zoverre de cassatieberoepen ook gericht zijn tegen de aan de minderjarige opgelegde maatregel van berisping, hebben de eisers als burgerlijke partijen geen hoedanigheid om tegen deze beslissing op te komen. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, zijn de cassatieberoepen niet ontvankelijk. Middel van de eisers I
- Het middel voert schending aan van de artikelen 66, 67, 269, 272, 273, 392, 398, 399 en 400 Strafwetboek en de artikelen 1382, 1383 en 1384 Burgerlijk Wetboek: uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat een weerspannige menigte zich in de wijk Meulenberg te Houtenhalen-Helchteren schuldig maakte aan geweld en dat dit geweld gericht was tegen een colonne voertuigen van de politie, bemand door de in de telastlegging A gepreciseerde agenten; het arrest oordeelt verder met verwijzing naar de redenen van het beroepen vonnis dat bij het afbreken van de politie-interventie verschillende op straat samengetroepte personen stenen en andere voorwerpen begonnen te werpen naar de politievoertuigen die in colonne de wijk Meulenberg verlieten via de weg langsheen het café Saz, en dit gedurende een twaalftal minuten; de weerspannigheid bestond zodoende niet uit één enkele aanval, uitgaande van één enkele persoon, gericht tegen één welbepaalde persoon of tegen één welbepaald door agenten bemand voertuig, maar gold een volledige colonne van voertuigen, waarvan het voertuig bestuurd door de eiser I.1 deel uitmaakte, die met stenen werden bekogeld bij het verlaten van de wijk Meulenberg, en derhalve uit een opeenvolging van onlosmakelijk met elkaar verbonden feiten; uit de vaststellingen van het arrest volgt dat de verweerder 1 ter plaatse aanwezig was op het ogenblik dat de colonne voertuigen vertrok, dat hijzelf een steen wierp naar één van de voertuigen uit die colonne, te weten de Mercedes Sprinter, feiten die het beroepen vonnis weerhoudt om hem schuldig te verklaren aan weerspannigheid tegen de inzittenden van het bewuste voertuig en dat hij zich na deze actie niet terugtrok, maar integendeel ter plaatse bleef, in de nabijheid van het terras van het café Saz, langsheen het traject dat de diverse politievoertuigen hoe dan ook van plan waren om te volgen bij het verlaten van de wijk; de verweerder 1 was aldus geen toevallige aanwezige; uit deze vaststellingen van het arrest blijkt de positieve deelname van de verweerder 1 aan de feiten van weerspannigheid die in de wijk Meulenberg werden gepleegd ten aanzien van de zich terugtrekkende colonne politievoertuigen, vooreerst door het werpen van een steen naar één van de voertuigen, waardoor hij rechtstreeks meewerkte aan het misdrijf van weerspannigheid, zoals bedoeld in artikel 66, tweede lid, Strafwetboek of hieraan zijn medewerking verleende, zoals bedoeld in de artikelen 66, derde lid, en 67, vierde lid, Strafwetboek, en vervolgens door zijn verdere aanwezigheid in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de colonne de wijk verliet en werd bekogeld met andere projectielen, waardoor hij de verdere uitvoering van het misdrijf van weerspannigheid aanmoedigde dan wel vergemakkelijkte, hetgeen evenzeer een deelnemingsdaad is in de zin van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek; het arrest dat oordeelt dat de feiten van deelname aan het misdrijf van weerspannigheid ten aanzien van de eiser I.1 en H.C. niet bewezen zijn en dat de onbevoegdheid vaststelt ten aanzien van de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I is niet naar recht verantwoord.
- Krachtens artikel 269 Strafwetboek is weerspannigheid elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging tegen ministeriële ambtenaren, veld- of boswachters, dragers of agenten van de openbare macht, personen aangesteld om taksen en belastingen te innen, brengers van dwangbevelen, aangestelden van de douane, gerechtelijke bewaarders, officieren of agenten van de administratieve of de gerechtelijke politie, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen. Artikel 272 Strafwetboek bepaalt als verzwarende omstandigheid de omstandigheid dat de weerspannigheid wordt gepleegd door verscheidene personen, al dan niet ten gevolge van een voorafgaande afspraak.
