id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.4 Rolnummer: P.19.1173.N Zaak: C. contra Novabil NV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-02-21 Raadplegingen: 530 - laatst gezien 2026-06-29 06:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De strafrechter is verplicht om in zijn veroordelende beslissing de wetsbepalingen te vermelden die het feit strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen; hij kan die wetsbepalingen ook vermelden door verwijzing naar een voor de partijen beschikbaar stuk van de rechtspleging en zelfs door verwijzing naar een dergelijk beschikbaar stuk dat op zijn beurt verwijst naar een ander stuk van de rechtspleging. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Wetsbepalingen misdrijf en strafmaat - Verwijzing naar een stuk in het strafdossier - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Wetsbepalingen misdrijf en strafmaat - Verwijzing naar een stuk in het strafdossier - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1173.N J. M. G. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jo Muylle, advocaat bij de balie Dendermonde, met kantoor te 9340 Lede, Kasteeldreef 48, waar de eiser woonplaats kiest, tegen NOVABIL nv, met zetel te 8500 Kortrijk, Brugsesteenweg 261, burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest is niet regelmatig gemotiveerd; het verwijst voor wat betreft de toegepaste wetsbepalingen weliswaar naar de artikelen vermeld in de inleidende akte, het beroepen vonnis en het arrest zelf, maar daarin wordt geen melding gemaakt van deze bepalingen; de akte waarin melding wordt gemaakt van de toegepaste wetsbepalingen is de vordering tot verwijzing van de procureur des Konings, maar daar verwijst het arrest niet naar.
- Uit de artikelen 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering volgt voor de strafrechter de verplichting om in de veroordelende beslissing de wetsbepalingen te vermelden die het feit strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen.
- De rechter kan die wetsbepalingen ook vermelden door verwijzing naar een voor de partijen beschikbaar stuk van de rechtspleging en zelfs door verwijzing naar een voor partijen beschikbaar stuk van de rechtspleging dat op zijn beurt verwijst naar een ander stuk van de rechtspleging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest verwijst voor de opgave van toegepaste wetsbepalingen naar de inleidende akte. Die akte, met name de verwijzingsbeschikking van de raadkamer van 5 december 2017, verwijst zelf naar de vordering van de procureur des Konings van 16 maart 2017 tot regeling van de rechtspleging. Die vordering, waarvan de verwijzingsbeschikking de beweegredenen overneemt, maakt melding van de wetsbepalingen die het arrest toepast door eisers schuldigverklaring en veroordeling. Bijgevolg maakt het arrest wel degelijk melding van de toegepaste wetsbepalingen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 18 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200930.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div