id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200305.1N.5 Rolnummer: C.19.0290.N Zaak: B. contra BOTECK bvba Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-03-24 Raadplegingen: 905 - laatst gezien 2026-06-28 21:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De in het gelijk gestelde partij heeft slechts recht op één rechtsplegingsvergoeding per aanleg. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Aantal - Aanleg - Gevolg Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 26-10-2007 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Koninklijk Besluit - 29-03-2019 - Art. 1 zoals gewijzigd bij - 11 ELI link Pub nr 2019011628 Fiche 2 Een verstekprocedure en een procedure op verzet vormen tezamen slechts één en dezelfde aanleg. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Aanleg - Begrip Tekst van de beslissing Nr. C.19.0290.N L. Z. B., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen BOTECK bvba, met zetel te 3120 Tremelo, Van Meerstraetenlaan 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0847.672.211, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 november
- Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 13 februari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden, houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangewend, zonder zelf een afzonderlijk middel te vormen.
- De appelrechters stellen vast en oordelen, met overname van de redenen van het beroepen vonnis, dat: - de eiseres opdracht gaf om de eerste fase van de renovatiewerken uit te voeren; - de verweerster een document opstelde met datum van 13 juni 2013 met als titel ‘bestek/raming renovatiewerken' voor een prijs van 46.651,00 euro (excl. btw) en 49.450,06 euro (incl. btw), waarvan de ontvangst niet werd betwist door de eiseres; - de verweerster aan de eiseres een factuur verzond met datum 23 juni 2013 waarin de eerste schijf van de werken ‘Fase 1' voor 23.575,50 euro (excl. btw) werd aangerekend; - de voorgaande factuur niet alleen een overzichtelijk detail gaf van de in de eerste schijf aangerekende bedragen maar ook een gedetailleerde overname bevat van de prijzen van de in de eerste fase uit te voeren werken met de totaalprijs zoals overgenomen uit het bestek; - de eiseres deze factuur heeft ontvangen aangezien deze per mail werd gestuurd en de eiseres bij haar overschrijving van het bedrag van 5.000,00 euro uitdrukkelijk naar deze factuur verwees; - de verweerster met een mail van 18 juli 2013 bewijst dat zij de uitvoeringsstaat van diezelfde datum ter kennis heeft gebracht aan de eiseres; - de eiseres op 26 juli 2013 en 29 juli 2013 per mail betalingen aankondigde; - de eiseres pas op 1 augustus 2013 de verweerster verzocht de werken te staken wegens gebrek aan financiële middelen, zonder protest te uiten bij de uitvoeringsstaat; - uit dit stilzwijgen en de aangekondigde betalingen de aanvaarding blijkt van de uitvoeringsstaat; - hierdoor sprake is van het bestaan van een aannemingsovereenkomst ter waarde van 46.651,00 euro (excl. btw) of 49.450,06 euro (incl. btw).
- De appelrechters verwerpen en beantwoorden aldus het verweer van de eiseres dat het bestaan van de aannemingsovereenkomst niet kan worden afgeleid uit de loutere afwezigheid van protest tegen de factuur van 23 juni
- Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, leiden de appelrechters het bestaan van de aannemingsovereenkomst niet enkel af uit het stilzwijgen van de eiseres maar ook uit de uitvoering ervan. Het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede middel Tweede onderdeel
- Artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwijst, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Krachtens artikel 1018, eerste lid, 6°, Gerechtelijk Wetboek omvatten de kosten de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel
- Volgens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding, zoals van toepassing vóór de vervanging ervan door artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 maart 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 21 februari 2010 tot wijziging van de artikelen 1022 Gerechtelijk Wetboek en 162bis Wetboek van Strafvordering, bepaalt dat de bedragen vastgesteld worden per aanleg. Hieruit volgt dat de in het gelijk gestelde partij slechts recht heeft op één rechtsplegingsvergoeding per aanleg.
- Een verstekprocedure en een procedure op verzet vormen tezamen slechts één en dezelfde aanleg.
- Door eiseres te veroordelen tot twee rechtsplegingsvergoedingen, één door de bevestiging van het verstekarrest en één bij het arrest gewezen op verzet, is het bestreden arrest niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Kosten
- Wanneer cassatie wordt uitgesproken zonder verwijzing, doet het Hof krachtens artikel 1111, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek uitspraak over de kosten. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot een rechtsplegingsvergoeding van meer dan 2.400 euro voor de verstek- en verzetsprocedure samen. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Veroordeelt de eiseres tot drie vierden van de kosten van het cassatieberoep en de verweerster tot het overige vierde van die kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 624,09 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 5 maart 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200305.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div