- Weerspannigheid veronderstelt een aanval of verzet met geweld of bedreiging tegen de in artikel 269 Strafwetboek bedoelde beschermde personen, die handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen. Wanneer de weerspannigheid wordt gepleegd door meerdere personen, moeten elk van die constitutieve bestanddelen ten aanzien van elk van hen worden aangetoond voor iedere daad van weerspannigheid, indien het groepsoptreden geen gevolg is van een voorafgaande afspraak.
- Artikel 66, eerste, tweede en derde lid, Strafwetboek bepaalt: "Als daders van een misdaad of wanbedrijf worden gestraft: Zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt; Zij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd; Zij die, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks hebben uitgelokt." Artikel 67 Strafwetboek bepaalt: "Als medeplichtigen aan een misdaad of een wanbedrijf worden gestraft: Zij die onderrichtingen hebben gegeven om de misdaad of het wanbedrijf te plegen; Zij die wapens, werktuigen of enig ander middel hebben verschaft, die tot de misdaad of het wanbedrijf hebben gediend, wetende dat ze daartoe zouden dienen; Zij die, buiten het geval van artikel 66, § 3, met hun weten de dader of de daders hebben geholpen of bijgestaan in daden die de misdaad of het wanbedrijf hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltooid."
- Alleen een positieve daad die aan de uitvoering van het misdrijf voorafgaat of ermee samengaat kan deelneming, dit is als mededader of medeplichtige, aan een misdaad of wanbedrijf opleveren. Het verzuim om te handelen kan evenwel een dergelijke positieve daad van deelneming zijn wanneer, wegens de ermee gepaard gaande omstandigheden, het bewuste en opzettelijke verzuim om te handelen ondubbelzinnig een aansporing betekent tot het plegen van het misdrijf op één van de wijzen die bij de artikelen 66 en 67 Strafwetboek zijn bepaald. Dit is het geval wanneer het zich onthouden van iedere reactie zoals het passief bijwonen van de uitvoering van een misdaad of een wanbedrijf de uiting is van het opzet om rechtstreeks aan die uitvoering mee te werken door bij te dragen tot het mogelijk maken of vergemakkelijken van dat misdrijf. De enkele al dan niet toevallige aanwezigheid van een persoon in de omgeving van of op de plaats van het delict betekent niet dat hij daardoor een positieve daad van deelneming stelt.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of het verzuim om te handelen een positieve daad van deelneming oplevert. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee in geen enkel verband staan of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Met overname van de redenen van het beroepen vonnis en met eigen redenen oordeelt het arrest: - uit de beschikbare videobeelden blijkt dat tijdens de bewuste politie-interventie, die aanvatte omstreeks 18.50 uur en eindigde omstreeks 19.02 uur, tientallen personen de straat opkwamen die de aanwezige politieambtenaren in min of meerdere mate intimideerden, provoceerden of verbaal agressief naar hen toe waren; - nadat D.A., die trachtte een politieversperring in de Vraenstraat te doorbreken, waarna hij om 18.53 uur werd gearresteerd, Y.A. en I.A. gearresteerd waren, werd omstreeks 19.02 uur door de leidinggevende commissaris van de politie beslist om de politie-interventie af te breken en de wijk Meulenberg te verlaten; - het is op dat ogenblik dat verschillende van de op de straat samengetroepte personen stenen en andere voorwerpen begonnen te werpen naar de politievoertuigen die in colonne de wijk Meulenberg verlieten; - het is onduidelijk welke de precieze verhoudingen of relaties waren tussen de personen die zich op dat ogenblik op straat bevonden en met name of en in welke mate ze elkaar kenden en of ze instructies aan elkaar gaven over de ogenblikken en plaatsen waar er stenen zouden worden gegooid en naar welke politievoertuigen dit zou gebeuren; - de diverse personen troepten samen gedurende een relatief beperkte periode van een twaalftal minuten; - de politieactie werd bij verrassing uitgevoerd, zodat geen van de samengetroepte personen hiervan op voorhand op de hoogte was en met andere