← België

W. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8 Rolnummer: C.19.0200.N Zaak: W. contra C. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-04-21 Raadplegingen: 974 - laatst gezien 2026-06-28 07:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 1209-1223 (oud) Gerechtelijk Wetboek volgt dat, van zodra er is gedagvaard in gerechtelijke vereffening en verdeling, betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling in beginsel slechts in het kader van deze procedure kunnen worden aangebracht en dat deze betwistingen op uitsluitend initiatief van de boedelnotaris bij de rechtbank aanhangig kunnen worden gemaakt door neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden; betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling kunnen vanaf dan, in beginsel, niet meer door de partijen in een afzonderlijke procedure voor de rechter aanhangig worden gemaakt; vorderingen die geen verband houden met de vereffening-verdeling omdat zij geen invloed hebben op de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling ervan, kunnen daarentegen ten allen tijde in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, ook al werd dezelfde vordering reeds in het kader van de vereffening-verdeling ingesteld. Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Gerechtelijke verdeling - Proces-verbaal van beweringen en zwarigheden - Nieuwe betwistingen - Verbod - Draagwijdte Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Gerechtelijke verdeling - Proces-verbaal van beweringen en zwarigheden - Nieuwe betwistingen - Verbod - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. C.19.0200.N J.W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen B. C., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 december

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 januari 2020 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel Eerste onderdeel
  2. Uit de artikelen 1209-1223 (oud) Gerechtelijk Wetboek volgt dat, van zodra er is gedagvaard in gerechtelijke vereffening en verdeling, betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling in beginsel slechts in het kader van deze procedure kunnen worden aangebracht en dat deze betwistingen op uitsluitend initiatief van de boedelnotaris bij de rechtbank aanhangig kunnen worden gemaakt door neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden. Betwistingen die verband houden met de vereffening en verdeling kunnen vanaf dan, in beginsel, niet meer door de partijen in een afzonderlijke procedure voor de rechter aanhangig worden gemaakt. Vorderingen die geen verband houden met de vereffening-verdeling omdat zij geen invloed hebben op de omvang van de onverdeeldheid of de wijze van verdeling ervan, kunnen daarentegen ten allen tijde in een afzonderlijke procedure worden ingesteld, ook al werd dezelfde vordering reeds in het kader van de vereffening-verdeling ingesteld.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - partijen gehuwd waren onder het stelsel van scheiding van goederen; - bij vonnis van 18 december 2007 de echtscheiding werd uitgesproken en de vereffening en verdeling werd bevolen van de onverdeeldheid die tussen partijen heeft bestaan; - de verweerster in het kader van de beweringen en zwarigheden tegen de staat van vereffening heeft aangevoerd dat de eiser zijn volmacht op haar persoonlijke rekening heeft misbruikt door twee bedragen van die rekening naar zijn persoonlijke rekening over te schrijven en hij ook de volmacht op de onverdeelde bankrekening heeft misbruikt door een bedrag naar zijn persoonlijke rekening over te schrijven; - de notaris omtrent de vordering tot terugbetaling van deze sommen negatief adviseerde; - de verweerster vervolgens is overgegaan tot dagvaarding van de eiser in terugbetaling van diezelfde bedragen, hetgeen het voorwerp uitmaakt van de huidige procedure.
  4. De appelrechters oordelen, zonder op dit punt te worden bekritiseerd, dat de aanspraken van de verweerster “als zodanig volledig los staan van de gerechtelijke vereffening en verdeling, aangezien deze aanspraken geen verband houden met enige onverdeeldheid of met enig ander zakelijk correctiemechanisme of een correctiemechanisme die een vereffenings- en verdelingsopdracht impliceert: in essentie betreft het een eigen schuldvordering inzake het eigen vermogen van [de verweerster] die beoogt [de eiser] aan te spreken in betaling met zijn eigen vermogen wegens ongeoorloofde bankverrichtingen uitgeoefend krachtens een bankvolmacht.”
  5. Door vervolgens te oordelen dat deze volgens de appelrechters van de vereffening-verdeling volledig losstaande vordering bij afzonderlijke dagvaarding kon worden ingesteld, verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 903,11 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 maart 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.6 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.8 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250213.1F.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250411.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.