← België

BELGISCHE STAAT contra OMER OGLU GVC

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.1N.3 Rolnummer: C.18.0465.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra OMER OGLU GVC Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 794 - laatst gezien 2026-06-29 01:33 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: Publicatie in voorbereiding Fiches 1 - 2 De beslissing tot verbeurdverklaring heeft in de regel een zakelijke werking en draagt de eigendom ervan over aan de Staat van zodra het vonnis dat de verbeurdverklaring uitspreekt in kracht van gewijsde is gegaan, maar kan geen afbreuk doen aan de zakelijke rechten die voordien rechtsgeldig op het onroerend goed waren gevestigd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Onroerend goed - Voordien gevestigde zakelijke rechten - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BESLAG - ALLERLEI Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Onroerend goed - Voordien gevestigde zakelijke rechten - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0465.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de algemene administratie van de Patrimoniumdiensten, met kantoor te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33, bus 56, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, tegen
  1. OMER OGLU gcv, met zetel te 9810 Nazareth, Nieuwe Steenweg 12,
  2. V. C.,
  3. S. A.,
  4. E. A., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  5. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 27 april
  6. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 6 november 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het hof van beroep te Gent bij arrest van 18 oktober 2011 "het onroerend goed (kadastraal gekend onder gemeente Nazareth, 1ste afdeling/Nazareth, sectie G, perceelnummer 445 H, met een oppervlakte van 55a en 36ca), als vermogensvoordeel in de zin van art. 42, 3° van het Strafwetboek dat is voortgekomen uit de door hem gepleegde witwasmisdrijven onder tenlasteleggingen D.II.1 en dit tot beloop van 811.480,00 euro" heeft verbeurd verklaard.
  8. De appelrechters oordelen dat de eerste rechter er correct op gewezen heeft dat noch uit de overwegingen, noch uit het beschikkend gedeelte van het arrest van het hof van beroep te Gent kan worden afgeleid dat de verbeurdverklaring ook betrekking had op het opstalrecht van de eerste verweerster.
  9. Door aldus te oordelen, geven de appelrechters van het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 oktober 2011 een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  10. Voor het overige is het onderdeel afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  11. De beslissing tot verbeurdverklaring overeenkomstig artikel 42, 3°, Strafwetboek heeft in de regel een zakelijke werking, dit wil zeggen dat ze op de zaak zelf slaat. De eigendom daarvan wordt aan de Staat overgedragen van zodra het vonnis dat de verbeurdverklaring uitspreekt, in kracht van gewijsde is gegaan.
  12. De verbeurdverklaring kan evenwel geen afbreuk doen aan de zakelijke rechten die voordien rechtsgeldig op het onroerend goed gevestigd waren. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de bijzondere verbeurdverklaring van een onroerend goed het bestaande eigendomsrecht over het verbeurdverklaarde onroerend goed tenietdoet in hoofde van zijn eigenaar, met inbegrip van alle daarop gevestigde zakelijke rechten, faalt naar recht. Derde onderdeel
  13. Het onderdeel is afgeleid uit de in het tweede onderdeel tevergeefs aangevoerde schending van de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek en de artikelen 544, 546 tot 564 Burgerlijk Wetboek en is aldus niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  14. Het onderdeel is in zijn geheel afgeleid uit de in het eerste onderdeel tevergeefs aangevoerde miskenning van bewijskracht en is aldus niet ontvankelijk. Vijfde onderdeel
  15. Het onderdeel is afgeleid uit de in het tweede onderdeel tevergeefs aangevoerde schending van de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek en de artikelen 544, 546 tot 564 Burgerlijk Wetboek en is aldus niet ontvankelijk. Zesde onderdeel
  16. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 6 Opstalwet zonder nader te preciseren hoe het arrest deze bepaling schendt, is het onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  17. Het onderdeel dat een miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.
  18. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop toepasselijke rechtsregels. Hij heeft de verplichting, mits eerbiediging van het recht van verdediging, ambtshalve de rechtsgronden op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen.
  19. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters feiten heeft aangevoerd op grond waarvan de appelrechters de toepassing van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit dienden te onderzoeken. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 991,88 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200220.10 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.5 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250131.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.