id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.9 Rolnummer: C.16.0374.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 805 - laatst gezien 2026-06-28 13:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Nu het Grondwettelijk Hof in antwoord op de door het Hof van Cassatie gestelde prejudiciële vraag geen schending weerhoudt van artikel 16 Grondwet en artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM in samenhang met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, door het forfaitair karakter van de berekening van de planschadevergoeding zoals bepaald in artikel 35 van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening, faalt het cassatiemiddel dat dergelijke schending aanvoert naar recht
(1).
(1)Zie Cass. 4 januari 2018, AR C.16.0374.N, AC 2018, nr. 5. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Planschade - Planschadevergoeding - Forfaitaire berekening - Geen schending - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, derde lid - 40 ELI link Pub nr 1996102250 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Beperkend karakter van de forfaitaire planschadevergoedingsregeling - Geen schending - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, derde lid - 40 ELI link Pub nr 1996102250 Fiche 3 Nu het Grondwettelijk Hof in antwoord op de door het Hof van Cassatie gestelde prejudiciële vraag geen schending weerhoudt van artikel 16 Grondwet en artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM in samenhang met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, door het forfaitair karakter van de berekening van de planschadevergoeding zoals bepaald in artikel 35 van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening, faalt het cassatiemiddel dat dergelijke schending aanvoert naar recht
(1).
(1)Zie Cass. 4 januari 2018, AR C.16.0374.N, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Hof van Cassatie - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof - Beperkend karakter van de forfaitaire planschadevergoedingsregeling - Geen schending - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, derde lid - 40 ELI link Pub nr 1996102250 Fiche 4 De rechter kan buiten een wettelijke vergoedingsregeling om, waarvan het Grondwettelijk Hof bevestigt dat deze de toetsing aan hogere rechtsnormen doorstaat, geen vergoeding toekennen op grond van het beginsel van de gelijkheid van de burgers voor openbare lasten. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Gelijkheid van de burgers voor de openbare lasten - Planschade - Toekennen van een vergoeding - Bestaan van een wettelijke vergoedingsregeling - Gevolg Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw [T.R.O.S.] - DEFOORT, Pieter-Jan; Noot "Kan het GBOL-beginsel dienen als aanvullende of vervangende rechtsgrond voor een te lage of onbestaande planschadevergoeding?" - 2020, nr. 97, p. 54-
- Tekst van de beslissing Nr. C.16.0374.N
- T. S.,
- D. S.,
- B. S.,
- A. S., in hun hoedanigheid van wettelijke erfgenamen van wijlen E. D. C., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister, bevoegd voor Omgeving, Natuur en Landbouw, met kabinet te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 22 december
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 10 januari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. In zijn arrest van 4 januari 2018 heeft het Hof de grief, die vervat lag in het eerste middel verworpen. In hetzelfde arrest heeft het Hof voor het overige iedere nadere uitspraak aangehouden tot het Grondwettelijk Hof uitspraak heeft gedaan over de in het dictum van het arrest gestelde prejudiciële vraag. Het Grondwettelijk Hof heeft geantwoord in het arrest nr. 57/2019 van 8 mei
- II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Eerste en tweede onderdeel
- Het Hof heeft, alvorens uitspraak te doen over het tweede middel, in het arrest van 4 januari 2018 aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld, namelijk of "artikel 35 van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening artikel 16 Grondwet en artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM genomen in samenhang met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel uit de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt, in de mate dat deze bepaling een forfaitaire berekening oplegt van de planschadevergoeding, die geen of onvoldoende rekening houdt met het reële waardeverlies van het onroerend goed ingevolge de inwerkingtreding van het plan waaruit het bouwverbod voortvloeit onder meer omdat de verwervingswaarde enkel wordt geactualiseerd aan de hand van de index der consumptieprijzen, en waarbij bovendien een aftrek van 20 procent van de planschadevergoeding wordt gehanteerd." Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 57/2019 van 8 mei 2019 ontkennend geantwoord op die vraag.
- In zoverre het middel aanvoert dat artikel 35 van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening de artikelen 10, 11 of 16 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM schendt, faalt het naar recht.
- Het bestaan van een wettelijke vergoedingsregeling voor planschade, waarvan het Grondwettelijk Hof bevestigt dat deze de toetsing aan hogere rechtsnormen doorstaat, sluit uit dat de rechter, buiten de wettelijke vergoedingsregeling om, een vergoeding toekent op grond van het beginsel van de gelijkheid van de burgers voor openbare lasten. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Derde middel
- De eisers hebben met betrekking tot hun mogelijke veroordeling tot de gerechtskosten in hun appelconclusie het verweer gevoerd dat in het middel is weergegeven. Het arrest beantwoordt dit verweer niet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de gerechtskosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180104.1 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200213.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div