personen afspraken had kunnen maken of een taakverdeling had kunnen maken over het naderhand naar de politieambtenaren gebruikte geweld; - het plan om uiteindelijk stenen en andere voorwerpen te gooien naar de vertrekkende politievoertuigen lijkt integendeel in hoofde van verschillende personen, die bovendien op geen enkele wijze georganiseerd waren, spontaan in de chaos die er heerste te zijn ontstaan nadat A.A. even voordien in de Springstraat ter hoogte van café Saz in de arm werd gebeten door een politiehond; - bepaalde burgerlijke partijen zijn van mening dat hier sprake zou zijn van voorafgaande afspraken, wat niet is bewezen; - de politieactie was onaangekondigd en duurde maar zeer kort; - uit een sms-bericht dat de verweerder 1 ontving maar niet beantwoordde, kunnen geen conclusies worden getrokken; - uit de videobeelden blijkt niet dat de verweerder 1 de aanstoker was die anderen in de opgehitste menigte ertoe aanzette om stenen op de parking te gaan oprapen en hiermee de vertrekkende politievoertuigen te bekogelen; - het enkele feit dat hijzelf ook een steen naar een politiecombi wierp, is onvoldoende om hem die rol toe te bedelen, vermits er ook nog andere personen waren die stenen wierpen; - het is enkel met zekerheid geweten dat verweerder 1 één steen wierp naar de Mercedes Sprinter van CIK; - dit betekent echter niet dat hij ook automatisch schuldig zou zijn aan al de misdrijven gepleegd door de weerspannige menigte; - het blijkt op basis van de voorliggende gegevens van het strafdossier niet met zekerheid dat verweerder 1, naast de door hem geworpen steen naar het politievoertuig Mercedes Sprinter die op video werd vastgelegd, nog andere stenen of andere voorwerpen zou hebben gegooid naar andere politievoertuigen in de colonne; - het blijkt niet dat hij stenen of andere voorwerpen doorgaf of overhandigde aan andere personen die hiermee vervolgens de andere politievoertuigen bekogelden; - hij hield ook geen politievoertuigen tegen op de rijbaan toen deze in colonne de wijk verlieten, opdat andere personen deze voertuigen met projectielen konden bekogelen en met zekerheid zouden treffen; - uit de videobeelden blijkt niet dat de verweerder 1 de aanstoker was die anderen door zijn aanwezigheid, door het geven van instructies of bevelen of door zijn gedrag, namelijk doordat hij zelf een steen op de parking naast café Saz opraapte en naar het politievoertuig Mercedes Sprinter gooide, ertoe aanspoorde om stenen naar andere politievoertuigen te gooien; - uit die beelden blijkt hoe hij met afhangende schouders en letterlijk open mond op het terras staat te kijken om vervolgens alleen rustig richting parking te wandelen en terug richting café Saz; - getuige E.K. verklaart zich naar het terras van café Saz te hebben begeven waar hij zich veiliger voelde; - hij stond eerst aan de overkant van de straat waar er werd opgeroepen tot het gooien van stenen; - uit de beschikbare beelden blijkt niet dat er enige interactie is tussen verweerder 1 en andere personen; - de twee andere geïdentificeerde beklaagden A. en L. zijn overigens ook veel ouder; - de verklaring van verweerder 1 dat hij zich liet meeslepen in de toestand van chaos en onrust is aannemelijk; - op het ogenblik dat hij een steen gooide was de chaos en onrust al een feit; - dat zijn houding zou hebben geleid tot weerspannig gedrag van andere aanwezigen is niet aangetoond; - de verweerder 1 is niet gekend als een oproerkraaier; - uit het gevoerde moraliteitsonderzoek blijkt dat hij geen voorgaanden heeft; - uit zijn aanwezigheid op de plaats van eerdere feiten in de namiddag bij de opsporing en arrestatie van leden van de familie A. kunnen evenmin conclusies worden getrokken; - de verweerder 1 woont vlakbij de familie A. en hij wordt niet genoemd in de processen-verbaal die betrekking hebben op deze eerdere feiten, komt enkel voor op een beeld dat werd uitgezonden op Canvas en werd voor deze feiten niet vervolgd; - bijgevolg blijkt niet dat de verweerder 1 rechtstreeks meewerkte in de zin van artikel 66, tweede lid, Strafwetboek aan het werpen van stenen door andere personen naar andere politievoertuigen; - evenmin blijkt dat hij