← België

MEDICETIE bvba contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.4 Rolnummer: C.19.0178.N Zaak: MEDICETIE bvba contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-04-21 Raadplegingen: 1014 - laatst gezien 2026-06-29 04:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche De overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan; hieruit volgt dat, behoudens andersluidend beding, enkel de overnemer de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang heeft om de bedoelde rechten in rechte uit te oefenen; dit geldt, in beginsel, ook wanneer de overdracht plaatsvindt nadat de rechtsvordering werd ingesteld; de rechten waarvan de overdrager nog steeds belang heeft deze uit te oefenen, worden niet geacht in de overdracht begrepen te zijn; wanneer aldus de eigenaar een rechtsvordering instelt op grond van een ter zake van een zaak gesloten wederkerige overeenkomst en deze zaak nadien wordt overgedragen, dan behoudt de overdrager een belang bij de vordering indien deze vordering mede strekt tot verweer tegen een krachtens die overeenkomst ingestelde tegenvordering. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Rechtsopvolging ten bijzondere titel - Reeds gestelde vorderingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1615 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: L'entreprise et le droit [Entr.et dr.] - 2021, n° 2, p. 148-

  1. - HIGNY, Mathieu; Note'La vente de l'immeuble au cours de la procédure judiciaire intentée contre l'entrepreneur: le sort des demandes formulées à son encontre par le maître de l'ouvrage' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0178.N MEDICETIE bvba, met zetel te 9140 Temse, Rotstraat 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0878.877.507, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen Mr. L.D. en mr. P.W., advocaten, in hun hoedanigheid van curator van de failliete vennootschap Bouwonderneming Maes bvba, met zetel te 9120 Beveren, Kalishoekstraat 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0423.831.008, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 december
  2. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 november 2019 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
  3. De verweerders voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel is nieuw, minstens vermengt het feit en recht, aangezien de eiseres niet in haar syntheseberoepsconclusie heeft opgeworpen dat op het ogenblik dat zij de appartementen drie en vier aan derden verkocht, zij nog eigenaar was van die appartementen.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiseres in haar syntheseberoepsconclusie heeft geargumenteerd dat: - algemeen wordt aanvaard dat de vordering inzake bouwgebreken principieel in het vermogen van de overdrager blijft wanneer hij deze vordering heeft ingesteld vóór de overdracht van het goed, tenzij de overdrager contractueel de overdracht van schuldvordering uitdrukkelijk heeft bedongen; - dit in casu het geval was, vermits de koper slechts genot en gebruik kon verkrijgen na voorlopige oplevering en het vaststaat dat de voorlopige oplevering tussen de eiseres en Bouwonderneming Maes bvba niet heeft plaatsgevonden voorafgaand aan deze procedure, zodat de oplevering tussen de eiseres en haar kopers eveneens van latere datum is; - de vordering dan ook steeds in het vermogen van de eiseres is gebleven doordat deze vordering reeds door de eiseres werd uitgeoefend.
  5. De appelrechters hebben geoordeeld dat een vordering gesteund op een kwalitatief recht in de regel niet in het vermogen van de verkoper van het desbetreffende goed blijft, ook al heeft hij deze vordering in rechte ingesteld vóór de eigendomsoverdracht.
  6. Het onderdeel is derhalve niet nieuw, noch vermengt het feit en recht. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid Eerste middel Eerste onderdeel
  7. Artikel 1615 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verplichting om een zaak te leveren zich uitstrekt tot haar toebehoren en tot alles wat voor haar blijvend gebruik bestemd is. De overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, aldus ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan. Hieruit volgt dat, behoudens andersluidend beding, enkel de overnemer de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang heeft om de bedoelde rechten in rechte uit te oefenen. Dit geldt, in beginsel, ook wanneer de overdracht plaatsvindt nadat de rechtsvordering werd ingesteld. De rechten waarvan de overdrager nog steeds belang heeft deze uit te oefenen, worden niet geacht in de overdracht begrepen te zijn. Wanneer aldus de eigenaar een rechtsvordering instelt op grond van een ter zake van een zaak gesloten wederkerige overeenkomst en deze zaak nadien wordt overgedragen, dan behoudt de overdrager een belang bij de vordering indien deze vordering mede strekt tot verweer tegen een krachtens die overeenkomst ingestelde tegenvordering.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres als bouwpromotor in 2007 een aannemingsovereenkomst sloot met de bvba Maes voor de ruwbouw van een appartementsgebouw; - tussen de partijen onenigheid rees over de kwaliteit der werken en zij over en weer rechtsvorderingen instelden; - de bvba Maes aanspraak maakt op de betaling van openstaande facturen, terwijl de eiseres aanspraak maakt op de betaling van de vertragingsboete en op vergoeding van herstelkosten; - het geding werd ingeleid bij proces-verbaal tot persoonlijke verschijning van 12 maart 2009; - de bvba Maes in 2012 failliet werd verklaard en de verweerders werden aangesteld als curatoren; - de eerste rechter zowel de vordering van de eiseres als de tegenvordering van de verweerders grotendeels gegrond verklaarde; - de eiseres hoger beroep instelde; - de appelrechter vaststelt dat al de appartementen inmiddels werden verkocht; - de verweerders de niet-ontvankelijkheid van de vordering van de eiseres opwerpen.
  9. De appelrechters die oordelen dat aangezien de appartementen niet langer de eigendom zijn van de eiseres, de vordering van de eiseres van rechtswege is overgegaan op de kopers van deze appartementen zodat de vordering van de eiseres niet ontvankelijk is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 maart 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2024:ARR.20240321.1 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.6 ECLI:BE:ORANT:2025:JUG.20250102.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.