id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200225.2N.4 Rolnummer: P.19.1129.N Zaak: F. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-02-27 Raadplegingen: 423 - laatst gezien 2026-06-28 07:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die op een vordering tot toekenning van een provisionele schadevergoeding, waarvan de beklaagde de afwijzing vraagt, een definitieve schadevergoeding toekent voor een lager bedrag, wijzigt niet het voorwerp van de vordering, maar kent deze slechts gedeeltelijk toe; de omzetting van een provisionele schadevergoeding naar een definitieve vergoeding ligt dan ook in het debat. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: Voorwerp van de vordering - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Vrije woorden: Voorwerp van de vordering - Provisionele schadevergoeding - Betwisting - Definitieve schadevergoeding - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1129.N I A F, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen E K, burgerlijke partij, verweerster. II E K, reeds vermeld, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Wahib El Hayouni, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Mariakerke, Durmstraat 29, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A F, reeds vermeld, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 16 oktober
- De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser I
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek: het arrest verklaart de feiten onder de telastleggingen A en B ten nadele van M.-A. C. bewezen door onder meer te oordelen dat bij de zoeking in het voertuig van de eiser I een bebloede matrasovertrek werd teruggevonden en dit bloed via DNA-onderzoek kon worden toegeschreven aan M.-A. C., met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, terwijl het DNA-onderzoek bepaalde dat dit bloed dat kon worden aangetroffen op de matrasovertrek, met een aan ze-kerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden toegeschreven aan S.W.
- Het arrest stoelt eisers schuldigverklaring aan de telastleggingen A en B niet alleen op de in het middel aangehaalde reden. Het middel dat niet opkomt tegen de overige redenen (p.11-19 en p. 24-25), die eisers schuldigverklaring aan die te-lastleggingen schragen, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvanke-lijk. Middel van de eiseres II
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en van het beschikkingsbeginsel: het arrest kent defini-tieve schadevergoedingen toe aan de eiseres II, terwijl het beroepen vonnis provi-sionele schadevergoeding toekende en geen enkele partij een definitieve schade-vergoeding heeft gevorderd; de eiseres II heeft niet de mogelijkheid gehad hier-over standpunt in te nemen (eerste onderdeel); het arrest oordeelt dat de door het beroepen vonnis toegekende bedragen, zeker in vergelijking met de indicatieve ta-bel, sterk overdreven overkomen en moeten worden herleid; het arrest beslist ver-volgens de gevorderde provisionele vergoedingen om te zetten in definitieve schadevergoedingen, zonder dat enige partij dit vorderde (tweede onderdeel).
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt, eensdeels, dat de eiseres II de bevestiging van het beroepen vonnis heeft gevorderd en het be-roepen vonnis de verweerder II veroordeelt om aan de eiseres II een provisionele schadevergoeding voor materiële schade ten bedrage van 10.000 euro en voor mo-rele schade ten bedrage van 20.000 euro te betalen, een voorbehoud voor toekom-stige schade verleent en de overige burgerlijke belangen ambtshalve aanhoudt, en, anderdeels, dat de verweerder II in zijn conclusie heeft verzocht dat in hoofdorde het hof van beroep zich onbevoegd zou verklaren en in ondergeschikte orde de burgerlijke rechtsvordering zou afwijzen als ongegrond, minstens de door het be-roepen vonnis toegekende schadevergoedingen zou verminderen.
- De rechter die op een vordering tot toekenning van een provisionele schade-vergoeding, waarvan de beklaagde de afwijzing vraagt, een definitieve schade-vergoeding toekent voor een lager bedrag, wijzigt niet het voorwerp van de vorde-ring, maar kent deze slechts gedeeltelijk toe. De omzetting van een provisionele schadevergoeding naar een definitieve vergoeding ligt dan ook in het debat. Het middel dat van een andere rechtsopvattingen uitgaat, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 201,71 euro waarvan de eiser I 100,95 euro verschuldigd is en de eiseres II 65,76 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 25 februari 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200225.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div