hiertoe relatief noodzakelijke hulp of bijstand in de zin van artikel 66, derde lid, Strafwetboek leverde en blijkt niet dat hij hen hiertoe aanzette op één van de wijzen zoals bepaald in artikel 66, vierde lid, Strafwetboek; - enige vorm van mededaderschap van de verweerder 1 aan een aanval of een daad van verzet met geweld of bedreiging die gepleegd werd door andere personen naar de in de overige politievoertuigen aanwezige politieambtenaren toen zij in colonne de wijk Meulenberg verlieten, is dan ook niet aangetoond; - enige vorm van medeplichtigheid in de zin van artikel 67 Strafwetboek zoals door het openbaar ministerie aangevoerd, is evenmin aangetoond; - het hof van beroep ziet niet in hoe de verweerder 1 door het gooien van een steen naar de Mercedes Sprinter het gooien van een steen naar andere voertuigen, onder meer het voertuig bestuurd door de eiser I.1 zou hebben vergemakkelijkt; - de passerende voertuigen waren op zich relatief gemakkelijk te raken en de route voorbij café Saz was het traject dat diverse voertuigen hoe dan ook van plan waren om te volgen. Op grond van deze redenen kan het appelgerecht wettig oordelen dat de verweerder 1 geen daad van deelneming heeft gesteld in de zin van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Eerste middel van de eiseres II Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het beschikkingsbeginsel: het arrest bevestigt het beroepen vonnis en doet niet expliciet uitspraak over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres II.
- Het arrest oordeelt dat het beroepen vonnis, gelet op de vrijspraak, terecht heeft geoordeeld dat de eerste rechter niet bevoegd is om over de vorderingen van de burgerlijke partijen uitspraak te doen. Het bevestigt vervolgens het beroepen vonnis. Aldus doet het arrest uitspraak over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres II. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest doet geen uitspraak over de vorderingen van de eiseres II en antwoordt niet op haar conclusie.
- Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat het arrest wel degelijk het bedoelde verweer beantwoordt. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiseres II Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek: het arrest stelt vast dat de verweerder 1 een steen wierp naar het voertuig Mercedes Sprinter, maar oordeelt verder dat hij geen andere daden van deelneming heeft gesteld; het stelt ook vast dat tijdens de politieactie een menigte zich tegen de politieambtenaren keert, de situatie escaleert wanneer de politievoertuigen het terrein in colonne verlaten en de combi's worden bekogeld met stenen; het gooien van een steen mag in de context van de feiten worden beschouwd als een beperkt aandeel in de feiten.
- Het onderdeel heeft dezelfde strekking als het middel van de eisers I en is om de in het antwoord op dit middel vermelde redenen te verwerpen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt enerzijds dat tijdens een politieactie een menigte zich tegen de politieambtenaren keert, de situatie escaleert wanneer de politievoertuigen het terrein in colonne verlaten en de combi's worden bekogeld met stenen; tevens oordeelt het dat de verweerder 1 een steen wierp naar één van deze voertuigen; anderzijds oordeelt het arrest dat het niet om agressie gaat waarbij de groep nodig is om iemand te overrompelen of overwicht te krijgen; deze redenen zijn intrinsiek tegenstrijdig; uit de feitelijke vaststellingen van het arrest blijkt dat het wel degelijk gaat om agressie waarbij de groep nodig is om de politieambtenaren te overrompelen of overwicht te krijgen.
- Het Hof ontwaart de tegenstrijdigheid niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 168.49 euro, waarvan door de eisers I 52,54 euro verschuldigd is, en 45,95 euro door eiseres II. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 18 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090902.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150915.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.9 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.27 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div